Die Possessivartikel im Dativ zeigen, wem etwas gegeben wird oder wem etwas passiert.

(De bezittelijke voornaamwoorden in de datief laten zien aan wie iets wordt gegeven of wie iets overkomt.)

Wat leer je hier precies?

  • Je leert bezittelijke voornaamwoorden in het Dativ gebruiken (meinem, deiner, ihrem …).
  • Je ziet hoe de vorm verandert door geslacht (m / n / f) en meervoud van het zelfstandig naamwoord.
  • Je oefent vooral met typische Dativ-naamsituaties: mit, zu, von, bei, nach, seit en het indirecte object.

Stap 1 – Herken eerst de Dativ

Gebruik deze uitleg alleen als je al ongeveer weet wat de Dativ is.

  • De vormen in de tabel (meinem, meiner, meinen …) gebruik je in een Dativ-context.
  • Dativ herken je vooral na vaste voorzetsels:
    • mit meinem Mann
    • zu meiner Freundin
    • bei meinem Chef
    • von meiner Kollegin
  • Of bij een indirect object (de persoon die iets krijgt):
    • Ich gebe meinem Kunden das Geld. (Wie krijgt het geld?)

Stap 2 – Eén vraag: wat is het zelfstandig naamwoord?

Bij de keuze van meinem / meiner / meinen kijk je alleen naar het woord erna.

  • Genus: mannelijk, vrouwelijk of onzijdig?
  • Getal: enkelvoud of meervoud?

Je kúnt de keuze maken zonder hele zinnen te analyseren. Fokus op het zelfstandig naamwoord:

  • meinem Mann – Mann = m., enk.
  • meiner Frau – Frau = f., enk.
  • meinem Kind – Kind = n., enk.
  • meinen Kindern – Kinder = meervoud

Stap 3 – Het Dativ-patroon voor bezittelijke woorden

De bezittelijke woorden (mein, dein, sein, ihr, unser, euer, ihr, Ihr) krijgen in de Dativ altijd hetzelfde schema:

Geslacht / getal Eindiging in de Dativ Voorbeeld met „mein-”
mannelijk (m.) -em mit meinem Chef
onzijdig (n.) -em mit meinem Kind
vrouwelijk (f.) -er mit meiner Kollegin
meervoud (Pl.) -en mit meinen Kindern

Dit patroon geldt ook voor:

  • dein-: mit deinem Chef, mit deiner Kollegin, mit deinen Kindern
  • sein- / ihr-: mit seinem Auto, mit ihrer Mutter, mit seinen Freunden
  • unser-: mit unserem Kind, mit unserer Chefin, mit unseren Kunden
  • euer-: mit eurem Vater, mit eurer Nachbarin, mit euren Gästen

Stap 4 – Let op: „euer” verandert in „eurem / eurer / euren”

Bij „euer” valt de tweede e vaak weg als de uitgang erbij komt.

  • euer + -emeurem Kollegen
  • euer + -ereurer Chefin
  • euer + -eneuren Kunden

Dat is normaal, geen uitzondering om bang voor te zijn.

Stap 5 – Typische combinaties uit de praktijk

  • mit + Dativ
    • Ich spreche mit meinem Chef.
    • Ich gehe mit meiner Kollegin essen.
  • zu + Dativ
    • Ich fahre zu meinem Arzt.
    • Sie geht zu ihrer Freundin.
  • von + Dativ
    • die Karte von meiner Frau → mit der Karte meiner Frau
    • das Geschenk von unseren Kollegen
  • indirect object
    • Ich gebe meinem Kunden den Rabatt.
    • Wir schicken unserer Chefin eine E-Mail.

Stap 6 – Veelgemaakte fouten (en hoe jij ze vermijdt)

  • Verwarring met de Nominativ-vorm „mein, dein …”
    • Ich helfe mein Kollege.
    • → Ich helfe meinem Kollegen.
  • Verkeerde vorm bij vrouwelijk of meervoud
    • Ich spreche mit meinen Chefin.
    • → Ich spreche mit meiner Chefin. (f.)
    • Ich spreche mit meiner Kollegen.
    • → Ich spreche mit meinen Kollegen. (Pl.)
  • „seinem” vs. „ihrem”
    • sein- = van een man/onzijdig: Er fährt mit seinem Auto.
    • ihr- = van een vrouw of van „sie (Pl.)”: Sie fährt mit ihrem Auto.

Stap 7 – Mini-checklist voor elke zin

  1. Zoek het woord met een bezitter: mein, dein, sein, ihr, unser, euer, ihr, Ihr.
  2. Kijk naar het zelfstandig naamwoord erna.
    • mannelijk / onzijdig → -em
    • vrouwelijk → -er
    • meervoud → -en
  3. Is „euer” de stam? → maak er eurem / eurer / euren van.
  4. Controleer: staat er een Dativ-voorzetsel (mit, zu, bei, von, nach, seit) of is het de persoon die iets krijgt? Dan zit je goed.

