Leer handige Duitse woorden en uitdrukkingen voor het bestellen in een restaurant, zoals bestellen (bestellen), Rechnung (rekening) en bringen (brengen), en oefen het gebruik van het Perfekt met "haben" en "sein" in praktische dialogen.
Woordenschat (16) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Orden de woorden bij de twee categorieën: Eten/Drinken of Restaurantservice.
Essen und Getränke
Restaurantservice
Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Die Pizzeria
De pizzeria
2
Frei
Vrij
3
Bestellen
Bestellen
4
Das Bier
Het bier
5
Das Gericht
Het gerecht
Übung 5: Gespreksoefening
Anleitung:
- Bestel wat je wilt van het menu. (Bestel wat je wilt van het menu.)
- Speel een dialoog in het restaurant af. (Speel een dialoog in het restaurant af.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Kann ich bitte die Speisekarte haben? Mag ik de menukaart alstublieft? |
Möchten Sie bestellen? Wil je bestellen? |
Ich möchte einen Salat als Vorspeise. Ik wil een salade als voorgerecht. |
Ich möchte Profiteroles zum Dessert. Ik wil profiteroles als dessert. |
Kann ich einen Tisch für vier Personen um 8 Uhr reservieren? Kan ik voor vier personen een tafel reserveren om 8 uur? |
Ich möchte eine Pizza als Hauptgericht. Ik wil een pizza als hoofdgerecht. |
... |
Oefening 6: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 7: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ich _____ heute Abend ein leckeres Gericht im Restaurant.
(Ik _____ vanavond een lekker gerecht in het restaurant.)2. Der Kellner _____ uns gleich die Getränke und den Salat.
(De ober _____ ons zo de drankjes en de salade.)3. Wir _____ das Menü schon ausgewählt und sind bereit zu bestellen.
(We _____ het menu al gekozen en zijn klaar om te bestellen.)4. Ich _____ gestern im Restaurant einen guten Wein _____ .
(Ik _____ gisteren in het restaurant een goede wijn _____ .)Oefening 8: Bestellen in het restaurant
Instructie:
Werkwoordschema's
Nehmen - Nemen
Präsens
- ich nehme
- du nimmst
- er/sie/es nimmt
- wir nehmen
- ihr nehmt
- sie nehmen
Essen - Eten
Perfekt
- ich habe gegessen
- du hast gegessen
- er/sie/es hat gegessen
- wir haben gegessen
- ihr habt gegessen
- sie haben gegessen
Trinken - Drinken
Perfekt
- ich habe getrunken
- du hast getrunken
- er/sie/es hat getrunken
- wir haben getrunken
- ihr habt getrunken
- sie haben getrunken
Fragen - Vragen
Perfekt
- ich habe gefragt
- du hast gefragt
- er/sie/es hat gefragt
- wir haben gefragt
- ihr habt gefragt
- sie haben gefragt
Bestellen - Bestellen
Präsens
- ich bestelle
- du bestellst
- er/sie/es bestellt
- wir bestellen
- ihr bestellt
- sie bestellen
Sein - Zijn
Perfekt
- ich bin gewesen
- du bist gewesen
- er/sie/es ist gewesen
- wir sind gewesen
- ihr seid gewesen
- sie sind gewesen
Oefening 9: Das Perfekt: Bildung mit „sein“ und „haben“
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: De voltooide tijd: vorming met „zijn” en „hebben”
Toon vertaling Toon antwoordengekommen, habe, getrunken, gegessen, habt, gefahren, ist, gegangen, bestellt, haben, bist, hast
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A1.39.1 Grammatik
Die meist gebrauchten Verben und ihre Partizip II - Form
De meest gebruikte werkwoorden en hun voltooid deelwoord
A1.39.2 Grammatik
Das Perfekt: Bildung mit „sein“ und „haben“
De voltooide tijd: vorming met „zijn” en „hebben”
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Nehmen nemen Delen Gekopieerd!
Präsens
Duits | Nederlands |
---|---|
(ich) nehme | ik neem |
(du) nimmst | jij neemt |
(er/sie/es) nimmt | hij/zij/het neemt |
(wir) nehmen | wij nemen |
(ihr) nehmt | jullie nemen |
(sie) nehmen | zij nemen |
Essen eten Delen Gekopieerd!
Perfekt
Duits | Nederlands |
---|---|
ich habe gegessen | ik heb gegeten |
du hast gegessen | jij hebt gegeten |
er/sie/es hat gegessen | hij/zij/het heeft gegeten |
wir haben gegessen | wij hebben gegeten |
ihr habt gegessen | jullie hebben gegeten |
sie haben gegessen | zij hebben gegeten |
Trinken drinken Delen Gekopieerd!
