A2.20 - Gezinsuitje naar de dierentuin
A2.20 - Gezinsuitje naar de dierentuin

A2.20 - Gezinsuitje naar de dierentuin - Oefeningen

Viaje familiar al zoológico


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

Comprar una entrada — Sacar una entrada (Een kaartje kopen — Een kaartje kopen)
La fauna — Los animales (De fauna — De dieren)
La flora — Las plantas (De flora — De planten)
Ya hemos descrito la flora — Hemos descrito la flora (We hebben de flora al beschreven — We hebben de flora beschreven)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Plan familiar: BIOPARC Valencia (información práctica)

Vul de lege plekken in: entrada, todavía, especies, admirar, búhos, fauna, cráneos, África

(Gezinsuitstap: BIOPARC Valencia (praktische informatie))

Este sábado, BIOPARC Valencia ofrece una actividad gratuita en el anfiteatro de 11:00 a 12:30 sobre el mundo animal. Las familias pueden aprender sobre la y las de aves con objetos como plumas y . El parque recrea paisajes de y permite animales como jirafas, elefantes y .

Consejo para la visita: compra la online para evitar colas. Si llegas temprano, empieza por la zona de la sabana; hay menos gente y se ven mejor los recintos. El recorrido es al aire libre: lleva agua y, si vas con niños, acuerda un punto de encuentro por si alguien se aleja.
Aanstaande zaterdag organiseert BIOPARC Valencia een gratis activiteit in het amfitheater van 11:00 tot 12:30 over de dierenwereld. Gezinnen kunnen meer leren over de fauna en vogelsoorten aan de hand van voorwerpen zoals veren en schedels. Het park bootst Afrikaanse landschappen na en laat je dieren bewonderen zoals giraffen, olifanten en uilen.

Tip voor je bezoek: koop je ticket online om wachtrijen te vermijden. Als je vroeg aankomt, begin dan bij de savannezone; dan zijn er nog minder mensen en kun je de verblijven beter bekijken. De route is in de openlucht: neem water mee en spreek, als je met kinderen gaat, een ontmoetingspunt af voor het geval iemand afdwaalt.

  1. ¿Qué recomienda el texto para organizar la visita al BIOPARC y por qué puede ser útil para una familia?

    (Wat raadt de tekst aan om het bezoek aan BIOPARC te plannen, en waarom kan dat nuttig zijn voor een gezin?)

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Este sábado voy al zoológico con mi familia. He mirado la web y pensamos comprar la entrada en la taquilla, sobre las once. A mi hija le fascina la fauna de África, sobre todo el elefante, el león y la jirafa. Mi hijo prefiere los monos y también quiere ver al tigre. Hay una zona de selva y otra de desierto, con paisajes muy distintos. Si los niños se alejan, les digo que se queden cerca para poder admirar los animales con calma.
(Deze zaterdag ga ik met mijn gezin naar de dierentuin. Ik heb de website bekeken en we denken de kaartjes bij de kassa te kopen, rond elf uur. Mijn dochter is gefascineerd door de Afrikaanse fauna, vooral door de olifant, de leeuw en de giraffe. Mijn zoon houdt meer van apen en wil ook de tijger zien. Er is een junglegebied en een woestijngebied, met heel verschillende landschappen. Als de kinderen afdwalen, zeg ik dat ze dichtbij moeten blijven om de dieren rustig te kunnen bewonderen.)
Waar Onwaar

(Het gezin is van plan de kaartjes in de dierentuin te kopen, niet via internet.)

(Ze willen vóór elf uur aankomen om de wachtrijen te vermijden.)

(De vader noemt twee zones met verschillende landschappen: jungle en woestijn.)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ya ___ un día fascinante en el zoológico, porque el paisaje del desierto fue muy diferente al de la selva.

(Het ___ een fascinerende dag in de dierentuin, omdat het woestijnlandschap heel anders was dan dat van de jungle.)

2. Cuando éramos pequeños, todavía ___ a los monos durante mucho tiempo y nos reíamos.

(Toen we klein waren, ___ we nog heel lang naar de apen en lachten we.)

3. Todavía no ___ la fauna de África en clase, pero mañana lo haremos.

(We hebben de fauna van Afrika in de klas nog niet ___, maar morgen doen we dat.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

Ya he visto..., pero todavía no he visto... / Me gustaría admirar..., sobre todo... / Todavía no tenemos las entradas, pero las podemos comprar allí.

  1. Cuéntame cómo organizarías una visita familiar al zoológico o a un bioparc: ¿cuándo iríais y qué haríais allí?
    Vertel me hoe je een familiebezoek aan de dierentuin of een biopark zou organiseren: wanneer zouden jullie gaan en wat zouden jullie daar doen?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. En el zoológico, ¿qué animales te gustaría ver y cuál te parece más fascinante? ¿Por qué?
    Welke dieren zou je in de dierentuin graag willen zien, en welke vind je het meest fascinerend? Waarom?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Hola, Ana. ¿Te va bien ir al BIOPARC el sábado con los niños?

Yo ya miré la web: hay una charla de animales a las 11:00. Podemos ver la zona de África y los elefantes y las jirafas. Todavía no sé si conviene comprar una entrada online o allí. ¿Qué prefieres? También dime a qué hora salimos de casa.

Laura


Hoi, Ana. Komt het je uit om zaterdag met de kinderen naar BIOPARC te gaan?

Ik heb al op de website gekeken: er is om 11:00 een dierenpraatje. We kunnen de Afrika-zone bezoeken en de olifanten en giraffen zien. Ik weet nog niet of het handiger is om een ticket online te kopen of daar. Wat heb jij liever? Zeg ook even hoe laat we van huis vertrekken.

Laura


Nuttige zinnen:

  1. Me parece bien, pero todavía no sé si...

    (Dat lijkt me goed, maar ik weet nog niet of...)

  2. ¿Prefieres que compremos las entradas online o allí?

    (Heb je liever dat we de tickets online kopen of daar?)

  3. Ya he visto el horario y podemos...

    (Ik heb het schema al bekeken en we kunnen...)

Hola, Laura. Sí, me va bien el sábado. Prefiero comprar las entradas online para evitar la cola. Ya he mirado cómo llegar: podemos ir en metro y luego caminar 10 minutos. ¿Salimos a las 10:00 para llegar a la charla de las 11:00? Todavía no he visto a los leones en el BIOPARC, pero me gustaría pasar después por la zona de África para ver elefantes y jirafas. ¿Llevamos bocadillos y agua para los niños?

Hoi, Laura. Ja, zaterdag komt me goed uit. Ik koop de tickets liever online om de rij te vermijden. Ik heb al gekeken hoe we er komen: we kunnen met de metro gaan en daarna 10 minuten lopen. Zullen we om 10:00 vertrekken om op tijd te zijn voor het dierenpraatje van 11:00? Ik heb de leeuwen in BIOPARC nog niet gezien, maar daarna zou ik graag naar de Afrika-zone gaan om olifanten en giraffen te zien. Nemen we broodjes en water mee voor de kinderen?