Vocabulaire (15)
Meenemen (emporter)
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
| (ik) neem mee |
| (jij/je) neemt mee |
| (hij/zij/ze/het) neemt mee |
| (wij/we) nemen mee |
| (jullie) nemen mee |
| (zij/ze) nemen mee |
Vullen (remplir)
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) heb gevuld |
| (jij/je) hebt gevuld |
| (hij/zij/ze/het) heeft gevuld |
| (wij/we) hebben gevuld |
| (jullie) hebben gevuld |
| (zij/ze) hebben gevuld |