1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (15)

Das Geburtsjahr

Das Geburtsjahr Show

Geboortejaar Show

Der Geburtsort

Der Geburtsort Show

Geboorteplaats Show

Die Adresse

Die Adresse Show

Adres Show

Die Straße

Die Straße Show

Straat Show

Die Hausnummer

Die Hausnummer Show

Huisnummer Show

Die Postleitzahl

Die Postleitzahl Show

Postcode Show

Die Vorwahl

Die Vorwahl Show

Landcode/gebiedscode Show

Die Telefonnummer

Die Telefonnummer Show

Telefoonnummer Show

Die E-Mail-Adresse

Die E-Mail-Adresse Show

E-mailadres Show

Die E-Mail

Die E-Mail Show

E-mail Show

Das Handy

Das Handy Show

Mobiele telefoon Show

Der Kontakt

Der Kontakt Show

Contact Show

Wohnen

Wohnen Show

Wonen Show

Geben

Geben Show

Geven Show

Bekommen

Bekommen Show

Krijgen Show

4. Oefeningen

Oefening 1: Zinnen herschikken

Instructie: Maak correcte zinnen.

Toon antwoorden
1.
meine Adresse | 15. | Ich wohne | in Berlin, | ist Müllerstraße
Ich wohne in Berlin, meine Adresse ist Müllerstraße 15.
(Ik woon in Berlijn, mijn adres is Müllerstraße 15.)
2.
und Ihre | mir bitte | Können Sie | Telefonnummer geben? | Ihre Adresse
Können Sie mir bitte Ihre Adresse und Ihre Telefonnummer geben?
(Kunt u mij alstublieft uw adres en telefoonnummer geven?)
3.
Vorwahl ist | 030. | und die | ist 13353 | Meine Postleitzahl
Meine Postleitzahl ist 13353 und die Vorwahl ist 030.
(Mijn postcode is 13353 en het netnummer is 030.)
4.
Ihnen meine | 2345678. | Ich gebe | Handynummer: 0151
Ich gebe Ihnen meine Handynummer: 0151 2345678.
(Ik geef u mijn mobiele nummer: 0151 2345678.)
5.
ist | E-Mail-Adresse, | bitte? | Ihre | Wie
Wie ist Ihre E-Mail-Adresse, bitte?
(Wat is uw e-mailadres, alstublieft?)
6.
Ihnen eine | meinen Kontakt. | haben Sie | E-Mail, dann | Ich schreibe
Ich schreibe Ihnen eine E-Mail, dann haben Sie meinen Kontakt.
(Ik stuur u een e-mail, dan heeft u mijn contactgegevens.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Wo ___ du jetzt, in welcher Straße wohnst du genau?

(Waar ___ je nu, in welke straat woon je precies?)

2. Ich ___ jetzt in der Hauptstraße 15 in Berlin.

(Ik ___ nu in de Hoofdstraat 15 in Berlijn.)

3. Können Sie mir bitte Ihre E-Mail-Adresse ___?

(Kunt u mij alstublieft uw e-mailadres ___?)

4. Wir ___ dem Amt unsere neue Adresse und Telefonnummer.

(Wij ___ het kantoor ons nieuwe adres en telefoonnummer.)

Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Du bist im Bürgeramt und meldest dich in der Stadt an. Die Mitarbeiterin fragt nach deiner Adresse. Antworte und sage deine Straße, Hausnummer und Stadt. (Verwende: die Adresse, die Straße, die Hausnummer)

(Je bent bij het gemeentehuis en meldt je in de stad aan. De medewerkster vraagt naar je adres. Geef antwoord en noem je straat, huisnummer en stad. (Gebruik: het adres, de straat, het huisnummer))

Meine Adresse ist  

(Mijn adres is ...)

Voorbeeld:

Meine Adresse ist Hauptstraße 12 in Berlin.

(Mijn adres is Hauptstraße 12 in Berlijn.)

2. Du bist neu im Büro. Eine Kollegin möchte dich als neuen Kontakt im Handy speichern und fragt nach deiner Telefonnummer. Antworte und nenne eine passende Nummer. (Verwende: die Telefonnummer, das Handy, der Kontakt)

(Je bent nieuw op kantoor. Een collega wil je als nieuw contact op haar telefoon opslaan en vraagt naar je telefoonnummer. Geef antwoord en noem een passend nummer. (Gebruik: het telefoonnummer, de mobiele telefoon, het contact))

Meine Telefonnummer ist  

(Mijn telefoonnummer is ...)

Voorbeeld:

Meine Telefonnummer ist 0151 2345678.

(Mijn telefoonnummer is 0151 2345678.)

3. Du machst einen Termin beim Zahnarzt. Die Assistentin fragt nach deiner E-Mail-Adresse, um die Bestätigung zu schicken. Antworte passend. (Verwende: die E-Mail-Adresse, die E-Mail, bekommen)

(Je maakt een afspraak bij de tandarts. De assistente vraagt naar je e-mailadres om de bevestiging te sturen. Geef een passend antwoord. (Gebruik: het e-mailadres, de e-mail, krijgen))

Meine E-Mail-Adresse ist  

(Mijn e-mailadres is ...)

Voorbeeld:

Meine E-Mail-Adresse ist anna.meier@example.com.

(Mijn e-mailadres is anna.meier@example.com.)

4. Du lernst deinen neuen Nachbarn kennen. Er fragt: „Wo wohnen Sie?“ Antworte und sage kurz, wo du wohnst. (Verwende: wohnen, die Stadt, die Straße)

(Je leert je nieuwe buur kennen. Hij vraagt: "Waar woont u?" Beantwoord en zeg kort waar je woont. (Gebruik: wonen, de stad, de straat))

Ich wohne  

(Ik woon ...)

Voorbeeld:

Ich wohne in München, in der Lindenstraße.

(Ik woon in München, in de Lindenstraße.)

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 3 of 4 zinnen en geef een eigen adres en uw belangrijkste contactgegevens (echt of verzonnen).

Nuttige uitdrukkingen:

Meine Adresse ist … / Ich wohne in … / Meine Telefonnummer ist … / Meine E-Mail-Adresse ist …

Übung 6: Gespreksoefening

Anleitung:

  1. Fragen Sie jemanden nach ihren Kontaktinformationen. (Vraag iemand om hun contactgegevens.)
  2. Teilen Sie Ihre Adresse und Kontaktdaten. (Deel uw adres en contactgegevens.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Wie lautet Ihre Adresse?

Wat is jouw adres?

Meine E-Mail ist student@colanguage.com.

Mijn e-mailadres is student@colanguage.com.

Meine Telefonnummer ist 61385748.

Mijn telefoonnummer is 61385748.

Kann ich Ihre Telefonnummer haben?

Mag ik je telefoonnummer?

Kannst du es mir auf WhatsApp schicken?

Kun je het me op WhatsApp sturen?

Haben Sie Instagram?

Heb je Instagram?

Meine Adresse ist "Hauptstraße, Nummer 5".

Mijn adres is "Hoofdstraat, nummer 5".

...