A1.16.2 - Czasowniki zwrotne (zich wassen, zich scheren)
Wederkerende werkwoorden (zich wassen, zich scheren)
Wederkerende werkwoorden gebruiken een wederkerend voornaamwoord. Voorbeelden: zich wassen, zich scheren.
(Czasowniki zwrotne używają zaimka zwrotnego. Przykłady: zich wassen, zich scheren.)
- Czasowniki zwrotne używają me, je, zich jako zaimków.
| Persoon (Osoba) | Vervoeging (Odmiana) | Wederkerend voornaamwoord (Zaimek zwrotny) |
|---|---|---|
| Ik | was | me |
| Jij | wast | je |
| Hij/Zij | wast | zich |
| Wij | wassen | ons |
| Jullie | wassen | je |
| Zij | wassen | zich |
Ćwiczenie 1: Czasowniki zwrotne (zich wassen, zich scheren)
Instrukcja: Wstaw poprawne słowo.
was me, scheert je, vergist zich, wassen zich, haasten je, herinner me, schaamt zich
Ćwiczenie 2: Wielokrotny wybór
Instrukcja: Wybierz poprawną odpowiedź
1. Ik sta om zeven uur op en dan was ik ___ snel voordat ik naar mijn werk ga.
Ik sta om zeven uur op en dan was ik ___ snel voordat ik naar mijn werk ga.)2. Kun je ___ wat zachter wassen? De douche maakt nu veel lawaai.
Kun je ___ wat zachter wassen? De douche maakt nu veel lawaai.)3. Jullie wassen ___ en daarna gaan jullie ontbijten.
Jullie wassen ___ en daarna gaan jullie ontbijten.)4. Na het sporten douchen we en scheren we ___ in de kleedkamer op het werk.
Na het sporten douchen we en scheren we ___ in de kleedkamer op het werk.)Ćwiczenie 3: Przepisz zwroty
Instrukcja: Przepisz zdania z odpowiednim zaimkiem zwrotnym (me, je, zich, ons). Przykład: Ik was de handen. → Ik was me.
-
Wij wassen na het sporten.⇒ _______________________________________________ ExampleWij wassen ons na het sporten.(Wij wassen ons na het sporten.)
-
Ik was elke ochtend om zeven uur.⇒ _______________________________________________ ExampleIk was me elke ochtend om zeven uur.(Ik was me elke ochtend om zeven uur.)
-
Jij wast snel voor je werk.⇒ _______________________________________________ ExampleJij wast je snel voor je werk.(Jij wast je snel voor je werk.)
-
De kinderen wassen voor het ontbijt.⇒ _______________________________________________ ExampleDe kinderen wassen zich voor het ontbijt.(De kinderen wassen zich voor het ontbijt.)
-
Jullie wassen in de badkamer.⇒ _______________________________________________ ExampleJullie wassen je in de badkamer.(Jullie wassen je in de badkamer.)
-
Mark scheert elke dag onder de douche.⇒ _______________________________________________ ExampleMark scheert zich elke dag onder de douche.(Mark scheert zich elke dag onder de douche.)
Stosuj tę gramatykę podczas prawdziwych rozmów!
Te ćwiczenia gramatyczne są częścią naszych kursów konwersacyjnych. Znajdź nauczyciela i ćwicz ten temat podczas prawdziwych rozmów!
- Wdraża CEFR, egzamin DELE i wytyczne Cervantesa
- Wspierany przez Uniwersytet w Siegen
Napisane przez
Ta treść została zaprojektowana i sprawdzona przez zespół pedagogiczny coLanguage. O coLanguage