Zelftest – Kun jij dit al?

  • Ik kan bij mit / zu / von automatisch de Dativ-vorm van het bezittelijk voornaamwoord kiezen.
  • Ik weet: -em = m./n., -er = f., -en = Plural.
  • Ik let bewust op het verschil tussen seinem en ihrem.
  • Ik kan zinnen uit mijn eigen werk / dagelijks leven maken met: mit meinem Chef, mit meiner Kollegin, mit unseren Kunden

Als je deze punten met „ja” kunt beantwoorden, ben je klaar om de vormen actief in gesprekken te gebruiken.

  1. Voor de vorm is alleen het object belangrijk, met zijn grammaticaal geslacht en getal.
Person (Persoon)Maskulin / Neutrum (Mannelijk / Onzijdig)Feminin (Vrouwelijk)Plural (Meervoud)
Ich (Ik)meinem (mijn)meiner (mijn)meinen (mijn)
Du (Jij)deinem (jouw)deiner (jouw)deinen (jouw)
Er / Es (Hij / Het)seinem (zijn)seiner (zijn)seinen (zijn)
Sie (singular) (Zij (enkelvoud))ihrem (haar)ihrer (haar)ihren (haar)
Wir (Wij)unserem (ons / onze)unserer (ons / onze)unseren (ons / onze)
Ihr (Jullie)eurem (jullie)eurer (jullie)euren (jullie)
Sie (plural)ihremihrerihren

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Ich gebe dem Mann das Wechselgeld zurück. Ich gebe es ____ Kunden.

Ik geef de man het wisselgeld terug. Ik geef het aan ____ klant.)

2. Kann ich mit ____ Handy in Ihrem Geschäft bezahlen?

Kan ik met ____ telefoon in uw winkel betalen?)

3. Ich bezahle heute mit der Karte von ____ Frau.

Ik betaal vandaag met de kaart van ____ vrouw.)

4. Wir geben ____ Kunden am Freitag 10 % Rabatt.

We geven ____ klanten vrijdag 10% korting.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met het passende bezittelijk voornaamwoord in de datief (mijn, jouw, zijn, haar, ons, jullie, hun ...). Let op genus (m./o., v.) en meervoud.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (mein) Ich helfe der Kollege.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ich helfe meinem Kollegen.
    (Ich helfe meinem Kollegen.)
  2. Hint Hint (dein) Du schreibst eine E-Mail an der Chefin.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Du schreibst eine E-Mail an deine Chefin.
    (Du schreibst eine E-Mail an deine Chefin.)
  3. Hint Hint (unser) Wir sprechen mit die Nachbarn.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Wir sprechen mit unseren Nachbarn.
    (Wir sprechen mit unseren Nachbarn.)
  4. Hint Hint (sein) Er fährt heute mit das Auto von die Schwester.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Er fährt heute mit dem Auto seiner Schwester.
    (Er fährt heute mit dem Auto seiner Schwester.)
  5. Hint Hint (ihr) Sie (Singular) geht mit das Kind zum Arzt.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Sie geht mit ihrem Kind zum Arzt.
    (Sie geht mit ihrem Kind zum Arzt.)
  6. Hint Hint (ihr) Ich bezahle heute für die Getränke von ihr (Plural).
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ich bezahle heute für ihre Getränke.
    (Ich bezahle heute für ihre Getränke.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Voer een gesprek en beslis wie voor wie betaalt.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Sie sind im Geschäft und wollen mit einer Freundin gemeinsam bezahlen.
(Je bent in de winkel en wilt samen met een vriendin afrekenen.)

Bespreek
  • Was kaufen Sie heute für Ihre Freundin oder Familie? (Wat koop je vandaag voor je vriendin of voor je familie?)
  • Wer bezahlt bei Ihnen zu Hause meistens die Rechnung im Restaurant? Warum? (Wie betaalt bij jullie meestal de rekening in een restaurant? Waarom?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ich bezahle mit meinem Bargeld / mit meiner Karte. (Ik betaal contant / met mijn kaart.)
  • Wie viel kostet das in Euro und Cent? (Hoeveel kost dat in euro's en centen?)
  • Ich kaufe das für meinen Freund / für meine Kollegin. (Ik koop dat voor mijn vriend / voor mijn collega.)

Gebruik in gesprek
  • für meinen Freund / für meine Freundin / für meinen Sohn (voor mijn vriend / voor mijn vriendin / voor mijn zoon)
  • mit meinem Geld / mit meiner Karte / aus meinem Portemonnaie (met mijn contant geld / met mijn kaart / uit mijn portemonnee)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Sophie Schmidt

Internationaal administratief management

Würzburger Dolmetscherschule

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 18/02/2026 16:45