De onvoltooid verleden tijd van regelmatige werkwoorden

El pretérito imperfecto de verbos regulares


El pretérito imperfecto de indicativo es un tiempo verbal que expresa acciones pasados cuyo principio y fin no se concretan. También sirve para describir la continuidad de una acción en pasado.

(De pretérito imperfecto de indicativo is een werkwoordstijd die acties in het verleden uitdrukt waarvan het begin en einde niet precies worden aangegeven. Hij wordt ook gebruikt om de voortduur van een handeling in het verleden te beschrijven.)

Wanneer gebruik je de pretérito imperfecto?

  • Gewoonte in het verleden (iets dat je vroeger vaak deed): Antes ayudaba en la oficina.
  • Actie die bezig was (achtergrond / “terwijl”): Mientras el médico atendía al herido, yo preparaba el botiquín.
  • Situaties en context (hoe het was, wat er gebeurde op de achtergrond): En ese centro de salud, atendían a mucha gente por la mañana.

Denkzin: imperfecto = “vroeger / meestal / toen was ik bezig met …”

Vorming in 2 patronen (heel voorspelbaar)

Werkwoordtype Je haalt weg Je plakt Voorbeeld
-ar -ar -aba, -abas, -aba, -ábamos, -abais, -aban ayudaryo ayudaba
-er / -ir -er / -ir -ía, -ías, -ía, -íamos, -íais, -ían atenderyo atendía
  • Let op het accent bij -ía / -íamos / -íais: atendía, atendíamos.
  • Deze tijd is fijn: bijna geen onregelmatigheden (maar er zijn enkele bekende, zoals ir → iba).

De ‘valkuil’ die iedereen maakt: yo/él is hetzelfde

In de imperfecto zijn de vormen van yo en él/ella/usted identiek.

Persoon ayudar atender
yo ayudaba atendía
él/ella/usted ayudaba atendía

Zelfcheck: Zie je yo of él? Dan is het vaak dezelfde vorm.

Imperfecto of pretérito perfecto simple? (snelle keuzehulp)

  • Imperfecto = gewoonte/achtergrond: Antes, tú ayudabas a tus compañeros.
  • Pretérito perfecto simple = afgeronde actie (één keer, klaar): Ayer ayudé a un cliente.
Signaalwoorden Meestal imperfecto Meestal perfect simple
tijd/ritme antes, siempre, a menudo, todos los días ayer, una vez, de repente, ese día

Praktisch: bij “elke dag / vroeger / wanneer … (herhaald)” zit je bijna altijd goed met imperfecto.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)

  • -er/-ir krijgt niet -aba: atendabaatendía
  • Geen extra a toevoegen als het al in het werkwoord zit: ayudaban a mucha gente is alleen goed als er echt een lijdend voorwerp volgt: ayudaban a los clientes.
  • Vosotros (Spanje) herken je aan -abais / -íais: ayudabais, atendíais.

Mini-stappenplan tijdens het maken van zinnen

  1. Betekenis-check: gaat het om “vroeger / gewoonlijk / bezig”? → imperfecto.
  2. Infinitief-check: eindigt het op -ar of -er/-ir?
  3. Plak de juiste uitgang (en controleer het accent bij -ía).
  4. Yo = él/ella in enkelvoud: nog even dubbelchecken.

Als dit klopt, zit je vorm bijna altijd goed.

  1. Voor werkwoorden die eindigen op "-ar" voeg je "-aba, -abas, -aba, -ábamos, -abais, -aban" toe.
  2. Voor werkwoorden die eindigen op "-er/-ir" voeg je "-ía, -ías, -ía, -íamos, -íais, -ían" toe.
Verbo ayudarVerbo atender
Yo ayudaba (Ik hielp)Yo atendía (Ik verzorgde)
Tú ayudabas (Jij hielp)Tú atendías (Jij verzorgde)
Él / Ella ayudaba (Hij / zij hielp)Él / Ella atendía (Hij / zij verzorgde)
Nosotros / Nosotras ayudábamos (Wij hielpen)Nosotros / Nosotras atendíamos (Wij verzorgden)
Vosotros / Vosotras ayudabais (Jullie hielpen)Vosotros / Vosotras atendíais (Jullie verzorgden)
Ellos / Ellas ayudaban (Zij hielpen)Ellos / Ellas atendían (Zij verzorgden)

 

Uitzonderingen!

