Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.
Welche Angabe macht die Sprecherin vollständig?
Was möchte Markus für den Kontakt geben?
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Wo ___ du jetzt, in welcher Straße?
(Waar ___ je nu, in welke straat?)2. Ich ___ Ihnen meine neue Adresse mit Hausnummer und Postleitzahl.
(Ik ___ u mijn nieuwe adres met huisnummer en postcode.)3. Wo ___ Sie in Deutschland, in welcher Stadt?
(Waar ___ u in Duitsland, in welke stad?)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Du bist im Rathaus und musst ein Formular für deine Anmeldung ausfüllen. Die Mitarbeiterin fragt nach deiner Adresse. Antworte und gib deine Straße und Hausnummer an. (Verwende: die Adresse, die Straße, die Hausnummer)
(Je bent bij het gemeentehuis en moet een formulier voor je inschrijving invullen. De medewerkster vraagt naar je adres. Antwoord en geef je straat en huisnummer. (Gebruik: die Adresse, die Straße, die Hausnummer))Meine Adresse ist
(Meine Adresse ist ...)Voorbeeld:
Meine Adresse ist Hauptstraße 12.
(Meine Adresse ist Hauptstraße 12.)2. Du rufst in einer Arztpraxis an. Die Assistentin fragt nach deiner Telefonnummer. Nenne deine Nummer mit Vorwahl oder dein Handy. (Verwende: die Telefonnummer, die Vorwahl, das Handy)
(Je belt naar een huisartsenpraktijk. De assistente vraagt naar je telefoonnummer. Noem je nummer met netnummer of je mobiele nummer. (Gebruik: die Telefonnummer, die Vorwahl, das Handy))Meine Telefonnummer ist
(Meine Telefonnummer ist ...)Voorbeeld:
Meine Telefonnummer ist 030 456789.
(Meine Telefonnummer ist 030 456789.)