Leer hoe je 'heel' en 'veel'kunt onderscheiden.
(Apprenez à distinguer
- On n’emploie pas heel et zeer avec des noms.
- On n’emploie pas veel avec des adjectifs.
| Woord (Mot) | Gebruik met (À utiliser avec) | Voorbeeld (Exemple) |
|---|---|---|
| heel (très) | Bijvoeglijk naamwoord (Adjectif) | Heel mooi (Très beau / belle) |
| Bijwoord (Adverbe) | Ik fiets heel graag (J’aime beaucoup faire du vélo) | |
zeer (très) (formeler) (plus formel) | Bijvoeglijk naamwoord (Adjectif) | Een zeer dure auto (Une voiture très chère) |
| Bijwoord (Adverbe) | Het gaat zeer goed (Ça va très bien) | |
| veel (beaucoup) | Zelfstandig naamwoord (Nom) | Veel toeristen (Beaucoup de touristes) |
| Werkwoord (Verbe) | Hij werkt veel (Il travaille beaucoup) |
Exercice 1: Choix multiple
Instruction: Choisissez la bonne réponse
1. U moet hier op het formulier ___ duidelijk schrijven welke schade de auto al heeft.
U moet hier op het formulier ___ duidelijk schrijven welke schade de auto al heeft.)2. Ik heb vandaag ___ problemen met mijn rijbewijs, dus ik kom misschien te laat om de scooter op te halen.
Ik heb vandaag ___ problemen met mijn rijbewijs, dus ik kom misschien te laat om de scooter op te halen.)3. Het is hier ___ druk in de zomer, want er komen veel toeristen een fiets huren.
Het is hier ___ druk in de zomer, want er komen veel toeristen een fiets huren.)4. Ik maak me ___ zorgen over de verzekering, want ik huur voor het eerst een auto in Nederland.
Ik maak me ___ zorgen over de verzekering, want ik huur voor het eerst een auto in Nederland.)Exercice 2: Choix multiple
Instruction: Choisissez dans chaque groupe la phrase correcte montrant la bonne utilisation de 'heel', 'zeer' ou 'veel' selon les règles.
Exercice 3: Réécrivez les phrases
Instruction: Réécrivez les phrases. Utilisez à chaque fois le mot correct : très / extrêmement ou beaucoup (attention : très/extrêmement + adjectif ou adverbe, beaucoup + nom ou verbe).
-
⇒ _______________________________________________ ExampleIn de zomer komen er veel toeristen naar Amsterdam.(En été, beaucoup de touristes viennent à Amsterdam.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleIk ben heel blij met mijn nieuwe baan.(Je suis très content de mon nouveau travail.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleHij maakt veel fouten in zijn rapport.(Il fait beaucoup d'erreurs dans son rapport.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleIn dit restaurant eten veel mensen tussen twaalf en één uur.(Dans ce restaurant, beaucoup de gens mangent entre midi et treize heures.)
Exercice 4: Grammaire en action
Instruction: Joue une conversation téléphonique entre un locataire et une agence de location au sujet du problème.
- Waarom wilt u annuleren of de auto eerder terugbrengen? (Pourquoi voulez-vous annuler ou rendre la voiture plus tôt ?)
- Welke schade of problemen heeft de auto en hoe ernstig zijn die? Gebruik heel/zeer of veel en leg uit waarom. (Quels dommages ou quels problèmes la voiture présente-t-elle et à quel point sont-ils graves ? Utilisez heel/zeer ou veel et expliquez pourquoi.)
- Er is veel schade aan de auto. (Il y a beaucoup de dégâts sur la voiture.)
- De waarborg en verzekering zijn zeer hoog. (La caution et l'assurance sont très élevées.)
- De auto is heel vies en werkt niet goed. (La voiture est très sale et ne fonctionne pas bien.)
- heel + bijvoeglijk naamwoord/bijwoord (heel + bijvoeglijk naamwoord/bijwoord)
- zeer + bijvoeglijk naamwoord/bijwoord (zeer + bijvoeglijk naamwoord/bijwoord)
- veel + zelfstandig naamwoord/werkwoord (veel + zelfstandig naamwoord/werkwoord)