Leer hoe je met „Es gibt“ in het Duits bestaan of aanwezigheid aangeeft, altijd met de Akkusativ. Bijvoorbeeld: „einen Stuhl“ (een stoel), „eine Lampe“ (een lamp), „ein Bett“ (een bed) en meervoud zoals „Stühle“ (stoelen). Ook leer je negaties met „kein“ gebruiken, zoals „keinen Stuhl“.
  1. „Es gibt“ staat altijd met de accusatief.
Beispieltyp (Voorbeeldtype)Beispielsatz (Voorbeeldzin)
Unbestimmter Artikel (Singular) (Onbepaald lidwoord (enkelvoud))Es gibt einen Stuhl.
Es gibt eine Lampe.
Es gibt ein Bett.
Plural (ohne Artikel) (Meervoud (zonder lidwoord))Es gibt Stühle.
Negation mit „kein“ (Negatie met „kein“)Es gibt keinen Stuhl.
Mit Mengenangabe (Met hoeveelheidsaanduiding)Es gibt drei Lampen.

Oefening 1: "Es gibt" mit Akkusativ

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

einen Garten, drei Zimmer, eine Küche, Bäder, ein Schlafzimmer, einen Balkon, acht Fenster, keinen Balkon

1. Das Fenster, 8:
Es gibt ... in der Wohnung.
(Er zijn acht ramen in het appartement.)
2. Der Balkon:
Es gibt ... mit Blumen.
(Er is een balkon met bloemen.)
3. Der Balkon, 0:
Es gibt ... am Haus.
(Er is geen balkon aan het huis.)
4. Das Schlafzimmer:
Es gibt ... für die Eltern.
(Er is een slaapkamer voor de ouders.)
5. Das Zimmer, 3:
Es gibt ... in der Wohnung.
(Er zijn drie kamers in het appartement.)
6. Das Bad (Plural):
Es gibt ... im Haus.
(Er zijn badkamers in het huis.)
7. Der Garten:
Es gibt ... mit vielen Pflanzen.
(Er is een tuin met veel planten.)
8. Die Küche:
Es gibt ... im Erdgeschoss.
(Er is een keuken op de begane grond.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Es gibt _____ schönen Garten hinter dem Haus.

(Er is _____ mooie tuin achter het huis.)

2. In der Wohnung gibt es _____ Zimmer und eine Küche.

(In het appartement zijn _____ kamers en een keuken.)

3. Es gibt _____ Waschmaschine im Keller.

(Er is _____ wasmachine in de kelder.)

4. Im Wohnzimmer gibt es _____ große Lampe.

(In de woonkamer is _____ grote lamp.)

5. In der Garage gibt es _____ Auto.

(In de garage is _____ auto.)

6. Es gibt _____ gemütliches Bett im Schlafzimmer.

(Er is _____ gezellig bed in de slaapkamer.)

Inleiding tot „Es gibt“ met de Akkusativ

Deze les richt zich op het gebruik van de uitdrukking „Es gibt“ in combinatie met de accusatief in het Duits. Dit is een basisconstructie op A1-niveau, waarmee je kunt aangeven dat iets bestaat of aanwezig is. Het is een essentieel onderdeel om te leren, omdat je hiermee eenvoudig kunt beschrijven wat ergens te vinden is.

Belangrijkste inhoud

„Es gibt“ betekent letterlijk „Er is er zijn“ en wordt altijd gevolgd door een zelfstandig naamwoord in de accusatief. Dit kan zowel een onbepaald lidwoord (ein, eine) in het enkelvoud zijn, een meervoud zonder lidwoord of een ontkennend lidwoord (kein) bij ontkenning. Enkele voorbeelden:

  • Es gibt einen Stuhl (er is een stoel).
  • Es gibt Stühle (er zijn stoelen).
  • Es gibt keinen Stuhl (er is geen stoel).
  • Es gibt drei Lampen (er zijn drie lampen).

Structuur en variaties

De typische structuur in de zin is „Es gibt + Akkusativ.“ Hierbij verandert het lidwoord en het zelfstandig naamwoord afhankelijk van het geslacht, het aantal en of er een hoeveelheid wordt aangegeven. De hoeveelheid kan ook zonder lidwoord worden gebruikt, bijvoorbeeld „drei Lampen“.

Praktische woordenschat

  • der Stuhl (de stoel) – mannelijk
  • die Lampe (de lamp) – vrouwelijk
  • das Bett (het bed) – onzijdig
  • keiner/keine/kein – ontkennend lidwoord (geen)

Verschillen tussen Duits en Nederlands

In het Nederlands zeggen we vaak „Er is“ of „Er zijn“ om aan te geven dat iets bestaat, wat qua betekenis overeenkomt met „Es gibt“. Een belangrijk verschil is dat in het Duits na „es gibt“ het zelfstandig naamwoord altijd in de accusatief staat, terwijl het Nederlands geen naamvallen kent. Daarnaast gebruikt het Duits hier vaak het ontkennende lidwoord „kein“ waar het Nederlands „geen“ gebruikt.

Voorbeeld ter vergelijking:

  • Duits: Es gibt keinen Stuhl.
  • Nederlands: Er is geen stoel.

Handige uitdrukkingen om te onthouden zijn onder andere:

  • Es gibt ... – Er is/er zijn ...
  • keinen/keine/kein + zelfstandig naamwoord – geen ... (afhankelijk van geslacht en aantal)
  • mit Mengenangabe – met hoeveelheidsaanduiding, bijvoorbeeld „drei Lampen“ (drie lampen)

Deze les helpt je om basiszinnen te maken over aanwezigheid of het bestaan van voorwerpen en kan uitgebreid worden met verschillende zelfstandige naamwoorden en aantallen voor praktische situatiebeschrijvingen.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Sophie Schmidt

Internationaal administratief management

Würzburger Dolmetscherschule

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 17/07/2025 16:56