Leer in deze les handige Duitse richtingaanduidingen zoals rechts, links, geradeaus (rechtdoor) en belangrijke locaties als der Bahnhof (station), die Haltestelle (halte), en das Stadtzentrum (centrum) voor het vragen en geven van wegbeschrijvingen.
Woordenschat (19) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Orden de volgende woorden in twee zinvolle categorieën die te maken hebben met routebeschrijvingen in de stad.
Orte in der Stadt
Richtungsangaben
Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Der Bahnhof
Het station
2
Geradeaus
Rechtdoor
3
Der Bahnsteig
Het perron
4
Zurückkommen
Terugkomen
5
Nah
Dichtbij
Übung 5: Gespreksoefening
Anleitung:
- Vraag hoe je naar een gebouw moet gaan. (Vragen hoe je naar een gebouw gaat.)
- Geef de anderen aanwijzingen. (Geef de anderen aanwijzingen.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Gibt es eine Bushaltestelle in der Nähe? Is er een bushalte in de buurt? |
Gehen Sie geradeaus und dann nehmen Sie die zweite Straße links. Ga rechtdoor en neem dan de tweede straat links. |
Der Bahnhof ist neben dem Park. Het treinstation is naast het park. |
Weißt du, wo die Schule ist? Weet je waar de school is? |
Ja, Sie müssen einfach geradeaus gehen. Ja, je moet gewoon rechtdoor gaan. |
Kennen Sie den Weg zum Hauptplatz? Weet je de weg naar het hoofdplein? |
... |
Oefening 6: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 7: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Entschuldigung, können Sie mir sagen, wie ich zum Stadtzentrum ______?
(Pardon, kunt u mij vertellen hoe ik bij het stadscentrum ______?)2. Sie müssen geradeaus ______ und dann links abbiegen.
(U moet rechtdoor ______ en dan linksaf slaan.)3. Der Laden ist links vom Platz, Sie sind richtig ______.
(De winkel is links van het plein, u bent goed ______.)4. Kommen Sie zur Haltestelle und dann ______ Sie zum Bahnhof zurück.
(Kom naar de halte en dan ______ u terug bij het station.)Oefening 8: De weg naar het treinstation vragen
Instructie:
Werkwoordschema's
Sein - Zijn
Perfekt
- ich bin
- du bist
- er/sie/es ist
- wir sind
- ihr seid
- sie/Sie sind
Haben - Hebben
Perfekt
- ich habe
- du hast
- er/sie/es hat
- wir haben
- ihr habt
- sie/Sie haben
Kommen - Komen
Perfekt
- ich bin gekommen
- du bist gekommen
- er/sie/es ist gekommen
- wir sind gekommen
- ihr seid gekommen
- sie/Sie sind gekommen
Sagen - Zeggen
Präsens
- ich sage
- du sagst
- er/sie/es sagt
- wir sagen
- ihr sagt
- sie/Sie sagen
Erklären - Uitleggen
Präsens
- ich erkläre
- du erklärst
- er/sie/es erklärt
- wir erklären
- ihr erklärt
- sie/Sie erklären
Gehen - Lopen
Präsens
- ich gehe
- du gehst
- er/sie/es geht
- wir gehen
- ihr geht
- sie/Sie gehen
Müssen - Moeten
Präsens
- ich muss
- du musst
- er/sie/es muss
- wir müssen
- ihr müsst
- sie/Sie müssen
Oefening 9: Ortsangaben und Wegbeschreibungen: Rechts, Links, Geradeaus...
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Plaatsaanduidingen en routebeschrijvingen: rechts, links, rechtdoor...
Toon vertaling Toon antwoordenim, in der Nähe, weit weg vom, links vom, in der Nähe von, rechts vom, gegenüber von der
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A1.43.1 Grammatik
Ortsangaben und Wegbeschreibungen: Rechts, Links, Geradeaus...
Plaatsaanduidingen en routebeschrijvingen: rechts, links, rechtdoor...
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Gehen gaan Delen Gekopieerd!
Perfekt
Duits | Nederlands |
---|---|
(ich) bin gegangen | ik ben gegaan |
(du) bist gegangen | jij bent gegaan |
(er/sie/es) ist gegangen | hij/zij/het is gegaan |
(wir) sind gegangen | wij zijn gegaan |
(ihr) seid gegangen | jullie zijn gegaan |
(sie) sind gegangen | zij zijn gegaan |
Kommen komen Delen Gekopieerd!
Perfekt
Duits | Nederlands |
---|---|
(ich) bin gekommen | ik ben gekomen |
(du) bist gekommen | je bent gekomen |
(er/sie/es) ist gekommen | hij/zij/het is gekomen |
(wir) sind gekommen | wij zijn gekomen |
(ihr) seid gekommen | jullie zijn gekomen |
(sie) sind gekommen | zij zijn gekomen |
Zurückkommen terugkomen Delen Gekopieerd!
