Leer de demonstratieve voornaamwoorden dieser, diese, dieses gebruiken om vormen als Dreieck, Quadrat en Kreis te beschrijven, inclusief eigenschappen als rund, eckig, krumm en gerade.
Woordenschat (17) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Orden de volgende woorden in de twee categorieën om vormen en hun eigenschappen beter te begrijpen.
Formen (geometrische Figuren)
Eigenschaften von Formen
Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Das Quadrat
Het vierkant
2
Krumm
Scheef
3
Der Kreis
De cirkel
4
Hoch
Hoog
5
Das Rechteck
De rechthoek
Übung 5: Gespreksoefening
Anleitung:
- Beschrijf de afbeeldingen en vergelijk ze. (Beschrijf de afbeeldingen en vergelijk ze.)
- Vraag de anderen wat ze liever hebben. Kleinere of grotere auto's, ... ? (Vraag de anderen wat ze liever hebben. Kleinere of grotere auto's, .... ?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Dieses Auto ist klein und alt. Deze auto is klein en oud. |
Das Auto ist größer und neuer. Die auto is groter en nieuwer. |
Die Jungen tragen breitere Hosen. De jongens dragen bredere broeken. |
Welches Auto bevorzugen Sie? Welke auto heb je liever? |
Ich bevorzuge ein kleineres, aber moderneres Auto. Ik geef de voorkeur aan een kleinere maar modernere auto. |
Ich bevorzuge alte Autos. Ik geef de voorkeur aan oude auto's. |
Die Straße ist sehr schmal. De straat is erg smal. |
... |
Oefening 6: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 7: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Dieser Stuhl ___ gut zu dem runden Tisch.
(Deze stoel ___ goed bij de ronde tafel.)2. Magst du diesen breiten Teppich im Wohnzimmer? (Verb fehlt)
(Vind je dit brede tapijt in de woonkamer leuk? (Werkwoord ontbreekt))3. Diese hohen Regale ___ nicht in das kleine Büro.
(Deze hoge kasten ___ niet in het kleine kantoor.)4. Ich finde, dieser runde Spiegel ___ perfekt an diese Wand.
(Ik vind dat deze ronde spiegel ___ perfect aan deze muur.)Oefening 8: Vormen in de woonkamer
Instructie:
Werkwoordschema's
Helfen - Helpen
Präsens
- ich helfe
- du hilfst
- er/sie/es hilft
- wir helfen
- ihr helft
- sie/Sie helfen
Wählen - Kiezen
Präsens
- ich wähle
- du wählst
- er/sie/es wählt
- wir wählen
- ihr wählt
- sie/Sie wählen
Passen - Passen
Präsens
- ich passe
- du passt
- er/sie/es passt
- wir passen
- ihr passt
- sie/Sie passen
Fragen - Vragen
Präsens
- ich frage
- du fragst
- er/sie/es fragt
- wir fragen
- ihr fragt
- sie/Sie fragen
Sagen - Zeggen
Präsens
- ich sage
- du sagst
- er/sie/es sagt
- wir sagen
- ihr sagt
- sie/Sie sagen
Freuen - Kijken
Präsens
- ich freue
- du freust
- er/sie/es freut
- wir freuen
- ihr freut
- sie/Sie freuen
Oefening 9: Das Demonstrativpronomen (dieser, diese, dieses)
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Het aanwijzend voornaamwoord (deze, dit, deze)
Toon vertaling Toon antwoordenDieser, dieses, diesem, Dieses, Diese, diesen, diese
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A1.27.1 Grammatik
Das Demonstrativpronomen (dieser, diese, dieses)
Het aanwijzend voornaamwoord (deze, dit, deze)
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Passen passen Delen Gekopieerd!
Präsens
Duits | Nederlands |
---|---|
(ich) passe | ik pas |
(du) passt | jij past |
(er/sie/es) passt | hij/zij/het past |
(wir) passen | wij passen |
(ihr) passt | jullie passen |
(sie) passen | zij passen |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Duits oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Overzicht van de les: Vormen en demonstratieve voornaamwoorden
In deze les leer je de Duitse demonstratieve voornaamwoorden dieser, diese, dieses toepassen in de context van vormen en geometrische figuren. De les richt zich op het herkennen en beschrijven van vormen zoals das Dreieck (de driehoek), das Quadrat (het vierkant), das Rechteck (de rechthoek) en der Kreis (de cirkel).
Belangrijke woordenschat: vormen en eigenschappen
Naast de namen van de vormen, leer je ook veelgebruikte bijvoeglijke naamwoorden om eigenschappen te beschrijven:
- eckig – hoekig
- rund – rond
- gerade – recht
- krumm – krom
Gebruik van demonstratieve voornaamwoorden
De demonstratieve voornaamwoorden dieser (mannelijk), diese (vrouwelijk) en dieses (onzijdig) worden gebruikt om specifieke vormen aan te wijzen of vergelijken. Bijvoorbeeld:
- Dieser Tisch ist rund und klein. (Deze tafel is rond en klein.)
- Welches ist dieses Dreieck, und welches ist dieses Quadrat? (Welk is deze driehoek en welk is dit vierkant?)
Praktijk en dagelijkse situatie
Je oefent met zinnen die je kunt gebruiken bij het beschrijven van meubels, kantoorartikelen of kunstvoorwerpen. Dit helpt je om vormen te benoemen en voorkeuren uit te drukken, bijvoorbeeld:
- Ich mag diesen runden Kreis, er ist sehr leicht. (Ik vind deze ronde cirkel leuk, hij is erg licht.)
- Dieser schwere Koffer hat eine krumme Form, aber er ist praktisch. (Deze zware koffer heeft een kromme vorm, maar hij is praktisch.)
Verschillen tussen het Duits en Nederlands
In het Duits is het belangrijk om het juiste demonstratief pronomen te kiezen volgens het geslacht (mannelijk, vrouwelijk, onzijdig) en de naamval. In het Nederlands gebruiken we meestal het aanwijzend voornaamwoord deze of dit zonder geslachtsonderscheid, bijvoorbeeld:
- Duits: dieser Stuhl (deze stoel, mannelijk)
- Nederlands: deze stoel (mannelijk of vrouwelijk)
Let ook op het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden achter het demonstratief pronomen in het Duits, die vaak overeenkomen met het Nederlandse gebruik.
Nuttige uitdrukkingen om te oefenen
- Welches ist dieses Quadrat? – Welk is dit vierkant?
- Dieser Tisch ist rund und klein. – Deze tafel is rond en klein.
- Diese Formen passen gut zusammen. – Deze vormen passen goed bij elkaar.
- Ich finde diesen Stuhl schön. – Ik vind deze stoel mooi.