A1.15 - Dagelijks eten
A1.15 - Dagelijks eten

A1.15 - Dagelijks eten - Spreken

Tägliche Nahrung


Übung: Gespreksoefening

  1. Beschreiben Sie, was die Personen auf dem Bild tun. (Zeg wat de mensen op de foto doen.)
  2. Nennen Sie die Namen der Gerichte auf den Bildern. (Zeg de naam van de gerechten op de foto's.)
  3. Was isst oder trinkst du? (Wat eet of drink je?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten