De plaatsvoorzetsels: "Fuera de", "Bajo", "Alrededor de", etc...

Las preposiciones de lugar: "Fuera de", "Bajo", "Alrededor de",etc...


Las preposiciones de lugar nos indican la ubicación de algo o alguien en relación con otros objetos o personas.

(Plaatsvoorzetsels geven ons de locatie van iets of iemand aan in relatie tot andere voorwerpen of personen.)

Wat leer je hier precies?

Je leert Spaanse plaats- en richtingsvoorzetsels (waar iets is / waar je naartoe gaat) en de twee belangrijkste samentrekkingen:

  • de + el = del
  • a + el = al

Snel kiezen: waar, vanwaar, waarnaartoe?

Vraag in je hoofd Typische keuze Voorbeeld (Spaans)
Waar is iets? junto a / enfrente de / fuera de / alrededor de / a lo largo de / bajo El probador está junto a la entrada.
Vanwaar kom ik? desde Vengo desde la tienda de ropa.
Waarnaartoe ga ik? a Voy al probador.

De twee samentrekkingen die je écht moet automatiseren

In het Spaans komen de en a heel vaak direct vóór el (mannelijk enkelvoud). Dan schrijf je bijna altijd een samentrekking.

  • de + eldel
  • a + elal
Niet zo Wel zo Waarom?
fuera de el probador fuera del probador de + el = del
enfrente de el banco enfrente del banco de + el = del
voy a el probador voy al probador a + el = al
junto a el ascensor junto al ascensor a + el = al

Stap-voor-stap: check het lidwoord (snelle zelfcontrole)

  1. Zoek het zelfstandig naamwoord na de prepositie: probador, banco, entrada

  2. Kies het juiste lidwoord: el (m), la (v), los/las (meervoud).

  3. Staat er el na de of a? Dan maak je de samentrekking: del / al.

Belangrijk: samentrekking alleen bij “el”

Alleen el (mannelijk enkelvoud) trekt samen. Dus:

  • de + la blijft: de laenfrente de la tienda
  • a + la blijft: a lajunto a la entrada
  • de + los/las blijft: de los / de lasal lado de los sombreros
  • a + los/las blijft: a los / a lasvoy a las cajas

De vaste combinaties: dit gaat vaak fout

Sommige woorden lijken op een voorzetsel, maar zijn eigenlijk een vaste combinatie. Onthoud ze als één blok.

Combinatie Betekenis Correct voorbeeld
junto a naast / vlak bij El probador está junto a la entrada.
enfrente de tegenover La cazadora está enfrente de la blusa.
fuera de buiten (niet binnen) Los pañuelos están fuera del probador.
alrededor de rond(om) Las tiendas están alrededor de la plaza.
a lo largo de langs (een route/lijn) Camino a lo largo del centro comercial.
bajo onder Los calcetines están bajo la cama.

“Bajo” zonder “de”: zo onthoud je het

In deze les gebruik je bajo meestal als directe plaatsaanduiding: bajo + zelfstandig naamwoord.

  • Correct: Los zapatos están bajo la mesa.
  • Veelgemaakte fout: bajo de la mesa (in deze context niet nodig)

Mini-checklist (voor je spreekt of schrijft)

