Ejercicio: Gespreksoefening
- ¿Qué tipo de vacaciones ves en cada imagen? (Welk type vakantie zie je op elke foto?)
- ¿Qué medio de transporte vas a usar para viajar y por qué? (Welke vervoersmiddel ga je gebruiken om te reizen en waarom?)
- ¿Cuánto durarán tus próximas vacaciones? (Hoe lang duurt je volgende vakantie?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten