Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.
| Woord | Vertaling |
|---|---|
| Die Haustiere | De huisdieren |
| Die Hunde | De honden |
| Die Katzen | De katten |
| Die Käfigtiere | De kooihuisdieren |
| Gassi gehen | De hond uitlaten |
| Die Leine | De riem |
1. Welche Haustiere nennt der Text als besonders geeignet für Kinder?
(Welke huisdieren noemt de tekst als bijzonder geschikt voor kinderen?)2. Warum sind Hunde und Katzen laut Text gut für Kinder?
(Waarom zijn honden en katten volgens de tekst goed voor kinderen?)3. Was machen die Kinder regelmäßig mit den Hunden?
(Wat doen de kinderen regelmatig met de honden?)4. Was war für den neuen Hund ungewohnt, als er zu der Familie kam?
(Wat was voor de nieuwe hond ongewoon toen hij bij de familie kwam?)Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Carsten und Susanne überlegen, ein Haustier für die Familie zu kaufen
| 1. | Carsten: | Welches Haustier passt am besten zu den Kindern? | (Welk huisdier past het best bij de kinderen?) |
| 2. | Susanne: | Ich glaube, ein Hund wäre gut. | (Ik denk dat een hond goed zou zijn.) |
| 3. | Carsten: | Ein Hund bedeutet aber viel Verantwortung: Gassi gehen, füttern und spielen. | (Maar een hond betekent veel verantwoordelijkheid: uitlaten, voeren en spelen.) |
| 4. | Susanne: | Du hast recht. | (Je hebt gelijk.) |
| 5. | Carsten: | Was ist mit einem Hasen? | (Wat dacht je van een konijn?) |
| 6. | Susanne: | Ich finde, die Kinder lernen mit einem Hasen nicht so viel. | (Ik vind dat de kinderen met een konijn niet zo veel leren.) |
| 7. | Carsten: | Vielleicht hast du Recht. Was denkst du über eine Katze? | (Misschien heb je gelijk. Wat vind je van een kat?) |
| 8. | Susanne: | Eine Katze ist auch Verantwortung, aber sie ist selbständiger. | (Een kat is ook verantwoordelijkheid, maar ze is zelfstandiger.) |
| 9. | Carsten: | Das ist nicht so viel Arbeit wie bei einem Hund, aber man lernt trotzdem viel. | (Dat is niet zo veel werk als bij een hond, maar je leert toch veel.) |
| 10. | Susanne: | Ja. Die Kinder lernen, sich um die Katze zu kümmern. | (Ja. De kinderen leren voor de kat te zorgen.) |
1. Warum ist ein Hund für Carsten viel Verantwortung?
(Waarom is een hond voor Carsten veel verantwoordelijkheid?)2. Welches Haustier finden Carsten und Susanne am Ende am besten für die Kinder?
(Welk huisdier vinden Carsten en Susanne aan het einde het best voor de kinderen?)