Leerás el imperativo negativo para dar órdenes en segunda persona, usando formas como “No trabajes” y reflexivos como “No te quedes”, con pronombres antes del verbo y siempre precedidos por “no”.
- Voor de tweede persoon enkelvoud tú, gebruik de vorm van de tegenwoordige aanvoegende wijs.
- Voor de tweede persoon meervoud vosotros wordt '-éis'/'-áis' toegevoegd.
- Bij negatieve zinnen staan de voornaamwoorden altijd voor de werkwoordsvorm: no te quedes
Persona (Persoon) | Forma (Vorm) | Ejemplo (Voorbeeld) |
---|---|---|
Tú | No trabajes | No trabajes sin comunicarlo (Werk niet zonder het te melden) |
Vosotros | No trabajéis | No trabajéis sin apoyo. (Werk niet zonder steun.) |
Tú + pronombre | No te quedes | No te quedes solo sin avisar. (Blijf niet alleen zonder iets te zeggen.) |
Vosotros + pronombre | No os quedéis | No os quedéis sin tareas. (Blijf niet zonder taken.) |
Uitzonderingen!
- Zet altijd no voor de werkwoord.
Oefening 1: El imperativo negativo
Instructie: Vul het juiste woord in.
trabajes, comáis, presentes, descanséis, ayudéis, hables, me llames, escuchéis
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de correcte zin met de negatieve gebiedende wijs in de tweede persoon om opdrachten of instructies te geven die te maken hebben met teamwork. Identificeer de juiste vorm van de tegenwoordige aanvoegende wijs met 'jij' of 'jullie' en de correcte positie van de negatieve voornaamwoorden.