Leer de vraagwoorden „wer“ (voor personen), „was“ (voor dingen, Tiere, abstracte Begriffe) en „welcher/welche/welches“ (angepast an Genus und Numerus) kennen, bijvoorbeeld in zinnen als „Wer arbeitet als Ärztin?“ oder „Welche Frau ist deine Mutter?".
  1. Vraagwoorden dienen om bepaalde informatie te vragen – afhankelijk van of het om personen, dingen of een keuze gaat, gebruikt men verschillende vraagwoorden.
  2. Welke worden in genus en numerus aan het zelfstandig naamwoord aangepast.
Fragewort (vraagwoord)Verwendung (Gebruik)Beispielsatz (Voorbeeldzin)
Wer (Wie)Für Personen (Voor personen)Wer arbeitet als Ärztin?
Was (Wat)Für Dinge, Tiere oder abstrakte Begriffe (Voor dingen, dieren of abstracte begrippen)Was arbeitest du?

Welcher / Welche / Welches (Welke / Welke / Welk)

Plural: Welche (Meervoud: Welke)

Für Nomen (Voor zelfstandige naamwoorden)

Welcher Lehrer ist nett?

Welche Frau ist deine Mutter?

Welches Kind ist das?

Uitzonderingen!

  1. "Wer" staat altijd in het enkelvoud, ook als het naar meerdere mensen verwijst: "Wer sind das?"

Oefening 1: Fragewörter: Wer, Was und Welcher/Welche/Welches

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

Welches, Was, Welcher, Welche, Wer

1.
... Kind kommt aus Spanien?
(Welk kind komt uit Spanje?)
2.
... ist selbstständig?
(Wie is zelfstandig?)
3.
... Lehrerin ist deine Mutter?
(Welke lerares is jouw moeder?)
4.
... ist deinTraumjob?
(Wat is jouw droombaan?)
5.
... ist dein Lehrer?
(Wie is jouw leraar?)
6.
... arbeitet als Ärztin?
(Wie werkt als arts?)
7.
... Stadt ist deine Lieblingsstadt?
(Welke stad is jouw favoriete stad?)
8.
... Tag ist heute?
(Welke dag is het vandaag?)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Die ______ erklärt den Schülern die Grammatik sehr gut.

(De ______ legt de grammatica heel goed uit aan de leerlingen.)

2. Wer arbeitet als ______ in diesem Krankenhaus?

(Wie werkt als ______ in dit ziekenhuis?)

3. Die ______ verkauft frisches Obst und Gemüse.

(De ______ verkoopt verse groenten en fruit.)

4. Welche ______ kocht heute das Mittagessen?

(Welke ______ kookt vandaag de lunch?)

5. Die ______ lernt fleißig für ihre Prüfung.

(De ______ leert ijverig voor haar examen.)

6. Die ______ arbeitet in einer großen Firma.

(De ______ werkt bij een groot bedrijf.)

Fragewörter in het Duits: Wer, Was en Welcher/Welche/Welches

In deze les leer je hoe je de vraagwoorden wer, was en welcher/welche/welches correct gebruikt in het Duits. Deze vraagwoorden zijn essentieel om informatie te vragen over personen, dingen en selecties. Het niveau van deze les is A1, dus het is geschikt voor beginners.

Wat leer je in deze les?

  • Wer gebruik je om te vragen naar personen. Bijvoorbeeld: Wer arbeitet als Ärztin?
  • Was gebruik je voor dingen, dieren of abstracte begrippen. Bijvoorbeeld: Was arbeitest du?
  • Welcher/Welche/Welches pas je aan op het geslacht (mannelijk, vrouwelijk, onzijdig) en getal van het zelfstandig naamwoord waar je naar verwijst. Bijvoorbeeld: Welcher Lehrer ist nett?, Welche Frau ist deine Mutter?, Welches Kind ist das?

Gebruik en aanpassing van 'Welcher'

Let op dat welcher (mannelijk), welche (vrouwelijk), welches (onzijdig) en het meervoud welche altijd overeenkomen met het zelfstandig naamwoord waar ze naar verwijzen qua geslacht en getal.

Belangrijke tips voor het gebruik

  • Wer wordt altijd in het enkelvoud gebruikt, ook als het over meerdere personen gaat. Bijvoorbeeld: Wer sind das?
  • Vraagwoorden worden gebruikt om gerichte informatie te vragen, afhankelijk van waarover of wie je iets wilt weten.

Vergelijking met het Nederlands

In het Nederlands gebruik je ook verschillende vraagwoorden afhankelijk van het onderwerp. Het Duitse wer komt overeen met het Nederlandse wie, beide vragen naar personen. Was betekent letterlijk wat en vraag je voor dingen of abstracties. Welcher en zijn varianten zijn vergelijkbaar met het Nederlandse welke, die je aanpast aan het geslacht en getal, wat niet altijd strikt gebeurt in het Nederlands maar wel belangrijk is in het Duits.

Een praktisch voorbeeld: in het Nederlands vraag je Welke leraar is aardig? en in het Duits Welcher Lehrer ist nett? waarbij Welcher mannelijk enkelvoud is en past bij Lehrer.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Sophie Schmidt

Internationaal administratief management

Würzburger Dolmetscherschule

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 17/07/2025 00:41