  • Zie ik “de el”? → maak del.
  • Zie ik “a el”? → maak al.
  • Gebruik ik “junto”? → altijd junto a (niet junto de).
  • Gebruik ik “enfrente” / “fuera” / “alrededor” / “a lo largo”? → meestal met de.
  • Is het “la/las/los”?geen samentrekking.
  1. Wanneer we het voorzetsel vóór een zelfstandig naamwoord zetten, moeten we letten op het geslacht. Als het zelfstandig naamwoord mannelijk is, wordt de gecombineerd met het lidwoord. de + el = del
  2. Met het voorzetsel a gebeurt hetzelfde: a + el = al. Voorbeeld: Me pruebo la cazadora al lado del espejo
Preposición (Voorzetsel)Ejemplo (Voorbeeld)
AHe llevado esta camiseta a todas partes. (Ik heb dit T-shirt overal mee naartoe genomen.)
DesdeVengo desde la tienda de ropa. (Ik kom vanuit de kledingwinkel.)
Junto + aEl probador está junto a la entrada. (Het pashokje is naast de ingang.)
Enfrente + deLa cazadora está enfrente de la blusa. (Het jack staat tegenover de blouse.)
Fuera + deLa gorra está fuera del probador. (De pet is buiten de paskamer.)
Alrededor + deLas tiendas están alrededor de la plaza. (De winkels liggen rond het plein.)
A lo largo + deMe gusta caminar a lo largo del centro comercial. (Ik wandel graag langs het winkelcentrum.)
BajoLos calcetines están bajo la cama. (De sokken liggen onder het bed.)

Uitzonderingen!

  1. Alleen het voorzetsel "junto" wordt gevolgd door "a".

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Los pañuelos están ____ probador, al lado de los sombreros.

De sjaals liggen ____ het pashokje, naast de hoeden.

2. Me pruebo la cazadora ____ la entrada, porque hay más luz.

Ik pas het jasje ____ de ingang, omdat er meer licht is.

3. Los calcetines están ____ cama y no los encuentro.

De sokken liggen ____ het bed en ik kan ze niet vinden.

4. Hay muchas tiendas de moda ____ la plaza, así que podemos comparar precios.

Er zijn veel modewinkels ____ het plein, dus we kunnen prijzen vergelijken.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin.

1.
«Probador» is mannelijk: het moet «del probador» zijn, niet «de la».
De samentrekking ontbreekt: fuera de + el = fuera del.
2.
Het voorzetsel «a» ontbreekt: je zegt «junto a la entrada».
Veelgemaakte fout: «junto» gaat niet met «de», maar met «a».

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen door de samentrekkingen correct te verbinden: de + el = del en a + el = al; houd de rest van de zin hetzelfde.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. El probador está junto a el ascensor.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    El probador está junto al ascensor.
    (Het pashokje is naast de lift.)
  2. La tienda de ropa está enfrente de el banco.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    La tienda de ropa está enfrente del banco.
    (De kledingwinkel is tegenover de bank.)
  3. Mi chaqueta está fuera de el armario.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Mi chaqueta está fuera del armario.
    (Mijn jas ligt buiten de kast.)
  4. Las tiendas están alrededor de el centro comercial.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Las tiendas están alrededor del centro comercial.
    (De winkels liggen rondom het winkelcentrum.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: In tweetallen beschrijven jullie waar de kledingstukken en de ruimtes zich bevinden met behulp van plaatsvoorzetsels.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
En una tienda de ropa, buscas prendas de oficina y no encuentras el probador.
(In een kledingwinkel zoek je kantoorkleding en kun je het pashokje niet vinden.)

Bespreek
  • ¿Dónde está el probador y qué prendas ves cerca o enfrente de él? (Waar is het pashokje en welke kledingstukken zie je ernaast of ertegenover?)
  • Explica cómo llegar desde la entrada hasta la cazadora o la blusa que quieres probarte; ¿qué hay alrededor? (perchas, cajas) ¿Qué prenda está fuera de lugar y qué propones? (Leg uit hoe je vanaf de ingang bij het jasje of de blouse komt die je wilt passen; wat is eromheen? (kleerhangers, kassa’s) Welk kledingstuk ligt niet op zijn plek en wat stel je voor?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • El probador está junto a la entrada. (Het pashokje is naast de ingang.)
  • La cazadora está enfrente de la blusa. (Het jasje is tegenover de blouse.)
  • Los calcetines están bajo la silla del probador. (De sokken liggen onder de stoel in het pashokje.)

Gebruik in gesprek
  • junto a (naast)
  • enfrente de (tegenover)
  • fuera de (niet op zijn plek)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage