Die Possessivartikel 'mein', 'dein' und andere zeigen den Besitz im Nominativ an

(De possessief artikels ‘mein’, ‘dein’ en andere geven bezit in de nominatief aan.)

Wat doet een Duits bezittelijk voornaamwoord?

  • Bezittelijke voornaamwoorden (Possessivartikel) zeggen van wie iets is: mein Laptop, deine Schwester.
  • In het Duits passen ze zich aan aan het zelfstandig naamwoord, niet aan de persoon:
    • mein Vater (mannelijk, enkelvoud)
    • meine Mutter (vrouwelijk, enkelvoud)
    • meine Kinder (meervoud)
  • Hier gaat het alleen om de nominatief (onderwerp van de zin).

Stap 1 – Kies de juiste persoon: wie is de eigenaar?

Kijk altijd eerst: van wie is het?

Persoon Duits Betekenis
ikmein-mijn
jijdein-jouw
hij / hetsein-zijn
zij (enkelvoud)ihr-haar
wijunser-ons / onze
jullieeuer-jullie
zij (meervoud)ihr-hun
u (beleefd)Ihr-uw (altijd met hoofdletter)
  • sein = van een man of onzijdig ding: sein Auto (auto van Peter / van het hotel).
  • ihr (klein) = van een vrouw of van “zij” (meervoud): ihr Buch (haar boek) of ihr Buch (hun boek, uit context duidelijk).
  • Ihr (groot) = beleefd “u”: Ihr Termin (uw afspraak).

Stap 2 – Kies de juiste vorm: mannelijk, vrouwelijk of meervoud?

Je hebt nu de stam (bijv. mein-, dein-, ihr-). Nu kijk je naar het zelfstandig naamwoord in de nominatief.

Geslacht / aantal Lidwoord Voorbeeld met mein- Betekenis
Mannelijk der mein Bruder mijn broer
Onzijdig das mein Kind mijn kind
Vrouwelijk die meine Schwester mijn zus
Meervoud die meine Kinder mijn kinderen

Regel (nominatief):

  • mannelijk / onzijdig: stam zonder -e → mein, dein, sein, ihr, unser, euer, Ihr
  • vrouwelijk / meervoud: stam + -emeine, deine, seine, ihre, unsere, eure, Ihre

Let op: „euer” verandert een beetje

  • Stam is euer- (jullie).
  • Bij een -e uitgang valt de tweede e weg:
Mannelijk / onzijdigeuer Chefjullie baas
Vrouwelijkeure Kolleginjullie collega (vr.)
Meervoudeure Kinderjullie kinderen

Let op: hoofdletter of kleine letter?

  • Ihr / Ihre met hoofdletter = beleefd u / uw:
    • Ist das Ihre Visitenkarte, Frau Bauer?
  • ihr / ihre met kleine letter = haar of hun:
    • Das ist ihr Mann. (haar man)
    • Das sind ihre Kollegen. (hun collega’s)
  • In beleefde vragen in de u-vorm is Ihr altijd met hoofdletter.

Typische valkuilen voor Nederlandstaligen

  • 1. Te veel op het Nederlands letten
    • Nederlands: mijn vader, mijn moeder, mijn kinderen.
    • Duits: mein Vater, meine Mutter, meine Kinder.
    • Let op de -e bij vrouwelijk / meervoud.
  • 2. Verkeerde vorm bij vrouwelijk / meervoud
    • mein Schwestermeine Schwester
    • dein Elterndeine Eltern
  • 3. „sein” of „ihr”?
    • sein = van een man / onzijdig: Peter und sein Bruder.
    • ihr (klein) = van een vrouw of van „zij (mv)”: Anna und ihr Bruder; Die Kinder und ihr Lehrer (hun leraar).
  • 4. „Ihr” vergeten te kapitaliseren
    • ist das ihre Tochter, Frau König?Ist das Ihre Tochter, Frau König?

Stap-voor-stap: zo vorm je de juiste Possessivartikel

  1. Bepaal de eigenaar (ik, jij, hij, zij, wij, jullie, zij, u).
    • Voorbeeld: „Dat is de broer van Anna.” → eigenaar = zij.
    • Stam = ihr-.
  2. Bepaal het geslacht / aantal van het zelfstandig naamwoord.
    • der Bruder → mannelijk.
    • die Schwester → vrouwelijk.
    • die Eltern → meervoud.
  3. Kies de uitgang in de nominatief.
    • Mannelijk / onzijdig: geen -e.
    • Vrouwelijk / meervoud: + -e.
  4. Controleer met een mini-check:
    • Kun je „der/die/das” ervoor zetten? Dan klopt het meestal ook met mein/dein/sein …
    • der Bruderihr Bruder
    • die Schwesterihre Schwester

Mini-check: begrijp je het?

Probeer de vragen voor jezelf te beantwoorden (zonder te spieken).

