Bijwoorden van frequentie (immer, oft, nie)

Adverbien der Häufigkeit (immer, oft, nie)


Lerne, wie du mit Wörtern wie „immer“, „oft“ oder „nie“ über Häufigkeiten sprechen kannst.

(Leer hoe je met woorden zoals „immer“, „oft“ of „nie“ over frequenties kunt spreken.)

Wat drukken deze bijwoorden uit?

  • immer = altijd (100%)
  • fast immer = bijna altijd (±90%)
  • oft = vaak (±75%)
  • manchmal = soms (±50%)
  • selten = zelden (±25%)
  • fast nie = bijna nooit (±10%)
  • nie = nooit (0%)

Tip: Zie het als een “frequentieschaal”. Hoe hoger, hoe vaker.

Basisregel: plek in de zin

In een gewone hoofdzin staat het bijwoord van frequentie direct na het vervoegde werkwoord.

Structuur Voorbeeld
Onderwerp + werkwoord + frequentie + rest Ich gehe oft joggen.
Tijd + werkwoord + frequentie + rest Nach der Arbeit gehe ich oft joggen.

Zo check je het in 10 seconden

  1. Zoek het vervoegde werkwoord (gehe, mache, spielt, schwimmt…).
  2. Zet het frequentiewoord er meteen achter.
  3. Komt er nog een tweede werkwoord (infinitief) zoals joggen / schwimmen / boxen? Dan staat dat meestal achteraan.
Goed Niet doen
Ich gehe nie boxen. Ich gehe boxen nie.
Wir spielen fast immer Basketball. Wir spielen Basketball fast immer.

Veelgemaakte fout: tijdsbepaling “duwt” het bijwoord niet weg

In het Nederlands zetten we vaak makkelijk achteraan. In het Duits klinkt dat snel onnatuurlijk.

  • ✅ Ich mache am Wochenende immer Sport.
  • Ich mache am Wochenende Sport immer.

Snelle mini-voorbeelden (professioneel en natuurlijk)

  • Ich arbeite oft am Abend.
  • Wir treffen uns manchmal nach der Arbeit.
  • Er fährt selten mit dem Auto.
  • Sie ist fast immer pünktlich.

Zelftest: heb je het onder de knie?

  • Kun je in elke zin het vervoegde werkwoord direct aanwijzen?
  • Staat het frequentiewoord meteen erna?
  • Staat een tweede werkwoord (infinitief) nog achteraan?

Als je op alle drie “ja” kunt zeggen, zit je woordvolgorde goed.

  1. Frequentie-adverbia staan na het vervoegde werkwoord.
Adverb (Bijwoord)Beispiel (Voorbeeld)
Immer (100%) (Altijd (100%))Ich mache immer Sport am Wochenende. (Ik sport altijd in het weekend.)
Fast immer (90%) (Bijna altijd (90%))Sie geht fast immer ins Fitnessstudio. (Zij gaat bijna altijd naar de sportschool.)
Oft (75%) (Vaak (75%))Wir spielen oft Basketball nach der Schule. (Wij spelen vaak basketbal na school.)
Manchmal (50%) (Soms (50%))Er schwimmt manchmal im See. (Hij zwemt soms in het meer.)
Selten (25%) (Zelden (25%))Ich tanze selten, aber ich mag es. (Ik dans zelden, maar ik vind het leuk.)
Fast nie (10%) (Bijna nooit (10%))Wir spielen fast nie Tennis. (Wij spelen bijna nooit tennis.)
Nie (0%) (Nooit (0%))Ich gehe nie boxen. (Ik ga nooit boksen.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Ich mache am Wochenende ___ Sport.

Ik doe in het weekend ___ aan sport.

2. Nach der Arbeit gehe ich ___ joggen.

Na het werk ga ik ___ joggen.

3. Ich gehe ___ boxen.

Ik ga ___ boksen.

4. Wir spielen ___ Basketball nach dem Training.

Wij spelen ___ basketbal na de training.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen en zet het frequentiebijwoord (altijd, bijna altijd, vaak, soms, zelden, bijna nooit, nooit) op de juiste plaats: na het vervoegde werkwoord. Voorbeeld: „Ich gehe schwimmen.“ → „Ich gehe oft schwimmen.“

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (oft) Ich mache am Wochenende Sport.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ich mache am Wochenende oft Sport.
    (Ik doe in het weekend vaak aan sport.)
  2. Hint Hint (fast immer) Sie geht ins Fitnessstudio.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Sie geht fast immer ins Fitnessstudio.
    (Zij gaat bijna altijd naar de sportschool.)
  3. Hint Hint (fast nie) Wir spielen nach der Arbeit Tennis.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Wir spielen nach der Arbeit fast nie Tennis.
    (Wij spelen na het werk bijna nooit tennis.)
  4. Hint Hint (manchmal) Er schwimmt im See.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Er schwimmt manchmal im See.
    (Hij zwemt soms in het meer.)
  5. Hint Hint (selten) Ich tanze, aber ich mag es.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ich tanze selten, aber ich mag es.
    (Ik dans zelden, maar ik vind het leuk.)
  6. Hint Hint (immer) Du gehst joggen.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Du gehst immer joggen.
    (Jij gaat altijd joggen.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Plan samen een sportweek en vraag naar frequentie en tijden.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Du sprichst nach der Arbeit mit einer Kollegin über Sport und Trainingspläne.
(Je praat na het werk met een collega over sport en trainingsplannen.)

Bespreek
  • Welche Sportarten machst du in der Woche und wie oft? (Welke sporten doe je in de week en hoe vaak?)
  • An welchen Tagen und zu welcher Zeit trainierst du normalerweise? (z.B. abends, am Wochenende) (Op welke dagen en op welk tijdstip train je normaal gesproken? (bijv. 's avonds, in het weekend))

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ich gehe oft joggen. (Ik ga vaak joggen.)
  • Am Wochenende mache ich immer Training. (In het weekend train ik altijd.)
  • Ich schwimme manchmal im Schwimmbad. (Ik zwem soms in het zwembad.)

Gebruik in gesprek
  • Ich mache immer/oft/manchmal Sport. (Ik sport altijd/vaak/soms.)
  • Ich gehe fast nie/nie ins Fitnessstudio. (Ik ga bijna nooit/nooit naar de fitness.)
  • Kommst du oft mit zum Training? (Ga je vaak mee naar de training?)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Sophie Schmidt

Internationaal administratief management

Würzburger Dolmetscherschule

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 16/04/2026 20:47