A1.18 - Dingen vragen
A1.18 - Dingen vragen

A1.18 - Dingen vragen - Spreken

Pytanie o rzeczy


Ćwiczenie: Gespreksoefening

  1. Ułóż pytanie, które pasuje do obrazka. (Maak een zin die bij de afbeelding past, met een vraag.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten