Tres verbos son irregulares en pretérito imperfecto: ser, ir y ver.

(Drie werkwoorden zijn onregelmatig in de pretérito imperfecto: ser, ir en ver.)

Wat is het pretérito imperfecto (met ser, ir en ver)?

  • Je gebruikt het pretérito imperfecto om over het verleden te praten.
  • Het gaat dan om dingen die regelmatig gebeurden, of om een situatie van toen.
  • In deze les gaat het speciaal over de onregelmatige werkwoorden ser, ir en ver.

Denk in het Nederlands aan: “ik was”, “ik ging”, “ik zag vaak …”.

Overzicht: ser, ir en ver in het imperfecto

Persoon ser ir ver
yo era iba veía
eras ibas veías
él / ella era iba veía
nosotros / nosotras éramos íbamos veíamos
vosotros / vosotras erais ibais veíais
ellos / ellas eran iban veían

Wanneer gebruik je het imperfecto hier?

  • ser (era, eras, …): beschrijving van hoe iets of iemand vroeger was.
    • La ambulancia era lenta. – De ambulance was traag.
    • Mi jefa era muy paciente. – Mijn baas was heel geduldig.
  • ir (iba, íbamos, …): zeggen waar je heen ging (regelmatig of gewoonte).
    • Siempre íbamos al mismo hospital. – We gingen altijd naar hetzelfde ziekenhuis.
    • Yo iba a urgencias en metro. – Ik ging naar de eerste hulp met de metro.
  • ver (veía, veían, …): wat je meestal zag of wat er op de achtergrond gebeurde.
    • En el trabajo veíamos muchos casos difíciles. – Op het werk zagen we veel moeilijke gevallen.
    • Él veía ambulancias todos los días. – Hij zag elke dag ambulances.

Typische betekenis: “vroeger, altijd, normaal gesproken…”

Let op deze signaalwoorden. Ze passen bijna altijd goed bij het imperfecto:

  • antes – vroeger
  • siempre – altijd
  • normalmente – normaal gesproken
  • todos los días / cada semana – elke dag / elke week
  • cuando era niño/a – toen ik kind was

Als je zulke woorden in het Spaans gebruikt om over het verleden te praten, heb je vaak het imperfecto nodig.

Vergelijking met Nederlands: geen verschil in vorm

  • In het Nederlands zeg je zowel bij een eenmalige actie als bij een gewoonte:
    • “ik was”, “ik ging”, “ik zag”.
  • In het Spaans maak je een duidelijk onderscheid:
    • pretérito imperfecto: achtergrond, gewoonte, situatie.
    • pretérito indefinido: één afgeronde actie, één moment.

In deze module oefen je alleen met het imperfecto (era, iba, veía, …).

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze vermijdt)

  • 1. Verkeerde persoon bij nosotros / vosotros
    • Nosotros iba → Nosotros íbamos
    • Vosotros iba → Vosotros ibais
    • Tip: bij nosotros hoor je bijna altijd een -mos aan het eind: éramos, íbamos, veíamos.
  • 2. Indefinido gebruiken in plaats van imperfecto
    • Antes fui voluntario.Antes era voluntario.
    • Controleer: bedoel je een periode / gewoonte? Kies dan era / iba / veía.
  • 3. Ser en estar door elkaar halen
    • Hier gebruik je voor beschrijvingen in het verleden bijna altijd ser, niet estar.
      • Él era médico. (hij was arts, eigenschap)
      • Él estaba médico. (fout)

Kleine vormdetails om op te letten

  • Accenttekens zijn belangrijk:
    • éramos, íbamos: accent op de eerste lettergreep.
    • veía, veías, veía, veíamos, veíais, veían: altijd een accent op de í.
  • Ser en ir lijken in de 1e en 3e persoon op elkaar in het Nederlands:
    • era = hij/zij/ik was
    • iba = hij/zij/ik ging

Stap-voor-stap: zo kies je de juiste vorm

  1. Kijk naar de persoon
    • ik = yoera, iba, veía
    • jij = eras, ibas, veías
    • wij = nosotroséramos, íbamos, veíamos, enz.
  2. Bepaal het werkwoord
    • eigenschap / identiteit → ser (era…)
    • beweging / ergens heen → ir (iba…)
    • zien → ver (veía…)
  3. Controleer of het echt imperfecto moet zijn
    • Gaat het om “vroeger, altijd, normaal, elke dag”? → ja, imperfecto.
    • Gaat het om één specifiek moment? → dan later (indefinido), niet in deze les.

Zelfcheck: begrijp je het verschil en de vormen?

Beantwoord voor jezelf in het Spaans (hardop of op papier):

  1. Hoe was de spoeddienst toen je kind was?
    • Begin met: Cuando era niño/a, el servicio de urgencias era
  2. Waar ging je vroeger heen bij een medische noodsituatie?
    • Begin met: Antes iba a …
  3. Wat zag je meestal in de eerste hulp?

    • Begin met: Normalmente veía
  • Gebruik je bij beschrijvingen era en niet fui?
  • Gebruik je bij regelmatige beweging iba / íbamos en niet fui / fuimos?
  • Hebben alle vormen van ver een accent op de í?

Als je deze vragen rustig kunt beantwoorden, kun je de vormen era, iba, veía en hun betekenissen zelfstandig gebruiken in gesprekken.

Persona (Persoon)Conjugación (Vervoeging)Ejemplos (Voorbeelden)
Yoera, iba, veíaYo era voluntario en la Cruz Roja. (Ik was vrijwilliger bij het Rode Kruis.)
Yo iba al hospital cada semana. (Ik ging elke week naar het ziekenhuis.)
Yo veía ambulancias pasar por mi calle. (Ik zag ambulances door mijn straat rijden.)
eras, ibas, veíaseras parte del equipo de emergencia. (Jij was onderdeel van het noodteam.)
ibas al centro médico en bici. (Jij ging op de fiets naar het medisch centrum.)
veías las instrucciones en la pared. (Jij zag de instructies op de muur.)

