Kartoffelsalat ist eine sehr bekannte deutsche Beilage, die man zu fast jedem Gericht essen kann. Max zeigt in dem Video wie man Kartoffelsalat zubereitet.
Aardappelsalade is een zeer bekende Duitse bijgerecht, die je bij bijna elk gerecht kunt eten. Max laat in de video zien hoe je aardappelsalade bereidt.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
Die Kartoffeln De aardappelen
Die Zwiebel De ui
Etwas Essig Een beetje azijn
Rinderbrühe oder Gemüsebrühe Runderbouillon of groentebouillon
Eine Prise Salz Een snufje zout
Wenn du diesen Kartoffelsalat machst, willst du wahrscheinlich die ganze Schale nicht wegwerfen. (Als je deze aardappelsalade maakt, wil je waarschijnlijk niet de hele schil weggooien.)
Ich habe hier gekochte Kartoffeln, die noch warm sind. (Ik heb hier gekookte aardappelen die nog warm zijn.)
Die schneide ich jetzt in kleine Scheiben. (Die snijd ik nu in kleine plakjes.)
Ganz wichtig: noch feste Kartoffeln, sonst ist das Schneiden schwierig. (Heel belangrijk: nog stevige aardappelen, anders is snijden moeilijk.)
Jetzt geben wir eine Zwiebel dazu, gefolgt von etwas Essig. (Nu voegen we een ui toe, gevolgd door wat azijn.)
Dann kommen hundert Milliliter Brühe dazu. (Daarna voegen we honderd milliliter bouillon toe.)
Rinderbrühe oder Gemüsebrühe – je nachdem, worauf ihr Lust habt. (Runderbouillon of groentebouillon – afhankelijk van waar jullie zin in hebben.)
Eine schöne Prise Salz. (Een mooi snufje zout.)
Je nachdem, wie salzig eure Brühe ist, mehr oder weniger Salz. (Afhankelijk van hoe zout jullie bouillon is, meer of minder zout.)
Und ein bisschen Pfeffer. (En een beetje peper.)

1. Wie sind die Kartoffeln am Anfang?

(Hoe zijn de aardappelen aan het begin?)

2. Warum sollen die Kartoffeln noch fest sein?

(Waarom moeten de aardappelen nog stevig zijn?)

3. Was gibt man nach der Zwiebel dazu?

(Wat voeg je na de ui toe?)

4. Welche Brühe nennt der Sprecher als Möglichkeit?

(Welke bouillon noemt de spreker als mogelijkheid?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Maja und Timon sprechen in der Mittagspause auf der Arbeit über Majas Abendessen

Maja en Timon praten tijdens de middagpauze op het werk over Maja's avondeten
1. Timon: Und, was hast du heute zum Mittagessen dabei? (En, wat heb je vandaag mee voor de lunch?)
2. Maja: Heute leider nur ein Brot mit Käse. Aber heute Abend koche ich! (Vandaag helaas alleen een boterham met kaas. Maar vanavond kook ik!)
3. Timon: Was willst du kochen? Hast du schon ein Rezept im Kopf? (Wat wil je koken? Heb je al een recept in je hoofd?)
4. Maja: Ja, ich möchte einen Kartoffelsalat machen. Das ist ein altes Rezept von meiner Oma. (Ja, ik wil een aardappelsalade maken. Dat is een oud recept van mijn oma.)
5. Timon: Hast du schon alles zu Hause, was du für den Kartoffelsalat brauchst? (Heb je al alles in huis wat je voor de aardappelsalade nodig hebt?)
6. Maja: Öl, Salz, Pfeffer und Kartoffeln auf jeden Fall. (Olie, zout, peper en aardappelen in ieder geval.)
7. Timon: Aber Kartoffelsalat ist doch nur eine Beilage. Was isst du dazu? (Maar aardappelsalade is toch maar een bijgerecht. Wat eet je erbij?)
8. Maja: Das weiß ich noch nicht genau. Vielleicht Fleisch. (Dat weet ik nog niet precies. Misschien vlees.)
9. Timon: Brauchst du denn keine Kräuter für den Kartoffelsalat? (Heb je dan geen kruiden nodig voor de aardappelsalade?)
10. Maja: Petersilie passt, glaube ich, gut zum Kartoffelsalat. (Peterselie past, denk ik, goed bij de aardappelsalade.)
11. Timon: Dann solltest du noch Petersilie kaufen. (Dan moet je nog peterselie kopen.)

1. Was will Maja heute Abend kochen?

(Wat wil Maja vanavond koken?)

2. Was soll Maja noch kaufen?

(Wat moet Maja nog kopen?)