Perfekt
Duits | Nederlands |
---|---|
ich habe getrunken | ik heb gedronken |
du hast getrunken | jij hebt gedronken |
er/sie/es hat getrunken | hij/zij/het heeft gedronken |
wir haben getrunken | wij hebben gedronken |
ihr habt getrunken | jullie hebben gedronken |
sie haben getrunken | zij hebben gedronken |
Fragen vragen Delen Gekopieerd!
Perfekt
Duits | Nederlands |
---|---|
(ich) habe gefragt | ik heb gevraagd |
(du) hast gefragt | jij hebt gevraagd |
(er/sie/es) hat gefragt | hij/zij/het heeft gevraagd |
(wir) haben gefragt | wij hebben gevraagd |
(ihr) habt gefragt | jullie hebben gevraagd |
(sie) haben gefragt | zij hebben gevraagd |
Bestellen bestellen Delen Gekopieerd!
Präsens
Duits | Nederlands |
---|---|
(ich) bestelle | ik bestel |
(du) bestellst | jij bestelt |
(er/sie/es) bestellt | hij/zij/het bestelt |
(wir) bestellen | wij bestellen |
(ihr) bestellt | jullie bestellen |
(sie) bestellen | zij bestellen |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Duits oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Bestellen en uit eten gaan in het Duits
In deze les leer je hoe je in het Duits kunt bestellen en communiceren in een restaurant. Dit omvat belangrijke werkwoorden, zinnen en dialogen die je helpen een tafel te reserveren, gerechten en drankjes te bestellen, en vragen om de rekening. De focus ligt op het gebruik van dagelijkse uitdrukkingen en de correcte vervoeging van werkwoorden in de tegenwoordige tijd (Präsens) en het voltooid deelwoord (Perfekt).
Belangrijke werkwoorden en hun gebruik
We behandelen praktische werkwoorden zoals bestellen (bestellen), bringen (brengen), essen (eten), trinken (drinken) en fragen (vragen). Deze worden zowel in de tegenwoordige tijd als in het Perfekt gebruikt, bijvoorbeeld:
- Ich bestelle das Menü. (Ik bestel het menu.)
- Wir haben gegessen. (Wij hebben gegeten.)
- Kannst du mir bitte die Rechnung bringen? (Kun je mij alsjeblieft de rekening brengen?)
Useful phrases voor het restaurant
Enkele nuttige zinnen die je tijdens het uit eten gaan kunt gebruiken zijn:
- Haben Sie einen Tisch für zwei Personen frei? (Heeft u een tafel voor twee personen vrij?)
- Ich möchte das Menü bestellen, bitte. (Ik wil het menu bestellen, alstublieft.)
- Entschuldigung, die Rechnung bitte! (Pardon, de rekening graag!)
- Möchten Sie Trinkgeld geben? (Wilt u fooi geven?)
Dialogen oefenen
De les bevat dialogen om situaties na te bootsen, zoals het reserveren van een tafel, het bestellen van eten en drinken, en het vragen om de rekening. Dit helpt je spreken en luisteren te oefenen in een realistische context.
Woorden en zinnen organiseren
We maken onderscheid tussen woorden voor Essen und Getränke (eten en drinken) zoals der Salat, das Gericht, das Getränk, das Bier en woorden voor Restaurantservice zoals bestellen en bringen. Door deze indeling leer je sneller relevante woordenschat herkennen en gebruiken.
Specifieke verschillen met het Nederlands
### Werkwoordvervoeging en Satzbau
In het Duits wordt het voltooid deelwoord vaak gebruikt met hebben of zijn, bijvoorbeeld Ich habe gegessen. In het Nederlands gebruiken we vaker de verleden tijd zonder hulpwerkwoord, zoals "Ik at". Bovendien staat in het Duits het werkwoord vaak op de tweede plaats in de zin, terwijl het Nederlands flexibeler is. Phrasen zoals „Kannst du mir bitte die Rechnung bringen?” zijn letterlijk te vertalen als "Kun je me alsjeblieft de rekening brengen?" maar worden in het Nederlands natuurlijker gezegd als "Kun je me de rekening even brengen?".
### Nuttige woorden en uitdrukkingen
- Reservieren: reserveren (zoals in einen Tisch reservieren)
- Rechnung: rekening
- Trinkgeld: fooi
Deze woorden zul je veel tegenkomen tijdens het uit eten gaan en maken veel situaties begrijpelijker. Let ook op het gebruik van beleefdheidsvormen zoals Sie voor u en de vraagvormen die beleefdheid tonen.