Jeszcze nie ma nauczyciela
Chcę nauczyciela!

Ćwiczenie 1: Dopasować słowo

Instrukcja: Dopasuj każdy początek do właściwego zakończenia.

Ik sta doordeweeks om zeven uur op om naar mijn werk te gaan. (W dni powszednie wstaję o siódmej, żeby iść do pracy.)
Na het opstaan douche ik en was ik me. (Po wstaniu biorę prysznic i się myję.)
In het weekend slaap ik liever iets langer. (W weekend wolę spać trochę dłużej.)
Hij scheert zich elke ochtend voordat hij naar kantoor gaat. (On goli się każdego ranka, zanim idzie do biura.)

Ćwiczenie 2: Przygotowanie do egzaminu

Instrukcja: Read the text, fill in the gaps with the missing words, and answer the questions below Przeczytaj tekst, uzupełnij luki brakującymi wyrazami i odpowiedz na poniższe pytania.


Blog: Mijn ochtend als jonge vader

Wypełnij luki: fiets, wakker, op, kleed, dagelijkse, douchen, koffie, ontbijt, wakker, slaapt

(Blog: Mój poranek jako młody ojciec)

Sinds drie maanden ben ik vader. Mijn routine is nu anders. Om half zeven word ik . Ik sta en ik ga eerst . Daarna was ik mijn gezicht en kam ik mijn haar. Dan ik me aan voor mijn werk.

Om zeven uur maak ik en ik met mijn vriendin. Soms is de baby , soms hij nog. Dan wassen wij hem samen en doen we schone kleren aan. Om half acht ga ik met de naar mijn werk. ’s Avonds spelen wij met de baby, eten wij samen en om elf uur ga ik slapen.
Od trzech miesięcy jestem ojcem. Moja codzienna rutyna jest teraz inna. O wpół do siódmej budzę się. Wstaję i najpierw idę pod prysznic. Potem myję twarz i czeszę włosy. Następnie ubieram się do pracy.

O siódmej robię kawę i jem śniadanie z moją dziewczyną. Czasami niemowlę jest już obudzone, czasami wciąż śpi. Wtedy myjemy go razem i zakładamy mu czyste ubrania. O wpół do ósmej jadę do pracy na rowerze. Wieczorem bawimy się z dzieckiem, jemy razem i o jedenastej idę spać.

Ćwiczenie 3: Posłuchaj i odpowiedz na pytania

Instrukcja: Posłuchaj fragmentów audio i wybierz poprawną odpowiedź na pytania.

1. Elke werkdag sta ik om half zeven op. Ik douche, ik was me snel en ik kleed me aan. Om acht uur begin ik met werken.

Wat vertelt de man vooral over zichzelf?

(O czym mężczyzna opowiada przede wszystkim?)
2. Ik word elke dag om zes uur wakker. Mijn man scheert zich in de badkamer en ik kam mijn haar. Daarna ontbijten we samen en ga ik naar mijn werk.

Wat doen de vrouw en haar man samen in hun dagelijkse routine?

(Co kobieta i jej mąż robią razem w swojej codziennej rutynie?)

Ćwiczenie 4: Wielokrotny wybór

Instrukcja: Wybierz poprawne rozwiązanie

1. Ik sta om zeven uur op en daarna ___ ik me in de badkamer.

(Ik sta om zeven uur op en daarna ___ ik me in de badkamer.)

2. In het weekend ___ jij je niet, want je wilt uitslapen.

(In het weekend ___ jij je niet, want je wilt uitslapen.)

3. Elke avond ___ wij ons snel, want we gaan vroeg naar bed.

(Elke avond ___ wij ons snel, want we gaan vroeg naar bed.)

Ćwiczenie 5: Karty dialogowe

Instrukcja: Ćwicz rozmowę z nauczycielem lub kolegami z klasy.

Ćwiczenie 6: Zareaguj na sytuację

Instrukcja: Ćwiczenia w parach lub z nauczycielem.

1. Je appt een collega. Morgen begin je vroeg met werken en je wilt na het werk op tijd naar huis. Vertel kort hoe jouw ochtend is. (Gebruik: werken, opstaan, ontbijten)

(Wysyłasz wiadomość do kolegi z pracy. Jutro zaczynasz pracę wcześnie i po pracy chcesz zdążyć do domu na czas. Opisz krótko, jak wygląda twój poranek. (Użyj: werken, opstaan, ontbijten))

Morgen werk ik    

(Morgen werk ik ...)

Przykład:

Morgen werk ik vroeg, dus ik sta om zeven uur op en ik ontbijt snel.

(Morgen werk ik vroeg, dus ik sta om zeven uur op en ik ontbijt snel.)

2. Je partner vraagt: "Hoe laat sta jij doordeweeks op?" Antwoord en vertel kort wat je dan als eerste doet. (Gebruik: opstaan, wakker worden, douchen)

(Twój partner pyta: "Hoe laat sta jij doordeweeks op?" Odpowiedz i krótko powiedz, co robisz jako pierwsze. (Użyj: opstaan, wakker worden, douchen))

Ik sta    

(Ik sta ...)

Przykład:

Ik sta doordeweeks om half zeven op en ik ga dan eerst douchen.

(Ik sta doordeweeks om half zeven op en ik ga dan eerst douchen.)

Ćwiczenie 7: Pisanie korespondencji

Instrukcja: Napisz odpowiedź na następującą wiadomość odpowiednią do sytuacji


Hoi [naam],

Morgen wil ik iets nieuws proberen. Ik wil niet met de auto, maar met de fiets naar het werk gaan.

Hoe ziet jouw ochtend eruit? Hoe laat sta jij op? Douche je in de ochtend? Neem je tijd om te ontbijten of drink je alleen koffie?

Wil je morgen om 8.00 uur bij mijn huis vertrekken? Dan beginnen we de dag rustig en gezond.

Laat je het even weten?

Groetjes,
Emma


Hoi [naam],

Morgen wil ik iets nieuws proberen. Ik wil niet met de auto, maar met de fiets naar het werk gaan.

Hoe ziet jouw ochtend eruit? Hoe laat sta jij op? Douche je in de ochtend? Neem je tijd om te ontbijten of drink je alleen koffie?

Wil je morgen om 8.00 uur bij mijn huis vertrekken? Dan beginnen we de dag rustig en gezond.

Laat je het even weten?

Groetjes,
Emma


Przydatne zwroty:

  1. Ik sta om ... uur op en dan ...

    (Ik sta om ... uur op en dan ...)

  2. Daarna douche ik en ik ...

    (Daarna douche ik en ik ...)

  3. Morgen kan ik wel/niet meefietsen, want ...

    (Morgen kan ik wel/ niet meefietsen, want ...)

Hoi Emma,

Dank je voor je bericht. Ik sta om 7.00 uur op. Eerst was ik me en ik kleed me aan. Daarna drink ik een kop koffie en ontbijt ik met brood. Ik douche 's avonds.

Ik ga morgen graag met de fiets. 8.00 uur bij jouw huis is prima. Tot morgen!

Groetjes,
[naam]

Hoi Emma,

Dank je voor wiadomość. Wstaję o 7.00. Najpierw się myję i ubieram. Potem piję filiżankę kawy i jem chleb na śniadanie. Biorę prysznic wieczorem.

Chętnie pojadę jutro rowerem. 8:00 przy twoim domu pasuje mi dobrze. Do zobaczenia jutro!

Pozdrawiam,
[naam]