Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Öffnungszeiten und Kurszeiten: Fitnessstudio
Vul de lege plekken in: Mittag, Freitag, Abend, Sonntag, Samstag, Morgen, Montag, Vormittag
(Openingstijden en lestijden: fitnessstudio)
StadtFit – Öffnungszeiten und Kurse
Wir sind von bis von 6:00 bis 22:00 Uhr geöffnet. Am und sind wir von 8:00 bis 20:00 Uhr da. Am Wochenende ist es oft ruhig am .
Kurse: Am Montag um 18:30 Uhr ist Yoga. Am Mittwoch um 7:15 Uhr gibt es „Fit am “. Am Donnerstag um 12:15 Uhr ist „Express- “. Am Freitag um 19:00 Uhr ist „After Work“. Bitte kommen Sie 10 Minuten früher. Nach dem Kurs können Sie duschen und sich kurz ausruhen. Ab nächster Woche gibt es am Dienstag auch einen Kurs am .StadtFit – openingstijden en lessen
Wij zijn van maandag tot en met vrijdag geopend van 6:00 tot 22:00 uur. Op zaterdag en zondag zijn we er van 8:00 tot 20:00 uur. In het weekend is het ’s ochtends vaak rustig.
Lessen: Op maandag om 18:30 uur is er yoga. Op woensdag om 7:15 uur is er „Fit in de ochtend“. Op donderdag om 12:15 uur is er „Express-middag“. Op vrijdag om 19:00 uur is er „After Work“. Kom alstublieft 10 minuten eerder. Na de les kunt u douchen en even uitrusten. Vanaf volgende week is er op dinsdag ook een les in de avond.
Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.
Wann ist das Meeting?
An welchem Tag ist der Kurs?
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Am Montag ___ ich oft bis 7 Uhr.
(Op maandag ___ ik vaak tot 7 uur.)2. Um 8 Uhr ___ ich Frühstück und gehe dann zur Arbeit.
(Om 8 uur ___ ik en ga daarna naar het werk.)3. Vor der Arbeit ___ ich am Dienstag Sport.
(Voor het werk ___ ik op dinsdag.)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Dein Kollege möchte einen Termin finden. Antworte und sage, an welchem Tag du Zeit hast. (Verwende: Der Dienstag, Zeit haben, am Morgen)
(Je collega wil een afspraak plannen. Antwoord en zeg op welke dag je tijd hebt. (Gebruik: De dinsdag, tijd hebben, 's ochtends))Am Dienstag habe ich
(Op dinsdag heb ik ...)Voorbeeld:
Am Dienstag habe ich am Morgen Zeit.
(Op dinsdag heb ik 's ochtends tijd.)2. Du rufst in einer Arztpraxis an und möchtest einen Termin. Sage, wann du kommen kannst. (Verwende: Der Vormittag, am Mittwoch, früh)
(Je belt naar een dokterspraktijk en je wilt een afspraak. Zeg wanneer je kunt komen. (Gebruik: De voormiddag, op woensdag, vroeg))Ich kann am Vormittag
(Ik kan in de voormiddag ...)Voorbeeld:
Ich kann am Vormittag am Mittwoch kommen, gern früh.
(Ik kan in de voormiddag op woensdag komen, liefst vroeg.)Oefening 7: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over uw week: Op welke dagen werkt u, wanneer slaapt u en wat doet u in het weekend?
Nuttige uitdrukkingen:
Am Montag … / Um … Uhr … / Am Wochenende … / Ich mache …