Vocabulaire (14)

De basisschool

De basisschool Montrer

L'école primaire Montrer

De middelbare school

De middelbare school Montrer

Le collège / le lycée Montrer

Het klaslokaal

Het klaslokaal Montrer

La salle de classe Montrer

De kindertijd

De kindertijd Montrer

L'enfance Montrer

De herinnering

De herinnering Montrer

Le souvenir Montrer

De nostalgie

De nostalgie Montrer

La nostalgie Montrer

Het geheugen

Het geheugen Montrer

La mémoire Montrer

De ervaring

De ervaring Montrer

L'expérience Montrer

Goede cijfers halen

Goede cijfers halen Montrer

Avoir de bonnes notes Montrer

Les geven

Les geven Montrer

Donner un cours Montrer

Kennen

Kennen Montrer

Connaître Montrer

Zich inschrijven

Zich inschrijven Montrer

S'inscrire Montrer

Missen

Missen Montrer

Manquer Montrer

Interessant

Interessant Montrer

Intéressant Montrer

Zijn (Être)

Onvoltooid verleden tijd (OVT)


(ik) was
(jij/je) was
(hij/zij/ze/het) was
(wij/we) waren
(jullie) waren
(zij/ze) waren

Kennen (connaître)

Onvoltooid verleden tijd (OVT)


(ik) kende
(jij/je) kende
(hij/zij/ze/het) kende
(wij/we) kenden
(jullie) kenden
(zij/ze) kenden