Słowo Tłumaczenie
Hoe heet je? Jak masz na imię?
Ik vind het een mooie naam. Uważam, że to piękne imię.
Mijn tweede naam. Moje drugie imię
Ik ben Roland. Nazywam się Roland.
Een naam geven. Nadać nazwę.

De eerste les bij coLanguage!

1. Docent: Goedemiddag! Welkom bij de les. Ik ben meneer De Vries, jouw docent Nederlands. Leuk je te ontmoeten! (Goedemiddag! Witaj na lekcji. Jestem pan De Vries, twój nauczyciel języka niderlandzkiego. Miło cię poznać!) Pokaż
2. Student: Goedemiddag! Leuk je te ontmoeten! (Goedemiddag! Miło cię poznać!) Pokaż
3. Docent: Vandaag oefenen we hoe je jezelf voorstelt. Hoe heet jij? (Vandaag oefenen we hoe je jezelf voorstelt. Jak masz na imię?) Pokaż
4. Student: Ik heet Lisa. Mijn voornaam is Lisa en mijn achternaam is Janssens. (Ik heet Lisa. Mijn voornaam is Lisa en mijn achternaam is Janssens.) Pokaż
5. Docent: Leer jij nu voor het eerst Nederlands? (Leer jij nu voor het eerst Nederlands?) Pokaż
6. Student: Ja, maar ik begrijp al een beetje woorden. (Tak, ale już trochę rozumiem słowa.) Pokaż
7. Docent: Goed zo! Heb je het rooster al gekregen? (Goed zo! Heb je het rooster al gekregen?) Pokaż
8. Student: Ja, de lessen zijn op maandag en woensdag. (Tak, zajęcia są w poniedziałki i środy.) Pokaż

Ćwiczenie 1: Pytania do dyskusji

Instrukcja: Omów pytania po wysłuchaniu nagrania lub przeczytaniu tekstu.

  1. Wat is de voornaam en achternaam van de docent en de student?
  2. Jakie są imię i nazwisko nauczyciela i ucznia?
  3. Stel jezelf voor alsof je de nieuwe student bent bij coLanguage.
  4. Wyobraź sobie, że jesteś nową studentką w coLanguage.
  5. Speel de docent: bedenk een naam en begroet de student.
  6. Zagraj nauczyciela: wymyśl imię i przywitaj się ze studentem.