Ejercicio: Gespreksoefening
Instrucción:
- ¿Qué tipo de vacaciones ves en cada imagen? (Welk type vakantie zie je op elke foto?)
- ¿Qué medio de transporte vas a usar para viajar y por qué? (Welke vervoersmiddel ga je gebruiken om te reizen en waarom?)
- ¿Cuánto durarán tus próximas vacaciones? (Hoe lang duurt je volgende vakantie?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
|
Voy a Italia de viaje urbano. Ik ga naar Italië voor een stedentrip. |
|
Voy a ir de camping con mi familia a la montaña. Ik ga met mijn familie kamperen in de bergen. |
|
Viajaré en tren en lugar de tomar el avión. Ik reis met de trein in plaats van met het vliegtuig te gaan. |
|
Voy a Mallorca a visitar museos. Ik ga naar Mallorca om musea te bezoeken. |
|
Vamos a llevar la autocaravana en un viaje familiar. We nemen de camper mee op een familietocht. |
|
Voy a viajar por todo el mundo durante seis meses. Ik reis zes maanden rond de wereld. |
|
Vamos a un resort de playa en Túnez. We gaan naar een strandresort in Tunesië. |
|
Voy a hacer un crucero en mayo. Ik ga in mei op een cruise. |
| ... |