Hoeveel kost de stoel?
Hoeveel kost de stoel?

Hoeveel kost de stoel?

Wie viel kostet der Stuhl?


Seit 2016 gibt es kontaktloses Bezahlen in Deutschland. Das Video zeigt was am kontaktlosen Bezahlen neu ist.
Sinds 2016 is er contactloos betalen in Duitsland. De video laat zien wat nieuw is aan contactloos betalen.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
An der Kasse Bij de kassa
Das Bezahlen Het betalen
Die Kartenzahlung De kaartbetaling
Die Bankkarte De bankkaart
Fünfundzwanzig Euro Vijfentwintig euro
An der Kasse funktioniert das Bezahlen ähnlich wie eine normale Kartenzahlung. (Bij de kassa werkt het betalen vergelijkbaar met een normale kaartbetaling.)
Die Geräte sind jedoch speziell ausgerüstet, sodass sie den Chip in der Bankkarte erkennen, ohne dass die Karte eingesteckt wird. (De apparaten zijn echter speciaal uitgerust, zodat ze de chip in de bankkaart herkennen zonder dat de kaart wordt ingestoken.)
Die Karte hält man etwa einen Zentimeter vom Gerät entfernt. (Je houdt de kaart ongeveer één centimeter van het apparaat vandaan.)
So soll das Bezahlen schneller gehen und zudem hygienischer sein. (Zo moet het betalen sneller gaan en bovendien hygiënischer zijn.)
Bei Beträgen bis zu fünfundzwanzig Euro muss man die PIN nicht eingeben. (Bij bedragen tot vijfentwintig euro hoef je de pincode niet in te voeren.)
Noch ist das kontaktlose Bezahlen nicht weit verbreitet. (Contactloos betalen is nog niet wijdverbreid.)
Neben Esso-Tankstellen nehmen nur wenige Geschäfte teil. (Naast Esso-tankstations doen maar weinig winkels mee.)

1. Wie weit hält man die Bankkarte vom Gerät entfernt?

(Hoe ver houd je de bankkaart van het apparaat vandaan?)

2. Warum ist kontaktloses Bezahlen vorteilhaft?

(Waarom is contactloos betalen voordelig?)

3. Was gilt bei Beträgen bis zu fünfundzwanzig Euro?

(Wat geldt bij bedragen tot vijfentwintig euro?)

4. Wo ist kontaktloses Bezahlen laut Text verbreitet?

(Waar is contactloos betalen volgens de tekst verbreid?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Matthias sieht von der Straße aus einen schönen Stuhl im Geschäft und versucht zu handeln.

Matthias ziet vanaf de straat een mooie stoel in de winkel en probeert te onderhandelen.
1. Matthias: Hallo. (Hallo.)
2. Verkäuferin: Guten Morgen. Wie kann ich Ihnen helfen? (Goedemorgen. Hoe kan ik u helpen?)
3. Matthias: Diese Stühle sind sehr schön. Wie viel kosten sie? (Deze stoelen zijn erg mooi. Hoeveel kosten ze?)
4. Verkäuferin: Ein Stuhl kostet 90 Euro. Sie sind in sehr gutem Zustand. (Een stoel kost 90 euro. Ze zijn in zeer goede staat.)
5. Matthias: 90 Euro ist viel Geld für einen Stuhl. Gibt es einen Rabatt, wenn ich vier Stühle nehme? (90 euro is veel geld voor een stoel. Is er korting als ik vier stoelen neem?)
6. Verkäuferin: Wenn Sie vier Stühle nehmen, können wir uns vielleicht auf 340 Euro einigen. (Als u vier stoelen neemt, kunnen we het misschien eens worden over 340 euro.)
7. Matthias: Das finde ich immer noch teuer. Dann kostet ein Stuhl 85 Euro. (Dat vind ik nog steeds duur. Dan kost een stoel 85 euro.)
8. Verkäuferin: Okay, ich mache Ihnen ein besseres Angebot: Sagen wir 320 Euro? (Oké, ik doe u een beter aanbod: zeggen we 320 euro?)
9. Matthias: 300 Euro, wenn ich mit Bargeld bezahle? (300 euro, als ik contant betaal?)
10. Verkäuferin: Das ist in Ordnung! (Dat is in orde!)

1. Was kostet ein Stuhl am Anfang?

(Wat kost een stoel in het begin?)

2. Wie viel bezahlt Matthias am Ende für vier Stühle?

(Hoeveel betaalt Matthias uiteindelijk voor vier stoelen?)