Stel jezelf voor en vertel over je familie.
Vraag iemand naar zijn of haar familie. (grootte, structuur, ... )
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Dit is mijn familie
Luis laat Sarah zijn familie op de familiefoto zien.
Grammatica: Bezittelijke voornaamwoorden (mein, dein, ...)
De bezittelijke voornaamwoorden 'mein', 'dein' en anderen geven bezit aan in de nominatief.
Grammatica: Verbuiging van regelmatige werkwoorden (Ich kaufe, du kaufst, etc.)
Leer hoe regelmatige werkwoorden worden vervoegd.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!