Lessen

A1.6 - Je leeftijd zeggen

A1.6 - Je leeftijd zeggen - Oefeningen

Haal je boek

Oefening 1: Zinnen herschikken

Instructie: Maak correcte zinnen.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Toon antwoorden
1.
du? | alt | Wie | bist
Wie alt bist du?
(Hoe oud ben je?)
2.
bin | alt. | Ich | Jahre | 32
Ich bin 32 Jahre alt.
(Ik ben 32 jaar oud.)
3.
du | Geburtstag? | Wann | hast
Wann hast du Geburtstag?
(Wanneer ben je jarig?)
4.
am | Mai. | 5. | Mein | ist | Geburtstag
Mein Geburtstag ist am 5. Mai.
(Mijn verjaardag is op 5 mei.)
5.
eine Party | Feierst du | und Geschenken? | mit Kuchen
Feierst du eine Party mit Kuchen und Geschenken?
(Vier je een feestje met taart en cadeaus?)

Oefening 2: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Wie alt bist du? Ich bin 32 Jahre alt. (Hoe oud ben je? Ik ben 32 jaar oud.)
Mein Geburtstag ist am 12. Mai. Dann feiern wir zusammen. (Mijn verjaardag is op 12 mei. Dan vieren we samen.)
Heute bereite ich einen Kuchen vor, es ist eine Überraschungsparty. (Vandaag bereid ik een taart voor, het is een verrassingsfeest.)
Zum Geburtstag schenke ich dir ein Geschenk. Herzlichen Glückwunsch! (Voor je verjaardag geef ik je een cadeau. Van harte gefeliciteerd!)

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audio en beantwoord de vragen.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Gratis DE

Audio voorbereiden…

DE + NL

Audio voorbereiden…

1. Wann hat Laura Geburtstag?

(Wanneer is Laura jarig?)
Gratis DE

Audio voorbereiden…

DE + NL

Audio voorbereiden…

2. Was macht Tim heute?

(Wat doet Tim vandaag?)

Oefening 4: Werkwoordsvervoegingen

Instructie: Kies de juiste oplossing

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Nächste Woche ___ ich 30 Jahre alt.

(Volgende week ___ ik 30 jaar oud.)

2. ___ ihr am Samstag eine kleine Geburtstagsfeier?

(___ jullie zaterdag een klein verjaardagsfeest?)

3. Ich ___ heute einen Kuchen für meinen Geburtstag vor.

(Ik ___ vandaag een taart voor mijn verjaardag voor.)

Oefening 5: Dialoogbegrip

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Gratis DE

Audio voorbereiden…

DE + NL

Audio voorbereiden…

Kleines Gespräch in der Kaffeeküche

Nina (Kollegin): Show Hallo, ich bin Nina. Wie alt bist du?

(Hallo, ik ben Nina. Hoe oud ben jij?)

Alex (neuer Kollege): Show Hallo Nina, ich bin 32 Jahre alt. Und du?

(Hallo Nina, ik ben 32 jaar oud. En jij?)

Nina (Kollegin): Show Ich bin 29. Mein Geburtstag ist im Mai, am 14. Mai.

(Ik ben 29. Mijn verjaardag is in mei, op 14 mei.)

Alex (neuer Kollege): Show Ah, dann: Herzlichen Glückwunsch im Mai!

(Ah, dan: van harte gefeliciteerd in mei!)


Open vragen:

1. Wie alt ist Alex?

Hoe oud is Alex?

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Du bist neu im Büro. In der Kaffeeküche stellt sich eine Kollegin vor und fragt nach deinem Alter. Antworte kurz und freundlich. (Verwende: Wie alt..., Ich bin..., Jahre alt)

(Je bent nieuw op kantoor. In de koffiekeuken stelt een collega zich voor en vraagt naar je leeftijd. Antwoord kort en vriendelijk. (Gebruik: Hoe oud..., Ik ben..., jaar oud))

Ich bin     Jahre alt.

(Ik ben ... jaar oud.)

Voorbeeld:

Ich bin 32 Jahre alt.

(Ik ben 32 jaar oud.)

2. Du lernst eine Person in einem Kurs kennen. Du willst höflich nach dem Alter fragen. Stelle die Frage kurz und freundlich. (Verwende: Wie alt..., du, bitte)

(Je leert iemand kennen in een cursus. Je wilt beleefd naar de leeftijd vragen. Stel de vraag kort en vriendelijk. (Gebruik: Hoe oud..., jij, alsjeblieft))

Wie alt bist du     ?

(Hoe oud ben je ...?)

Voorbeeld:

Wie alt bist du, bitte?

(Hoe oud ben je, alsjeblieft?)

Duits leren voor beginners - Snel en praktisch naar A1!

ISBN 979-13-88253-09-6

Deze app ondersteunt dit boek.

Amazon.nl