  1. De eerste en derde persoon enkelvoud zijn hetzelfde.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Cuando llamé al 112, la operadora me ____ si había heridos.

Toen ik 112 belde, ____ de telefoniste mij of er gewonden waren.

2. Mientras el médico ____, yo preparaba el botiquín de emergencia.

Terwijl de arts ____, maakte ik de EHBO-koffer klaar.

3. En la ambulancia, los paramédicos ____ a la señora y le hablaban con calma.

In de ambulance ____ de paramedici de mevrouw en spraken ze rustig met haar.

4. Cuando vivíamos en ese barrio, los bomberos ____ a mucha gente en verano.

Toen we in die wijk woonden, ____ de brandweerlieden in de zomer veel mensen.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin in de pretérito imperfecto.

1.
Onjuiste vorm: “atender” is een -er-werkwoord en in de imperfecto is het “atendía”, niet “atendaba”.
Mix van tijden: met “cuando” + gewoontehandeling gebruik je imperfecto; “trabajé” (pretérito perfecto simple) is hier niet geschikt.
2.
Spelling: “emergencias” heeft geen accent; daarnaast moet je op de werkwoordsvorm letten: hoewel de werkwoordsvorm hier correct is, heeft het woord een onjuist accent.
Persoonscongruentie: “nosotros” hoort bij “atendíamos”, maar de zin gebruikt “vosotros” in de gegeven context; de juiste optie voor vosotros is “atendíais”.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de onvoltooid verleden tijd: verander het werkwoord tussen haakjes naar de juiste vorm (bv.: Ik (helpen) → Ik hielp).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Cuando trabajaba en la oficina, yo (ayudar) a mis compañeros con el ordenador.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Cuando trabajaba en la oficina, yo ayudaba a mis compañeros con el ordenador.
    (Toen ik op kantoor werkte, hielp ik mijn collega’s met de computer.)
  2. De pequeño, tú (atender) a tu abuela todos los domingos.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    De pequeño, tú atendías a tu abuela todos los domingos.
    (Als kind verzorgde jij elke zondag je oma.)
  3. En el hospital, ella (atender) a los pacientes por la mañana.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    En el hospital, ella atendía a los pacientes por la mañana.
    (In het ziekenhuis verzorgde zij ’s ochtends de patiënten.)
  4. Antes, nosotros (ayudar) en casa después de cenar.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Antes, nosotros ayudábamos en casa después de cenar.
    (Vroeger hielpen wij thuis na het avondeten.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Vertel in tweetallen het incident en beslis wat elke persoon deed.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
En el trabajo, recordáis una emergencia y cómo la atendíais en equipo.
(Op het werk herinneren jullie je een noodgeval en hoe jullie het als team hebben aangepakt.)

Bespreek
  • ¿Qué emergencia era y dónde estabais cuando empezó? (Wat voor noodgeval was het en waar waren jullie toen het begon?)
  • ¿Quién llamaba al teléfono de emergencia y qué decía? ¿A quién llamó? (policía, bomberos, Cruz Roja) (Wie belde het noodnummer en wat zei die? Wie belde hij/zij? (politie, brandweer, Rode Kruis))

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • en la sala de urgencias (op de spoedeisende hulp)
  • teléfono de emergencia (noodnummer)
  • la ambulancia llegaba / la paramédica atendía (de ambulance kwam aan / de paramedicus ving op)

Gebruik in gesprek
  • yo ayudaba / tú ayudabas / ellos ayudaban (ik hielp / jij hielp / zij hielpen)
  • yo atendía / nosotros atendíamos / ellos atendían (ik ving op / wij vingen op / zij vingen op)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage