A1.12 - Seizoenen, maanden en delen van het jaar
Haal je boekLeer de seizoenen en maanden.
Beschrijf het weer in elk seizoen en elke maand.
Vertel wat je doet in welke maand van het jaar.
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig zult hebben.
Marlon en Tina praten over hun favoriete jaargetijden en hebben erg verschillende meningen.
Handelingen in de nabije toekomst uitdrukken.
Breng in de praktijk wat je hebt geleerd.