Ontdek in deze les Modaladverbien zoals "vielleicht" (misschien), "leider" (helaas) en "sehr" (zeer), die je mening, waarschijnlijkheid en intensiteit uitdrukken in het Duits.
  1. Ze staan meestal direct voor het vervoegde werkwoord, of aan het begin van de zin met inversie.
  2. Modale bijwoorden kunnen ook worden gecombineerd met andere bijwoorden of modale werkwoorden. Voorbeeld: Er kann vielleicht trotzdem kommen.
Kategorie (categorie)Modaladverb (modale bijwoord)Beispiel (voorbeeld)
Handlungsweise (Handelingswijze)schnellEr rennt schnell zur Arbeit.
vorsichtigSie fährt vorsichtig.
Gefühl / Meinung (Gevoel / Mening)gernIch esse gern Pizza.
Wahrscheinlichkeit (Waarschijnlijkheid)vielleichtVielleicht kommt er morgen.
bestimmtDu hast bestimmt recht.
wahrscheinlichWahrscheinlich regnet es.
Höflichkeit / Bedauern (Hoffelijkheid / spijt)leiderLeider habe ich keine Zeit.
Intensität (Intensiteit)sehrIch bin sehr müde.

Oefening 1: Modaladverbien

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

vorsichtig, Vielleicht, Wahrscheinlich, Leider, bestimmt, Bestimmt, schnell, sehr

1.
... kann ich dich heute nicht anrufen. Tut mir leid!
(Helaas kan ik je vandaag niet bellen. Het spijt me!)
2.
Ich bin unsicher. ... hast du nur einen Schnupfen.
(Ik ben onzeker. Misschien heb je alleen maar een verkoudheid.)
3.
Wir haben nicht viel Zeit. Du musst ... zum Arzt!
(We hebben niet veel tijd. Je moet snel naar de dokter!)
4.
Du bist krank! Du hustest ... stark!
(Je bent ziek! Je hoest heel erg!)
5.
Nimm die Medikamente! ... ist das Fieber morgen dann besser.
(Neem de medicijnen! Het koorts zal morgen vast beter zijn.)
6.
Du bist nicht krank! ... hast du nur einen Schnupfen.
(Je bent niet ziek! Waarschijnlijk heb je alleen maar een verkoudheid.)
7.
Wo tut es weh? Soll ich mal ... drücken?
(Waar doet het pijn? Zal ik eens voorzichtig drukken?)
8.
Der Arzt kann dir ... helfen. Da bin ich mir sicher!
(De arts kan je zeker helpen. Daar ben ik zeker van!)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. ___ habe ich heute Fieber.

(___ heb ik vandaag koorts.)

2. ___ kann ich nicht zur Arbeit gehen, weil ich krank bin.

(___ kan ik niet naar het werk gaan, omdat ik ziek ben.)

3. Du hast ___ eine Erkältung.

(Je hebt ___ een verkoudheid.)

4. Ich fühle mich ___ müde.

(Ik voel me ___ moe.)

5. ___ oft tut mir der Kopf weh.

(___ vaak doet mijn hoofd pijn.)

6. Ich esse ___ Suppe, wenn ich krank bin.

(Ik eet ___ soep als ik ziek ben.)

Inleiding tot Modaladverbien

In deze les leer je over Modaladverbien in het Duits, ook wel modale bijwoorden genoemd. Deze woorden geven extra informatie over de handeling, mening, waarschijnlijkheid, intensiteit of houding binnen een zin. Ze zijn essentieel voor het uitdrukken van nuances in communicatie op A1-niveau.

Wat zijn Modaladverbien?

Modaladverbien verduidelijken waarom of hoe iets wordt gedaan of wat de spreker van iets vindt. Ze staan meestal direct vóór het vervoegde werkwoord in de zin, of aan het begin van een zin gevolgd door inversie (omkering van de woordvolgorde).

Voorbeelden van categorieën en woorden

  • Handelingswijze: snel, vorsichtig
  • Gevoel / Mening: gern
  • Waarschijnlijkheid: vielleicht, bestimmt, wahrscheinlich
  • Höflichkeit / Bedauern: leider
  • Intensiteit: sehr

Voorbeeldzinnen zijn onder andere: Er rennt schnell zur Arbeit. en Vielleicht kommt er morgen.

Belangrijke regels voor gebruik

  • Modaladverbien kunnen gecombineerd worden met andere bijwoorden of modale werkwoorden, zoals in Er kann vielleicht trotzdem kommen.
  • Zij staan in de regel net vóór het vervoegde werkwoord, wat typisch is voor de Duitse zinsstructuur.

Verschillen met het Nederlands

In het Duits zijn modaladverbien veel strakker gebonden aan de positie vlak voor het vervoegde werkwoord, terwijl in het Nederlands modale bijwoorden vaak flexibeler kunnen worden geplaatst. Daarnaast kent het Duits meer specifieke modaladverbien die sommige nuances aangeven die in het Nederlands soms met meerdere woorden of zinsdelen worden uitgedrukt. Bijvoorbeeld het Duitse gern wordt in het Nederlands vaak vertaald als „graag" en geeft een voorkeur of plezier aan. Ook de inversie na een bijwoord aan het begin van de zin is in het Duits een veelvoorkomend verschijnsel: Vielleicht komme ich morgen. (Nederlands: „Misschien kom ik morgen.")

Handige woorden om te onthouden zijn vielleicht (misschien), bestimmt (zeker/vast), leider (helaas) en sehr (zeer/erg). Deze modaladverbien helpen je om je mening, gevoelens en verwachtingen op een natuurlijke en Duitse manier uit te drukken.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Sophie Schmidt

Internationaal administratief management

Würzburger Dolmetscherschule

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 17/07/2025 23:09