A1.12 - Seizoenen, maanden en delen van het jaar - Spreken
Haal je boekÜbung: Klaslokaaloefening
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
- Kannst du die Jahreszeiten und Monate nennen? (Kun je de seizoenen en maanden noemen?)
- Wie ist das Wetter in jeder Jahreszeit? (Hoe is het weer in elk seizoen?)
- Welche Monate gehören zu welcher Jahreszeit? (Welke maanden horen bij elk seizoen?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Oefening:
Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen: In welke maanden heeft u afspraken of vakantie, en welk seizoen verkiest u?
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Nuttige uitdrukkingen:
Im ... habe ich ... / Im ... ist es oft ... / Ich bevorzuge ... / Im ... mache ich ...
Duits leren voor beginners - Snel en praktisch naar A1!
ISBN 979-13-88253-09-6
Deze app ondersteunt dit boek.