Él 

Ella

era, iba, veíaElla era paramédica en la ambulancia. (Zij was als verpleegkundige in de ambulance.)
Él iba a emergencias con su equipo. (Hij ging met zijn team naar de spoed.)
Ella veía pacientes graves a diario. (Zij zag elke dag ernstige patiënten.)

Nosotros

Nosotras

éramos, íbamos, veíamosNosotros éramos responsables del teléfono de emergencia. (Wij waren verantwoordelijk voor de noodtelefoon.)
Nosotros íbamos al hospital cada mañana. (Wij gingen elke ochtend naar het ziekenhuis.)
Nosotras veíamos muchas situaciones reales. (Wij zagen veel echte situaties.)

Vosotros

Vosotras

erais, ibais, veíaisVosotros erais los encargados de socorro. (Jullie waren verantwoordelijk voor de hulpverlening.)
Vosotras ibais con la Cruz Roja. (Jullie gingen met het Rode Kruis mee.)
Vosotros veíais vídeos del accidente. (Jullie zagen video's van het ongeluk.)

Ellos

Ellas

eran, iban, veíanEllos eran voluntarios muy buenos. (Zij waren erg goede vrijwilligers.)
Ellos iban a la sala de urgencias. (Zij gingen naar de spoedafdeling.)
Ellos veían muchos casos complicados. (Zij zagen veel ingewikkelde gevallen.)

 

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Cuando yo ___ voluntaria en la Cruz Roja, siempre iba a la sala de urgencias en metro.

Toen ik ___ vrijwilligster bij het Rode Kruis werkte, ging ik altijd met de metro naar de eerstehulpafdeling.)

2. Antes, cuando vivía en Madrid, ___ muchas veces al hospital de la Seguridad Social.

Vroeger, toen ik in Madrid woonde, ___ ik vaak naar het ziekenhuis van de sociale zekerheid.)

3. En mi antiguo trabajo, nosotros ___ vídeos de emergencias para aprender qué hacer.

In mijn vorige baan ___ we noodvideo's om te leren wat we moesten doen.)

4. Cuando mis amigos ___ voluntarios, siempre llamaban al teléfono de emergencia si veían un accidente.

Toen mijn vrienden ___ vrijwilliger waren, belden ze altijd het alarmnummer als ze een ongeluk zagen.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Selecteer voor elke situatie met betrekking tot de nooddiensten de juiste zin in de pretérito imperfecto.

1.
'Hielp je' staat in pretérito perfecto simple, niet in pretérito imperfecto; het is niet de gevraagde tijd.
'Hielpen jullie' is tweede persoon meervoud, maar het onderwerp is 'ik', dus het komt niet overeen.
2.
'Ging' is eerste of derde persoon enkelvoud, komt niet overeen met 'wij'.
'Ging' is eerste persoon enkelvoud, komt niet overeen met 'wij'.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de onvoltooide verleden tijd met de onregelmatige werkwoorden: ser, ir en ver. Voorbeeld: Nu ben ik vrijwilliger bij het Rode Kruis. → Vroeger was ik vrijwilliger bij het Rode Kruis.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (Antes) Ahora soy voluntario en la Cruz Roja.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Antes era voluntario en la Cruz Roja.
    (Antes era voluntario en la Cruz Roja.)
  2. Hint Hint (Antes) Ahora vamos al hospital todos los días.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Antes íbamos al hospital todos los días.
    (Antes íbamos al hospital todos los días.)
  3. Hint Hint (Antes) Ahora eres jefe del equipo de emergencia.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Antes eras jefe del equipo de emergencia.
    (Antes eras jefe del equipo de emergencia.)
  4. Hint Hint (Antes) Ahora voy a urgencias en metro.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Antes iba a urgencias en metro.
    (Antes iba a urgencias en metro.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Praat met je partner en vergelijk hoe jullie waren en waar jullie vroeger naartoe gingen.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
En una reunión vecinal, habláis de cómo eran antes los servicios de emergencia aquí.
(Tijdens een buurtvergadering praten jullie over hoe de hulpdiensten hier vroeger waren.)

Bespreek
  • ¿Cómo era el servicio de urgencias cuando eras niño en tu país? (Hoe waren de spoeddiensten toen je een kind was in jouw land?)
  • ¿Adónde ibas cuando tenías una emergencia médica antes de vivir aquí? ¿Y ahora?','¿Qué veías normalmente cuando ibas a la sala de urgencias?','En tu opinión, cómo eran los paramédicos y los voluntarios de la Cruz Roja antes? (Waar ging je naartoe wanneer je een medische noodsituatie had voordat je hier ging wonen? En nu?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • La ambulancia era lenta (De ambulance was traag)
  • Llamar al teléfono de emergencia (Bellen naar het alarmnummer)
  • Ir a las urgencias de la Seguridad Social (íbamos allí)」「Veíamos a la Cruz Roja en eventos locales (Naar de spoedeisende hulp van de sociale zekerheid gaan (we gingen daarheen))

Gebruik in gesprek
  • pretérito imperfecto de ser (onvoltooid verleden van ser (pretérito imperfecto de ser))
  • pretérito imperfecto de ir (onvoltooid verleden van ir (pretérito imperfecto de ir))
  • pretérito imperfecto de ver (onvoltooid verleden van ver (pretérito imperfecto de ver))

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Anja Radovanovic

taalwetenschappen

Ca' Foscari University of Venice

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 04/03/2026 17:44