A1.40 - Sport en beweging
A1.40 - Sport en beweging

A1.40 - Sport en beweging - Oefeningen

Sport und Bewegung


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Ich spiele oft Basketball nach der Arbeit. (Ik speel vaak basketbal na het werk.)
Kommst du zum Training mit? (Kom je mee naar de training?)
Ich gehe nie boxen im Fitnessstudio. (Ik ga nooit boksen in de sportschool.)
Wir laufen morgens im Park. (We rennen 's ochtends in het park.)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Fit nach der Arbeit: Angebote im Sportzentrum

Vul de lege plekken in: Basketball, Anmeldung, Training, Laufen, oft, Joggen, Schwimmen, Turnen

(Fit na het werk: Aanbod in het sportcentrum)

Sportzentrum Mitte – KursangeboteFür Berufstätige gibt es kurze Kurse am Abend. Montags und mittwochs findet das „Fit in 45“ statt: leichtes und . Dienstags gibt es im Hallenbad. Freitags ist in der Sporthalle. Bitte bringen Sie saubere Sportschuhe und ein Handtuch mit.

Ein Schnuppertermin ist kostenlos. Danach kostet eine 10er-Karte 60 Euro. : online oder an der Rezeption. Viele Teilnehmer machen Sport nach der Arbeit. Wer Knieprobleme hat, kann statt lieber schwimmen. So bleiben Sie fit.
Sportzentrum Mitte – Cursusaanbod (april)

Voor werkenden zijn er korte cursussen in de avond. Op maandag en woensdag is de training „Fit in 45”: lichte gymnastiek en hardlopen. Op dinsdag is er zwemmen in het overdekte zwembad. Op vrijdag is er basketbal in de sporthal. Neem alstublieft schone sportschoenen en een handdoek mee.

Een proefles is gratis. Daarna kost een tienrittenkaart 60 euro. Aanmelding: online of bij de receptie. Veel deelnemers sporten vaak na het werk. Wie knieproblemen heeft, kan in plaats van joggen beter zwemmen. Zo blijft u fit.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Hallo, hier ist Jana. Ich mache oft nach der Arbeit im Fitnessstudio Training, so gegen 18 Uhr. Heute mache ich auch Sport. Willst du mitkommen?

Wozu lädt Jana ein?

(Waarvoor nodigt Jana uit?)
2. Guten Abend. Der Basketballkurs beginnt um 19 Uhr in Halle zwei. Bitte bringen Sie Sportschuhe und einen Ball mit. Wer kein Basketball spielt, kann um 20 Uhr joggen.

Was sollen die Leute für den Basketballkurs mitbringen?

(Wat moeten de mensen meenemen voor de basketbalcursus?)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ich ___ oft nach der Arbeit im Hallenbad.

(Ich ___ oft nach der Arbeit im Hallenbad.)

2. Am Samstag ___ ich manchmal im Park.

(Am Samstag ___ ich manchmal im Park.)

3. Wir ___ gestern Basketball ___ und danach noch ein bisschen gedeht.

(Wir ___ gestern Basketball ___ und danach noch ein bisschen gedeht.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Du bist neu im Büro. In der Pause fragt dich eine Kollegin: „Machst du Sport?“ Antworte kurz und sag, was du machst. (Verwende: der Sport, Sport machen, fit sein)

(Je bent nieuw op kantoor. In de pauze vraagt een collega: “Doe jij aan sport?” Antwoord kort en zeg wat je doet. (Gebruik: der Sport, Sport machen, fit sein))

Ich mache    

(Ik doe ...)

Voorbeeld:

Ich mache Sport. Ich jogge zweimal pro Woche und ich möchte fit sein.

(Ik doe aan sport. Ik ga twee keer per week hardlopen en ik wil fit zijn.)

2. Ein Freund schreibt dir: „Ich gehe heute ins Fitnessstudio. Kommst du mit?“ Antworte und sag ja oder nein. (Verwende: mitkommen, das Training, keine Zeit)

(Een vriend schrijft je: “Ik ga vandaag naar de sportschool. Ga je mee?” Antwoord en zeg ja of nee. (Gebruik: mitkommen, das Training, keine Zeit))

Ich komme    

(Ik ga ...)

Voorbeeld:

Ja, ich komme mit. Heute habe ich Zeit und ich mache gern Training.

(Ja, ik ga mee. Vandaag heb ik tijd en ik train graag.)

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Hey! Ich bin Nina aus dem Büro 😊

Ich mache nach der Arbeit Sport. Hast du heute Zeit? Wir können 30 Minuten laufen oder im Park Basketball spielen.

Machst du oft Sport? Was machst du gern? Kommst du um 18:30 Uhr mit?


Hey! Ik ben Nina van kantoor 😊

Na het werk doe ik graag sport. Heb je vandaag tijd? We kunnen 30 minuten lopen of in het park basketbal spelen.

Doe jij vaak aan sport? Wat doe je graag? Ga je om 18:30 uur mee?


Nuttige zinnen:

  1. Ich kann heute (nicht) mitkommen, weil ...

    (Ik kan vandaag (niet) meegaan, omdat ...)

  2. Ich mache oft ... / Ich gehe nie ...

    (Ik sport vaak ... / Ik ga nooit ...)

  3. Um 18:30 Uhr passt mir (nicht).

    (Om 18:30 uur komt het (niet) uit.)

Hi Nina, danke! Ich kann heute mitkommen. Um 18:30 Uhr passt es mir. Ich mache oft Sport, ich jogge manchmal. Heute können wir gern laufen. Basketball spiele ich selten. Bis später!

Hi Nina, bedankt! Ik kan vandaag meegaan. Om 18:30 uur komt het voor mij uit. Ik sport vaak; ik jog soms. Vandaag kunnen we gerust gaan lopen. Basketbal speel ik zelden. Tot straks!