Personalpronomen im Nominativ ersetzen das Subjekt und zeigen Person, Zahl und Geschlecht an.
(Persoonlijke voornaamwoorden in de nominatief vervangen het onderwerp en geven persoon, getal en geslacht aan.)
- De aanspreekvorm "Du" wordt in informele situaties gebruikt.
| Singular (Enkelvoud) | Plural (Meervoud) |
|---|---|
| Ich (Ik) | Wir (Wij) |
| Du (Jij) | Ihr (Jullie) |
| Er / Sie / Es (Hij / Zij / Het) | Sie (Zij) |
Uitzonderingen!
- „Sie“ wordt als beleefde aanspreekvorm gebruikt voor een of meerdere personen in formele situaties en wordt in de zin altijd met een hoofdletter geschreven.