Vocabulaire (13)

De brief

De brief Montrer

La lettre Montrer

Het pakket

Het pakket Montrer

Le colis Montrer

De post

De post Montrer

Le courrier Montrer

De postzegel

De postzegel Montrer

Le timbre Montrer

De e-mail

De e-mail Montrer

L’e-mail Montrer

De ontvanger

De ontvanger Montrer

Le destinataire Montrer

De verzender

De verzender Montrer

L’expéditeur Montrer

De handtekening

De handtekening Montrer

La signature Montrer

Naar het postkantoor gaan

Naar het postkantoor gaan Montrer

Aller au bureau de poste Montrer

Een brief ontvangen

Een brief ontvangen Montrer

Recevoir une lettre Montrer

Antwoorden op een e-mail

Antwoorden op een e-mail Montrer

Répondre à un e-mail Montrer

Sturen

Sturen Montrer

Envoyer Montrer

Het afscheid

Het afscheid Montrer

La formule de départ Montrer

Ontvangen (recevoir)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb ontvangen
(jij/je) hebt ontvangen
(hij/zij/ze/het) heeft ontvangen
(wij/we) hebben ontvangen
(jullie) hebben ontvangen
(zij/ze) hebben ontvangen

Sturen (envoyer)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb gestuurd
(jij/je) hebt gestuurd
(hij/zij/ze/het) heeft gestuurd
(wij/we) hebben gestuurd
(jullie) hebben gestuurd
(zij/ze) hebben gestuurd