A2.36: Van postkantoor naar e-mail

De la oficina de correos al correo electrónico

Leerás el presente de subjuntivo con verbos regulares para pedir y expresar deseos en contextos como mandar cartas, enviar correos y resolver problemas electrónicos, con palabras clave como mandar, enviar, recibir y ser.

Luister- en leesmateriaal

Oefen woordenschat in context met echte materialen.

Woordenschat (16)

 Mandar (sturen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Mandar

Show

Sturen Show

 La carta: De brief (Spaans)

La carta

Show

De brief Show

 El email: De e-mail (Spaans)

El email

Show

De e-mail Show

 El destinatario: De ontvanger (Spaans)

El destinatario

Show

De ontvanger Show

 La despedida: Het afscheid (Spaans)

La despedida

Show

Het afscheid Show

 La firma: De handtekening (Spaans)

La firma

Show

De handtekening Show

 El sello: De postzegel (Spaans)

El sello

Show

De postzegel Show

 Responder a un correo: Reageren op een e-mail (Spaans)

Responder a un correo

Show

Reageren op een e-mail Show

 Recibir una carta: Een brief ontvangen (Spaans)

Recibir una carta

Show

Een brief ontvangen Show

 Ir a correos: Naar het postkantoor gaan (Spaans)

Ir a correos

Show

Naar het postkantoor gaan Show

 La bandeja de entrada: de inbox (Spaans)

La bandeja de entrada

Show

De inbox Show

 Enviar un correo electrónico: Een e-mail sturen (Spaans)

Enviar un correo electrónico

Show

Een e-mail sturen Show

 Adjuntar un archivo: Een bestand toevoegen (Spaans)

Adjuntar un archivo

Show

Een bestand toevoegen Show

 El usuario: de gebruiker (Spaans)

El usuario

Show

De gebruiker Show

 Descargar (downloaden) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Descargar

Show

Downloaden Show

 Enviar una carta: Een brief versturen (Spaans)

Enviar una carta

Show

Een brief versturen Show

Oefeningen

Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.

Oefening 1: Vertaal en gebruik in een zin

Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.

1

La despedida


Het afscheid

2

El email


De e-mail

3

Adjuntar un archivo


Een bestand toevoegen

4

Enviar un correo electrónico


Een e-mail sturen

5

Ir a correos


Naar het postkantoor gaan

Ejercicio 2: Gespreksoefening

Instrucción:

  1. Stuur je nog steeds brieven of alleen e-mails? (Stuur je nog steeds brieven of alleen e-mails?)
  2. Wat is noodzakelijk wanneer je een brief wilt versturen? (Wat is noodzakelijk wanneer je een brief wilt versturen?)
  3. Hoeveel e-mails ontvang je meestal op een dag? (Hoeveel e-mails ontvang je meestal op een dag?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Ahora solo envío correos electrónicos. Es más rápido y fácil.

Ik stuur nu alleen nog e-mails. Het is sneller en makkelijker.

A veces envío cartas para ocasiones especiales. Como cumpleaños o días festivos.

Soms verstuur ik brieven voor speciale gelegenheden. Zoals verjaardagen of feestdagen.

Es importante que firmes la carta.

Het is belangrijk dat je de brief ondertekent.

Es necesario que envíes la carta llevándola a la oficina de correos, por ejemplo.

Het is noodzakelijk dat je de brief verstuurt door deze bijvoorbeeld naar het postkantoor te brengen.

Normalmente recibo 10 o 15 correos electrónicos. La mayoría son de trabajo.

Ik krijg meestal 10 of 15 e-mails. De meeste zijn voor werk.

Recibo 5 correos electrónicos al día. Algunos son de amigos, otros de periódicos.

Ik ontvang 5 e-mails per dag. Sommige zijn van vrienden, sommige van kranten.

...

Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Es importante que _____ el correo electrónico con el archivo adjunto.

(Het is belangrijk dat je _____ de e-mail met de bijlage verstuurt.)

2. Quiero que _____ todas las cartas antes del mediodía.

(Ik wil dat je _____ alle brieven vóór de middag ontvangt.)

