In deze les leer je de Duitse personalpronomen in de datiefvorm, zoals 'mir' (aan mij), 'dir' (aan jou) en 'ihnen' (aan hen/u). Begrijp hoe deze vormen bij verschillende personen en getallen veranderen, essentieel voor correcte zinnen zoals "Ich gebe mir das Buch".
  1. In de datief verandert de vorm van het persoonlijk voornaamwoord afhankelijk van persoon en getal.
Person (Persoon)Singular (Enkelvoud)Person (Persoon)Plural (Meervoud)
IchmirWiruns
DudirIhreuch
ErihmSie ihnen
Sie ihr  
Esihm  

Uitzonderingen!

  1. De beleefdheidsvorm „Ihnen“ wordt altijd met een hoofdletter geschreven.

Oefening 1: Personalpronomen - Dativ

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

euch, ihr, dir, Ihnen, mir, uns, ihm

1. Er:
: Wir bringen ... zu Ostern ein kleines Geschenk.
(We brengen hem met Pasen een klein cadeautje.)
2. Sie (Singular):
: Im Urlaub gebe ich ... ein Buch.
(Tijdens de vakantie geef ik haar een boek.)
3. Sie (höfliche Anrede):
: Ich wünsche ... ein frohes neues Jahr!
(Ik wens u een gelukkig nieuwjaar!)
4. Ihr:
: Ich erkläre ... am 5. Juli das Programm.
(Ik leg jullie op 5 juli het programma uit.)
5. Wir:
: Frohe Weihnachten! – Der Feiertag bringt ... immer Freude.
(Vrolijk kerstfeest! – De feestdag brengt ons altijd vreugde.)
6. Sie (Singular):
: Der Karneval gefällt ... sehr gut.
(Het carnaval bevalt haar zeer goed.)
7. Ich:
: Am 1. Mai schenkst du ... eine Schokolade.
(Op 1 mei geef je mij een chocolade.)
8. Du:
: Am Anfang des Urlaubs koche ich ... eine Suppe.
(Aan het begin van de vakantie kook ik een soep voor je.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ich gebe ___ Mann das Geschenk zum Geburtstag.

(Ik geef ___ man het cadeau voor zijn verjaardag.)

2. Wir schicken ___ Frau eine Einladung für die Feier am Montag.

(We sturen ___ vrouw een uitnodiging voor het feest op maandag.)

3. Kannst du ___ Kind das Buch vorlesen?

(Kun je ___ kind het boek voorlezen?)

4. Ich bringe ___ Kindern am Feiertag Süßigkeiten mit.

(Ik neem ___ kinderen op de feestdag snoep mee.)

5. Am Montag gebe ich ___ Freundin das Geschenk.

(Op maandag geef ik ___ vriendin het cadeau.)

6. Wir wünschen ___ ein frohes neues Jahr.

(We wensen ___ een gelukkig nieuwjaar.)

Persoonlijke voornaamwoorden in de datief

In deze les leer je hoe je persoonlijke voornaamwoorden in het Duits verandert als ze in de datief staan. De datief geeft aan aan wie of voor wie iets gebeurt, bijvoorbeeld in zinnen als „Ich gebe mir das Buch“ of „Wir schreiben ihnen einen Brief“.

Overzicht van de datiefvormen

De vormen van de persoonlijke voornaamwoorden in de datief veranderen afhankelijk van persoon en getal:

  • Ich wordt mir
  • Du wordt dir
  • Er wordt ihm
  • Sie (zij) wordt ihr
  • Es wordt ihm
  • Wir wordt uns
  • Ihr wordt euch
  • Sie (meervoud of beleefdheidsvorm) wordt ihnen of Ihnen (de beleefdheidsvorm wordt altijd met een hoofdletter geschreven)

Wanneer gebruik je de datief?

De datief wordt gebruikt om het indirecte object van een zin aan te duiden. Dit betekent dat het de persoon of het ding is dat voordeel heeft bij de actie, bijvoorbeeld: „Ich gebe dem Mann das Geschenk.“ Hier is „dem Mann“ in de datief.

Belangrijke punten en voorbeelden

  • De datievorm is vaak gekoppeld aan bepaalde voorzetsels en werkwoorden.
  • De beleefdheidsvorm „Ihnen“ is altijd met een hoofdletter, ook in de datief.
  • In het Nederlands gebruik je vaak een voorzetsel zoals „aan“ om het indirecte object aan te geven, in het Duits verandert de vorm van het woord zelf.
  • Voorbeelden van zinnen met datief zijn: Ich gebe mir das Buch. en Wir wünschen Ihnen ein frohes neues Jahr.

Vergelijking met het Nederlands

In het Nederlands verander je het persoonlijke voornaamwoord meestal niet wanneer het het indirecte object is, maar gebruik je vaak een voorzetsel zoals „aan“ (bijvoorbeeld: ik geef hem het boek). In het Duits verandert de vorm echter wel. Bijvoorbeeld:

  • Duits: Ich gebe ihm das Buch.
  • Nederlands: Ik geef hem het boek.

Enkele handige Duitse uitdrukkingen met datief:

  • mir – aan mij
  • dir – aan jou
  • ihm – aan hem/het
  • ihr – aan haar
  • uns – aan ons
  • euch – aan jullie
  • Ihnen – aan u (beleefdheidsvorm)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Sophie Schmidt

Internationaal administratief management

Würzburger Dolmetscherschule

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 18/07/2025 00:21