Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Mir gefällt das rote Auto für die Firma. (Ik vind het rode auto van het bedrijf mooi.)
Die graue Wand im Büro gefällt mir nicht. (De grijze muur op kantoor bevalt me niet.)
Ich mag das blaue Logo auf den T-Shirts. (Ik vind het blauwe logo op de T-shirts leuk.)
Dir gefallen die grünen Stühle im Besprechungsraum. (Jou bevallen de groene stoelen in de vergaderzaal.)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Farbberatung im Möbelhaus

Vul de lege plekken in: weiße, Weiß, gefällt, Grün, Farbe, mögen, Rot, Blau, Farbberatung, gefallen

(Kleuradvies in het meubelhuis)

Im Möbelhaus „Wohnzeit“ gibt es heute eine kostenlose . Viele Kundinnen und Kunden suchen eine neue für das Wohnzimmer. Eine Beraterin zeigt Stoffe, Kissen und Teppiche in , Gelb, , Grau und . Sie erklärt: Warme Farben wie und Orange machen den Raum gemütlich. Kalte Farben wie Blau und Grau wirken modern.

Ein Kunde sagt: „Unsere Couch ist grau. Mir ein grüner Teppich.“ Die Beraterin nickt: „Grün passt gut zu Grau. Viele Kundinnen und Kunden auch gelbe Kissen. Das gibt schöne Akzente.“ Ein anderes Paar sucht Vorhänge. Sie sagen: „Uns rosa Vorhänge nicht. Wir mögen lieber helle, Vorhänge.“
In het meubelhuis “Wohnzeit” is er vandaag gratis kleuradvies. Veel klanten zoeken een nieuwe kleur voor de woonkamer. Een adviseuse laat stoffen, kussens en vloerkleden zien in blauw, geel, groen, grijs en wit. Ze legt uit: warme kleuren zoals rood en oranje maken de ruimte gezellig. Koude kleuren zoals blauw en grijs geven een moderne uitstraling.

Een klant zegt: “Onze bank is grijs. Ik vind een groen vloerkleed mooi.” De adviseuse knikt: “Groen past goed bij grijs. Veel klanten vinden gele kussens ook leuk. Dat geeft mooie accenten.” Een ander stel zoekt gordijnen. Zij zeggen: “We vinden roze gordijnen niet mooi. We houden liever van lichte, witte gordijnen.”

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Guten Tag, hier ist die Firma König. Wir brauchen neue Stofftaschen für eine Messe. Mir gefallen die Taschen in Blau und Grau am besten. Die roten Taschen mag ich nicht.

Welche Taschen findet die Sprecherin am besten für die Messe?

(Welke tassen vindt de spreekster het beste voor de beurs?)
2. Ich bin im Autohaus und suche ein Firmenauto. Das weiße Auto gefällt mir nicht, es ist zu schlicht. Mir gefällt das grüne Auto, und das graue Auto gefällt mir auch.

Für welche Autofarben interessiert sich der Sprecher?

(Voor welke autokleuren is de spreker geïnteresseerd?)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ich ___ blaue Hemden, aber mir gefällt das graue Hemd heute nicht.

(Ik ___ blauwe overhemden, maar het grijze overhemd bevalt me vandaag niet.)

2. Welche Farbe ___ Sie für das neue Firmenlogo: grün, blau oder orange?

(Welke kleur ___ u voor het nieuwe bedrijfslogo: groen, blauw of oranje?)

3. Wir ___ die hellen Büros, aber uns gefällt die gelbe Wand nicht.

(Wij ___ de lichte kantoren, maar de gele muur vinden we niet mooi.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Du bist im Büro und bestellst neue Tassen mit dem Firmenlogo. Am Telefon fragt die Mitarbeiterin: „Welche Farbe sollen die Tassen haben?“ Antworte. (Verwende: die Farbe, Blau, schön)

(Je bent op kantoor en bestelt nieuwe mokken met het bedrijfslogo. Aan de telefoon vraagt de medewerkster: "Welke kleur moeten de mokken hebben?" Beantwoord. (Gebruik: die Farbe, Blau, schön))

Die Farbe soll    

(Die Farbe soll ...)

Voorbeeld:

Die Farbe soll blau sein, das sieht schön aus.

(Die Farbe soll blau sein, das sieht schön aus.)

2. Du bist im Autohaus in Deutschland. Du möchtest ein Firmenauto leasen. Die Verkäuferin fragt: „Welche Farbe mögen Sie?“ Antworte. (Verwende: mögen, Grau, praktisch)

(Je bent bij de autodealer in Duitsland. Je wilt een bedrijfsauto leasen. De verkoopster vraagt: "Welke kleur vindt u mooi?" Beantwoord. (Gebruik: mögen, Grau, praktisch))

Ich mag    

(Ich mag ...)

Voorbeeld:

Ich mag grau, das ist für ein Firmenauto praktisch.

(Ich mag grau, das ist für ein Firmenauto praktisch.)

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Lea 🟢:
Hey, ich kaufe heute Farbe für das Wohnzimmer.

Unsere Couch ist grau. Ich finde blau oder grün gut. Vielleicht auch gelb hinter der Couch?

Welche Farbe findest du gut für eine graue Couch?
Welche Farbe magst du?
Schreib mir bitte kurz. 🙂


Lea 🟢:
Hey, ik koop vandaag verf voor de woonkamer.

Onze bank is grijs. Ik vind blauw of groen goed. Misschien ook geel achter de bank?

Welke kleur vind jij goed bij een grijze bank?
Welke kleur vind jij mooi?
Schrijf me alsjeblieft even. 🙂


Nuttige zinnen:

  1. Ich mag ... .

    (Ik vind ... mooi.)

  2. Mir gefällt ... .

    (Mij bevalt ... .)

  3. Meiner Meinung nach passt ... gut.

    (Naar mijn mening past ... goed.)

Hallo Lea,

mir gefällt <strong>grün</strong> sehr gut. Grün passt gut zu einer grauen Couch. <strong>Gelb</strong> mag ich im Wohnzimmer nicht so. Ich mag auch <strong>hellblau</strong>, aber das ist vielleicht ein bisschen kalt.

Ich würde <strong>grün</strong> nehmen. :)

Hoi Lea,

mij bevalt <strong>groen</strong> heel goed. Groen past goed bij een grijze bank. <strong>Geel</strong> vind ik in de woonkamer niet zo prettig. Ik vind ook <strong>lichtblauw</strong> mooi, maar dat is misschien een beetje koel.

Ik zou <strong>groen</strong> kiezen. :)