3. Espero que _____ un buen usuario del correo electrónico en la empresa.

(Ik hoop dat je _____ een goede gebruiker bent van de zakelijke e-mail.)

4. Es necesario que _____ la respuesta antes del viernes para conseguir el trabajo.

(Het is noodzakelijk dat we _____ het antwoord vóór vrijdag sturen om de baan te krijgen.)

Oefening 5: Van het postkantoor naar de e-mail

Instructie:

Esta mañana, Marta quiere que yo (Ser - Subjuntivo presente) responsable y (Enviar - Subjuntivo presente) el correo electrónico a nuestro cliente. Ella espera que tú (Recibir - Subjuntivo presente) toda la información correctamente. Además, es importante que nosotros (Mandar - Subjuntivo presente) el archivo adjunto antes del mediodía. Ojalá que ellos también (Ser - Subjuntivo presente) puntuales para la reunión por videoconferencia.


Deze ochtend wil Marta dat ik ben (Zijn - Tegenwoordige aanvoegende wijs) verantwoordelijk ben en de e-mail stuur (Sturen - Tegenwoordige aanvoegende wijs) naar onze klant. Zij hoopt dat jij alle informatie correct ontvangt (Ontvangen - Tegenwoordige aanvoegende wijs). Bovendien is het belangrijk dat wij de bijlage voor het middaguur versturen (Versturen - Tegenwoordige aanvoegende wijs). Hopelijk zijn zij ook stipt voor de videoconferentie.

Werkwoordschema's

Ser - Zijn

Subjuntivo presente

  • yo sea
  • tú seas
  • él/ella/Ud. sea
  • nosotros/nosotras seamos
  • vosotros/vosotras seáis
  • ellos/ellas/Uds. sean

Enviar - Sturen

Subjuntivo presente

  • yo envíe
  • tú envíes
  • él/ella/Ud. envíe
  • nosotros/nosotras enviemos
  • vosotros/vosotras enviéis
  • ellos/ellas/Uds. envíen

Recibir - Ontvangen

Subjuntivo presente

  • yo reciba
  • tú recibas
  • él/ella/Ud. reciba
  • nosotros/nosotras recibamos
  • vosotros/vosotras recibáis
  • ellos/ellas/Uds. reciban

Mandar - Versturen

Subjuntivo presente

  • yo mande
  • tú mandes
  • él/ella/Ud. mande
  • nosotros/nosotras mandemos
  • vosotros/vosotras mandéis
  • ellos/ellas/Uds. manden

Oefening 6: El presente de subjuntivo: Los verbos regulares

Instructie: Vul het juiste woord in.

Grammatica: De onvoltooide aanvoegende wijs: De regelmatige werkwoorden

Toon vertaling Toon antwoorden

recibamos, recibas, envíe, sea

1. Recibir (tú):
Prefiero que ... el paquete en mano.
(Ik heb liever dat je het pakket persoonlijk ontvangt.)
2. Recibir (tú):
Espero que ... mi carta pronto.
(Ik hoop dat je mijn brief snel ontvangt.)
3. Ser (ella):
Es necesario que ... puntual para la reunión.
(Het is noodzakelijk dat je op tijd bent voor de vergadering.)
4. Recibir (nosotros):
Ojalá que ... una respuesta rápida.
(Hopelijk ontvangen we snel een antwoord.)
5. Enviar:
Dudo que él ... el email hoy.
(Ik betwijfel of hij de e-mail vandaag verstuurt.)
6. Ser:
Deseo que ... un día productivo para todos.
(Ik wens dat het een productieve dag voor iedereen is.)
7. Enviar (yo):
No creo que ... un mensaje tan tarde.
(Ik denk niet dat hij zo laat een bericht stuurt.)
8. Ser:
Quiero que ella ... feliz con su decisión.
(Ik wil dat zij gelukkig is met haar beslissing.)

Grammatica

We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!

