Schönheit ist individuell. Jeder Mensch empfindet andere Merkmale als schön, doch auf manche Dinge kann man sich einigen...
Schoonheid is individueel. Iedereen vindt andere eigenschappen mooi, maar over sommige dingen kunnen we het eens zijn...

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
Schön Mooi
Kurze Haare Kort haar
Lange Haare Lang haar
Locken Krullen
Muskeln Spieren
Schlank Slank
Merkmale Kenmerken
Backenknochen Jukbeenderen
Was findest du an Menschen schön? (Wat vind jij mooi aan mensen?)
Blaue Augen, grüne oder braune? (Blauwe ogen, groene of bruine?)
Kurze Haare, lange Haare oder solche mit Locken? (Kort haar, lang haar of haar met krullen?)
Ein Körper mit Muskeln oder lieber schlank? (Een lichaam met spieren of liever slank?)
Was du schön findest, hat mit deinem eigenen Geschmack zu tun. (Wat jij mooi vindt, heeft met je eigen smaak te maken.)
Forscher haben aber herausgefunden, dass es einige Merkmale gibt, die viele Menschen schön finden. (Onderzoekers hebben echter ontdekt dat er een aantal kenmerken zijn die veel mensen mooi vinden.)
Dazu gehören zum Beispiel glatte Haut und ein symmetrisches Gesicht. (Daaronder vallen bijvoorbeeld een gladde huid en een symmetrisch gezicht.)
Das ist ein Gesicht, bei dem beide Seiten möglichst ähnlich sind. (Dat is een gezicht waarbij beide kanten zo veel mogelijk op elkaar lijken.)
Bei Frauen und Männern werden unterschiedliche Merkmale als schön empfunden. (Bij vrouwen en mannen worden verschillende kenmerken als mooi ervaren.)
Bei Frauen zum Beispiel: große Augen, volle Lippen und hohe Backenknochen; bei Männern zum Beispiel ein kräftiges, kantiges Kinn. (Bij vrouwen bijvoorbeeld: grote ogen, volle lippen en hoge jukbeenderen; bij mannen bijvoorbeeld een sterke, hoekige kin.)

1. Wovon hängt es ab, was jemand schön findet?

(Waar hangt het van af wat iemand mooi vindt?)

2. Welche Merkmale finden viele Menschen schön?

(Welke kenmerken vinden veel mensen mooi?)

3. Was bedeutet „ein symmetrisches Gesicht“?

(Wat betekent „een symmetrisch gezicht“?)

4. Welche Merkmale werden bei Frauen genannt?

(Welke kenmerken worden bij vrouwen genoemd?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Timo und Laura sehen im Büro einen neuen Mitarbeiter und sind unsicher, ob sie ihn kennen

Timo en Laura zien op kantoor een nieuwe medewerker en zijn onzeker of ze hem kennen
1. Timo: Ist das nicht Tim? (Is dat niet Tim?)
2. Laura: Welcher Tim? (Welke Tim?)
3. Timo: Der, der hier vor ein paar Jahren gearbeitet hat. (Diegene die hier een paar jaar geleden gewerkt heeft.)
4. Laura: Der mit den blonden Haaren und der Brille? (Die met het blonde haar en de bril?)
5. Timo: Er trägt eine Brille, aber er hat braune Haare. (Hij draagt een bril, maar hij heeft bruin haar.)
6. Laura: Braune Haare? Meinst du den großen Tim aus dem Marketing? (Bruin haar? Bedoel je de lange Tim van marketing?)
7. Timo: Nein, er war zwar im Marketing, aber er ist ziemlich klein. (Nee, hij zat wel bij marketing, maar hij is behoorlijk klein.)
8. Laura: Also: Er ist klein, trägt eine Brille und hat braune Haare. Hat er einen Bart? (Dus: Hij is klein, draagt een bril en heeft bruin haar. Heeft hij een baard?)
9. Timo: Nein, er hat keinen Bart. Genauer kann ich ihn nicht beschreiben. (Nee, hij heeft geen baard. Nauwkeuriger kan ik hem niet beschrijven.)
10. Laura: Okay, vielleicht kenne ich ihn einfach nicht. (Oké, misschien ken ik hem gewoon niet.)
11. Timo: Das kann natürlich auch sein. (Dat kan natuurlijk ook.)

1. Wie sieht der Tim aus, den Timo meint?

(Hoe ziet de Tim eruit die Timo bedoelt?)

2. Was sagt Timo über den Bart von Tim?

(Wat zegt Timo over de baard van Tim?)