Praat over je favoriete outfit.
Beschrijf je outfit en mode.
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Kies de perfecte look
Twee vriendinnen zijn in een winkelcentrum en beoordelen welke kleding ze moeten kopen om naar kantoor te gaan.
Grammatica: De plaatsvoorzetsels: "Fuera de", "Bajo", "Alrededor de", etc...
Plaatsvoorzetsels geven de ligging van iets of iemand aan in relatie tot andere voorwerpen of personen.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!