A2.36.3 Gramática

El presente de subjuntivo: Los verbos regulares

De onvoltooide aanvoegende wijs: De regelmatige werkwoorden


Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les

Ser zijn

Subjuntivo presente

Spaans Nederlands
(yo) sea ik ben
(tú) seas jij bent
(él/ella) sea hij/zij zijn
(nosotros/nosotras) seamos wij zijn
(vosotros/vosotras) seáis jullie zijn
(ellos/ellas) sean zij zijn

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Enviar verzenden

Subjuntivo presente

Spaans Nederlands
(yo) envíe ik verzend
(tú) envíes jij zou verzenden
(él/ella) envíe hij verzend/zij verzend
(nosotros/nosotras) enviemos wij verzenden
(vosotros/vosotras) enviéis jullie verzenden
(ellos/ellas) envíen zij verzenden

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Recibir ontvangen

Subjuntivo presente

Spaans Nederlands
(yo) reciba ik ontvang
(tú) recibas jij ontvang
(él/ella) reciba hij/zij ontvangt
(nosotros/nosotras) recibamos wij ontvangen
(vosotros/vosotras) recibáis jullie ontvangen
(ellos/ellas) reciban zij ontvangen

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!

Wil je vandaag Spaans oefenen? Dat is mogelijk! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.

Schrijf je nu in!

Lesoverzicht: Van postkantoor tot e-mail - Aan de slag met de tegenwoordige aanvoegende wijs

Deze les richt zich op het gebruik van de presente de subjuntivo in het Spaans, met name bij regelmatige werkwoorden in situaties rond het versturen van post en e-mails. De leerlijn omvat praktische communicatie rond Correos (het Spaanse postkantoor) en moderne alternatieven zoals Whatsapp of e-mail. Hiermee leer je onder andere hoe je wensen, verzoeken en onzekerheden uitdrukt in alledaagse contexten.

Belangrijkste leerstof en thema's

  • Gebruik van de aanvoegende wijs (subjuntivo): Deze tijd wordt gebruikt om wensen, onzekerheden, bevelen en hoop uit te drukken, bijvoorbeeld in zinnen als "Espero que el cartero no tenga mucho trabajo." (Ik hoop dat de postbode niet te druk heeft).
  • Reguliere werkwoorden in de subjuntivo: Werkwoorden zoals mandar (versturen), enviar (verzenden), recibir (ontvangen) en ser (zijn) worden in deze les geoefend.
  • Praktische situaties: Communiceren bij het postkantoor, formele en informele e-mails schrijven, en problemen met e-mail oplossen. Dit oefent niet alleen grammatica, maar ook relevante woordenschat.

Voorbeelden van nuttige uitdrukkingen en werkwoorden

  • "¿Podrías mandar esta carta por mí?" (Zou je deze brief voor mij kunnen versturen?)
  • "Quiero que la mande hoy para que llegue pronto." (Ik wil dat je hem vandaag verstuurt zodat hij snel aankomt.)
  • "Espero que el archivo esté adjunto correctamente." (Ik hoop dat het bestand correct is toegevoegd.)
  • "Es importante que mandes el recibo después." (Het is belangrijk dat je de bon daarna verstuurt.)

Verschillen tussen Nederlands en Spaans in deze context

In het Nederlands drukken we wensen en mogelijkheden vaak uit met de aanvoegende wijs die minder frequent en minder formeel is dan in het Spaans. Het Spaans gebruikt de subjuntivo veel actiever, vooral in bijzinnen na werkwoorden als querer (willen), esperar (hopen), en dudar (twijfelen).

Handige Nederlandse equivalenten van Spaanse woorden en uitdrukkingen uit deze les zijn:

  • Mandar / Enviar: versturen of verzenden
  • Recibir: ontvangen
  • Correo electrónico: e-mail
  • Oficina de correos: postkantoor
  • Espero que...: ik hoop dat...
  • Quiero que...: ik wil dat...

Let op dat waar het Spaans met de subjuntivo een specifieke vervoeging gebruikt, het Nederlands vaak vaste constructies of modale werkwoorden gebruikt om dezelfde betekenis te verduidelijken.

Deze lessen zouden niet mogelijk zijn zonder onze geweldige partners🙏