A1.36 - Kamerplanten en tuinplanten
A1.36 - Kamerplanten en tuinplanten

A1.36 - Kamerplanten en tuinplanten - Spreken

Zimmerpflanzen und Gartenpflanzen


Übung: Gespreksoefening

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

  1. Sag, was du im Garten siehst. (Zeg wat je in de tuin kunt zien.)
  2. Beschreiben Sie Ihren eigenen oder Ihren idealen Garten. (Beschrijf je eigen of je ideale tuin.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Oefening: Schrijfopdracht (AI+)

Instructie: Schrijf een korte notitie (ca. 4 of 5 zinnen) aan het Office-team: Welke kamerplanten heb je thuis of op kantoor en hoe verzorg je ze? (AI+)

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Nuttige uitdrukkingen:

Bei mir gibt es … / Ich gieße … (montags / oft / selten). / Ich prüfe zuerst die Erde. / Können Sie bitte …?