  1. Welke vorm hoort bij ich + der Chef?
    • Antwoord: mein Chef.
  2. Welke vorm hoort bij du + die Kollegin?
    • Antwoord: deine Kollegin.
  3. Welke vorm hoort bij wir + die Kinder?
    • Antwoord: unsere Kinder.
  4. Welke vorm hoort bij Sie (beleefd) + die Tochter?
    • Antwoord: Ihre Tochter (met hoofdletter).
  5. Welke vorm hoort bij ihr (jullie) + die Eltern?
    • Antwoord: eure Eltern.

Wat moet je vooral onthouden?

  • Eerst: kies de juiste persoon (mein, dein, sein, ihr, unser, euer, Ihr).
  • Dan: kijk naar het zelfstandig naamwoord:
    • mannelijk / onzijdig → geen -e.
    • vrouwelijk / meervoud → + -e.
  • Ihr/Ihre als beleefdheid wordt altijd met hoofdletter geschreven.
  • Vergelijk met het lidwoord (der/die/das/die) als controle.

Als je deze stappen rustig volgt, kun je in gesprekken zelfverzekerd zeggen: Das ist mein/meine … en gericht naar de familie van anderen vragen.

  1. Het possessief artikel verwijst naar de bezittende persoon en past zich aan het zelfstandig naamwoord aan in genus, getal en naamval.
  2. De vorm verandert afhankelijk van de naamval – hier wordt de nominatief getoond.
Person (persoon)Maskulin / Neutral (mannelijk / onzijdig)Feminin (vrouwelijk)Plural (meervoud)
Ichmeinmeinemeine
Dudeindeinedeine
Er / Esseinseineseine
Sie (singular)ihrihreihre
Wirunserunsereunsere
Ihreuereureeure
Sie (plural)ihrihreihre

Uitzonderingen!

  1. De beleefdheidsvorm „Ihr / Ihre / Ihre“ wordt met een hoofdletter geschreven, ongeacht het genus.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Das ist ___ Bruder Lukas, und das ist meine Schwester Lea.

Dat is ___ broer Lukas, en dat is mijn zus Lea.)

2. Sind das ___ Eltern oder seine Eltern?

Zijn dat ___ ouders of zijn ouders?)

3. ___ Kinder sind in Berlin, und ihre Kinder sind in Hamburg.

___ kinderen zijn in Berlijn, en haar kinderen zijn in Hamburg.)

4. Ist das ___ Tochter, Frau König?

Is dat ___ dochter, mevrouw König?)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met het juiste bezittelijk voornaamwoord in de nominatief (mein, dein, sein, ihr, unser, euer, Ihr). Voorbeeld: Das ist der Laptop von mir. → Das ist mein Laptop.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Das ist die Mutter von mir.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Das ist meine Mutter.
    (Das ist meine Mutter.)
  2. Das ist der Bruder von dir.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Das ist dein Bruder.
    (Das ist dein Bruder.)
  3. Das sind die Kinder von ihm.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Das sind seine Kinder.
    (Das sind seine Kinder.)
  4. Ist das die Visitenkarte von Ihnen, Frau Bauer?
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ist das Ihre Visitenkarte, Frau Bauer?
    (Ist das Ihre Visitenkarte, Frau Bauer?)
  5. Das ist der Chef von uns.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Das ist unser Chef.
    (Das ist unser Chef.)
  6. Sind das die Kolleginnen von euch?
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Sind das eure Kolleginnen?
    (Sind das eure Kolleginnen?)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Beschrijf kort je gezin en vraag naar het gezin van je collega.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Sie treffen eine neue Kollegin beim Geschäftsessen und sprechen über Ihre Familien.
(U ontmoet een nieuwe collega tijdens een zakendiner en praat over elkaars families.)

Bespreek
  • Sind Sie ledig oder verheiratet? Erzählen Sie kurz dazu. (Bent u vrijgezel of getrouwd? Vertel er kort iets over.)
  • Wer gehört zu Ihrer Kernfamilie? Wie heißen Ihre Eltern oder Kinder? (Wie hoort er bij uw directe gezin? Hoe heten uw ouders of kinderen?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Das sind meine Eltern / Großeltern. (Dat zijn mijn ouders / grootouders.)
  • Mein Vater und meine Mutter wohnen in Deutschland. (Mijn vader en mijn moeder wonen in Duitsland.)
  • Ich bin verheiratet / Ich bin ledig. (Ik ben getrouwd / ik ben vrijgezel.)

Gebruik in gesprek
  • Das ist mein/meine ... (Dat is mijn/de ...)
  • Haben Sie Kinder? Ja, mein Sohn/meine Tochter ... (Heeft u kinderen? Ja, mijn zoon / mijn dochter ...)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Sophie Schmidt

Internationaal administratief management

Würzburger Dolmetscherschule

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 18/02/2026 17:06