A2.34.1 - Het pensioen
La jubilación
Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.
| Woord | Vertaling |
|---|---|
| Jubilarse | Met pensioen gaan |
| Trabajador | Werknemer |
| Puesto de trabajo | Functie |
| Jubilado | Pensioengerechtigde |
| Anticipar el retiro | Vervroegd met pensioen gaan |
| Reducción de jornada | Verkorting van de werktijd |
| Jubilación activa | Actief pensioen |
| Compatibilizar una pensión | Een pensioen combineren met werk |
| Cobrar una pensión | Een pensioen ontvangen |
| Carrera de cotización | Loopbaan met pensioenopbouw |
| Seguir trabajando | Blijven werken |
| Desde el uno de abril hay cambios importantes en las reglas de jubilación en España. | (Vanaf 1 april zijn er belangrijke veranderingen in de regels voor pensioen in Spanje.) |
| La jubilación parcial es cuando un trabajador deja su puesto poco a poco y una persona más joven le sustituye. | (Gedeeltelijke pensionering is wanneer een werknemer zijn functie geleidelijk opgeeft en een jongere persoon hem vervangt.) |
| Ahora esta jubilación se puede anticipar hasta tres años antes. | (Nu kan deze pensionering tot drie jaar eerder worden ingevoerd.) |
| Además, la reducción de la jornada puede ser de hasta el 75%. | (Daarnaast kan de verkorting van de werktijd oplopen tot 75%.) |
| La jubilación activa es cuando una persona ya tiene la edad de jubilación y sigue trabajando. | (Actief pensioen is wanneer iemand de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en toch blijft werken.) |
| En este caso se puede cobrar una pensión y un salario al mismo tiempo. | (In dat geval kan men tegelijk een pensioen en een salaris ontvangen.) |
| La novedad es que ya no es necesario haber completado toda la carrera de cotización para entrar en la jubilación activa. | (Het nieuwe is dat het niet langer noodzakelijk is de volledige loopbaan met pensioenopbouw te hebben voltooid om voor actief pensioen in aanmerking te komen.) |
| Así más personas pueden acceder a este tipo de jubilación. | (Zo kunnen meer mensen toegang krijgen tot dit type pensioen.) |
| La jubilación demorada es para quienes pueden jubilarse pero deciden seguir trabajando más tiempo. | (Uitgestelde pensionering is voor degenen die met pensioen kunnen gaan maar ervoor kiezen langer te blijven werken.) |
| Antes recibían un 4% adicional a su pensión, pero ahora recibirán un 2% extra por cada seis meses que sigan trabajando. | (Vroeger kregen zij 4% extra op hun pensioen, maar nu ontvangen zij 2% extra voor elke zes maanden dat zij blijven werken.) |
| Estas novedades son voluntarias y cada persona puede decidir cuándo jubilarse o seguir trabajando. | (Deze vernieuwingen zijn vrijwillig en iedereen kan zelf beslissen wanneer hij met pensioen gaat of blijft werken.) |
Begripsvragen:
-
¿Qué es la jubilación parcial y quién entra en la empresa cuando el trabajador reduce su jornada?
(Wat is gedeeltelijke pensionering en wie neemt de plaats in binnen het bedrijf wanneer de werknemer zijn werktijd vermindert?)
-
¿Qué dos cosas se pueden cobrar al mismo tiempo en la jubilación activa?
(Welke twee dingen kan men tegelijkertijd ontvangen bij actief pensioen?)
-
¿Qué gana una persona si retrasa su jubilación y sigue trabajando seis meses más?
(Wat krijgt iemand als hij zijn pensionering uitstelt en zes maanden langer blijft werken?)
Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Estar jubilado
| 1. | Marcos: | He escuchado que ahora puedes jubilarte antes o seguir trabajando. | (Ik heb gehoord dat je je nu eerder kunt laten pensioneren of kunt blijven werken.) |
| 2. | María: | Sí, han cambiado las reglas. Ahora puedes jubilarte hasta tres años antes o seguir trabajando si lo deseas, lo que me parece bien. | (Ja, de regels zijn veranderd. Nu kun je tot drie jaar eerder met pensioen gaan of blijven werken als je dat wilt — dat vind ik een goede zaak.) |
| 3. | Marcos: | Entonces, ¿pueden elegir cuándo jubilarse? ¿O seguir trabajando? | (Dus kunnen mensen zelf kiezen wanneer ze met pensioen gaan? Of ervoor kiezen om te blijven werken?) |
| 4. | María: | Sí, exactamente. Pueden elegir jubilarse cuando les corresponde, hacerlo antes o seguir trabajando si quieren. Ahora tienen más posibilidades. | (Ja, precies. Ze kunnen kiezen om op de gebruikelijke leeftijd met pensioen te gaan, eerder te stoppen, of door te blijven werken als ze dat willen. Nu hebben ze meer opties.) |
| 5. | Marcos: | ¿Qué te gustaría hacer cuando te jubiles? | (Wat zou jij graag doen als je met pensioen bent?) |
| 6. | María: | Creo que aprovecharé para cuidar el jardín, viajar y conocer otros lugares que siempre he querido visitar. | (Ik denk dat ik tijd zal nemen voor de tuin, wil reizen en plaatsen bezoeken die ik altijd al heb willen zien.) |
| 7. | Marcos: | ¿Y te has planteado mudarte al campo cuando te jubiles? Siempre decías que querías vivir en la casa de la abuela en Asturias. | (En heb je overwogen om naar het platteland te verhuizen als je met pensioen gaat? Je zei altijd dat je in het huis van je grootmoeder in Asturias wilde wonen.) |
| 8. | María: | Lo he pensado, pero por ahora me siento cómoda en la ciudad. | (Ik heb erover nagedacht, maar voorlopig voel ik me prettig in de stad.) |
| 9. | Marcos: | Seguro que cuando llegue el momento, disfrutarás de tu tiempo al máximo. | (Ik weet zeker dat je er later het beste van zult maken.) |
1. ¿De qué hablan principalmente Marcos y María?
(Waar praten Marcos en María voornamelijk over?)2. Según María, ¿qué han cambiado?
(Volgens María, wat is er veranderd?)Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken
Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.
-
En tu país o en España, ¿a qué edad te gustaría jubilarte y por qué?
In jouw land of in Spanje: op welke leeftijd zou je het liefst met pensioen gaan en waarom?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Imagina que ya estás jubilado/a: ¿qué dos actividades harías normalmente entre semana?
Stel dat je al met pensioen bent: welke twee activiteiten zou je doordeweeks meestal doen?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Cuando te jubiles, ¿prefieres vivir en la ciudad o mudarte al campo? Explica tu elección en una frase.
Als je gepensioneerd bent, woon je liever in de stad of verhuis je naar het platteland? Leg je keuze in één zin uit.
__________________________________________________________________________________________________________
-
Piensa en tu vida dentro de 10–15 años: ¿qué estarás haciendo normalmente en tu tiempo libre?
Denk aan je leven over 10–15 jaar: wat doe je normaal gesproken in je vrije tijd?
__________________________________________________________________________________________________________
Oefen deze dialoog met een echte leraar!
Deze dialoog maakt deel uit van ons leermateriaal. Tijdens onze conversatielessen oefen je de situaties met een docent en andere studenten.
- Implementeert ERK-, DELE-examen en Cervantes-richtlijnen
- Ondersteund door de universiteit van Siegen