Präsens
Duits | Nederlands |
---|---|
(ich) komme zurück | ik kom terug |
(du) kommst zurück | jij komt terug |
(er/sie/es) kommt zurück | hij/zij/het komt terug |
(wir) kommen zurück | wij komen terug |
(ihr) kommt zurück | jullie komen terug |
(sie) kommen zurück | zij komen terug |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Duits oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Inleiding: Wegvragen en Richtingen Geven in het Duits
In deze les leer je hoe je in het Duits naar de weg kunt vragen en duidelijke aanwijzingen kunt geven. Dit is een essentiële vaardigheid voor dagelijks gebruik, vooral wanneer je je in een Duitse stad of omgeving bevindt waar je niet bekend bent. Je leert belangrijke plaatsnamen en richtingsaanwijzingen, samen met typische zinnen voor goede communicatie.
Belangrijke Plaatsen in de Stad
Om goed te kunnen vragen waar iets ligt of iemand te helpen met een route, is het nuttig om eerst vertrouwd te raken met namen van veelvoorkomende plekken in een stad. In deze les komen onder andere de volgende plaatsen aan bod:
- das Stadtzentrum (het stadscentrum)
- der Bahnhof (het station)
- die Haltestelle (de halte)
- der Laden (de winkel)
- die Informationsstelle (informatiepunt)
- die Kreuzung (het kruispunt)
Richtingsaanwijzingen en Locatiebepalingen
Naast het kennen van plaatsnamen is het belangrijk om vertrouwd te raken met richtingen en termen die de locatie aangeven, zoals:
- geradeaus (rechtdoor)
- links (links)
- rechts (rechts)
- gegenüber von (tegenover)
Deze woorden gebruik je om iemand in duidelijke stappen de weg te wijzen.
Typische Vragen en Zinnen
Hier volgen enkele voorbeeldzinnen die je helpen bij het stellen van vragen en geven van richtingen:
- Entschuldigung, wo ist der Bahnhof? (Pardon, waar is het station?)
- Gehen Sie geradeaus bis zur Kreuzung und dann nach links. (Ga rechtdoor tot het kruispunt en dan naar links.)
- Die Haltestelle ist rechts vom Bahnhof. (De halte is rechts van het station.)
- Ist der Laden neben der Informationsstelle? (Is de winkel naast het informatiepunt?)
- Ja, der Laden ist gegenüber vom Platz. (Ja, de winkel is tegenover het plein.)
- Kann ich zum Stadtzentrum einfach zu Fuß gehen? (Kan ik gewoon lopend naar het stadscentrum?)
Praktische Dialogkaarten
Op deze pagina vind je ook praktische dialogen om mee te oefenen, zoals het vragen naar het museum bij het station of het aangeven van de weg naar de apotheek in het stadscentrum. Hierdoor leer je niet alleen de losse woorden, maar ook hoe je ze in context gebruikt.
Verwerk Je Werkwoordkennis
De les bevat ook oefeningen met werkwoordvervoegingen die frequent voorkomen in routevragen en -antwoorden, bijvoorbeeld kommen (komen), gehen (gaan), en müssen (moeten). Je leert deze werkwoorden in de tegenwoordige tijd (Präsens) en voltooide tijd (Perfekt) correct toe te passen.
Verschillen en Overeenkomsten tussen Duits en Nederlands
Een interessant aspect van deze les is het vergelijken van Duitse en Nederlandse uitdrukkingen voor locatie en richting. Zo wordt bijvoorbeeld het Duitse geradeaus gebruikt voor 'rechtdoor', wat letterlijk ook zo vertaald kan worden. Het Nederlandse 'tegenover' komt overeen met het Duitse gegenüber von, waarbij het Duitse woord meestal met de naamval datief wordt gebruikt (gegenüber dem Platz), terwijl in het Nederlands geen naamvalverandering is.
Ook de vraagconstructie in het Duits gebruikt vaak de beleefde vorm Sie bij het wegvragen: Entschuldigung, können Sie mir sagen..., die je in het Nederlands vaak vertaalt als Kunt u mij zeggen.... Let op dat in het Duits de werkwoordsvormen aangepast worden volgens de vervoeging en naamvallen, wat in het Nederlands minder streng is.
Hier een paar handige zinnen om te onthouden:
- Wie komme ich zum Bahnhof? (Hoe kom ik bij het station?)
- Gehen Sie geradeaus und dann links. (Ga rechtdoor en dan links.)
- Der Laden ist neben der Informationsstelle. (De winkel is naast het informatiepunt.)
- Die Haltestelle ist rechts vom Bahnhof. (De halte is rechts van het station.)