Contactgegevens vragen en geven.
Geven van en vragen naar adressen.
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Een pakket versturen
Anna gaat naar het postkantoor omdat ze een pakket naar haar tante wil sturen.
Grammatica: Zelfstandig naamwoord en lidwoord - Accusatief (der/die/das oder ein/eine)
De accusatief geeft het lijdend voorwerp van een zin aan – dus wat iemand doet/krijgt/ziet of wie iemand ziet.
Grammatica: Persoonlijke voornaamwoorden en bezittelijke voornaamwoorden - lijdend voorwerp (mir, meinen/meine, etc.)
De bezittelijke voornaamwoorden in de accusatief zijn mein, dein, ... en beantwoorden de vraag „Wessen?“. De persoonlijk voornaamwoorden in de accusatief zijn mich, dich, ... en beantwoorden de vraag „Wen?“.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!