„Acabar de", „empezar a", „volver a" + infinitief

"Acabar de", "empezar a" , "volver a" + infinitivo


Las perífrasis "acabar de", "empezar a" y "volver a" se usan para hablar de distintos momentos de una acción.

(De perifrasen "acabar de", "empezar a" en "volver a" worden gebruikt om over verschillende momenten van een handeling te spreken.)

Wanneer gebruik je welke constructie?

  • Acabar de + infinitivo = ik heb net / zojuist iets gedaan (heel recent).
  • Empezar a + infinitivo = ik begin met een actie (startmoment).
  • Volver a + infinitivo = ik doe het opnieuw / weer (herhaling).
Betekenis Signaalwoorden (NL) Typische context
Net gedaan net, zojuist, net pas Je komt ergens aan, je rondt iets af
Start beginnen (met) Je zet iets in gang
Opnieuw weer, opnieuw, nog een keer Je herhaalt een actie

Bouwsteen: wat verandert er en wat blijft altijd hetzelfde?

  • Je vervoegt alleen het eerste werkwoord: acabar, empezar of volver.
  • Het tweede werkwoord blijft altijd in de infinitief (terminar, pedir, comer, trabajar…).
  • De vaste voorzetsels zijn:
    • acabar de
    • empezar a
    • volver a
Structuur Correct Let op (fout)
acabar de + infinitivo Acabo de terminar el informe. Acabo terminar (mist de)
empezar a + infinitivo Empieza a preparar la cena. Empieza de preparar (verkeerd voorzetsel)
volver a + infinitivo Volví a pedir las croquetas. Volví pedir (mist a)

Tijd en nuance: hoe ‘recent’ is acabar de?

  • Acabar de voelt meestal als: net gebeurd (minuten/heel kort geleden).
  • Voor langere tijd geleden kies je eerder een “gewone” verleden tijd (bijv. ayer terminé…).
  • Combineren kan: Acabo de llegar, pero empiezo a trabajar ahora.

Snelle zelfcheck (3 vragen)

  1. Wil je zeggen: net gebeurd, begin of opnieuw?
  2. Heb je het juiste voorzetsel gezet: de of a?
  3. Staat het tweede werkwoord echt in de infinitief?
    • Correct: Acabo de pedir
    • Fout: Acabo de pido

Praktische voorbeeldzinnen (werk & dagelijks leven)

  • Acabo de enviar el correo. (Ik heb net de mail gestuurd.)
  • Empezamos a revisar el contrato ahora. (We beginnen nu het contract te bekijken.)
  • Vuelvo a llamar en diez minutos. (Ik bel over tien minuten opnieuw.)
  1. acabar de + infinitivo wordt gebruikt om een handeling uit te drukken die net is afgerond.
  2. empezar a wordt gebruikt om het begin van een handeling uit te drukken.
  3. volver a wordt gebruikt om aan te geven dat een handeling wordt herhaald.
FórmulaEjemplo
Acabar de + infinitivoAcabo de terminar de comer. (Ik ben net klaar met eten.)
Empezar a + infinitivo¿Empiezas a pedir algo o esperas un poco más? (Ga je iets bestellen of wacht je nog even?)
Volver a + infinitivoVolví a pedir las croquetas porque estaban deliciosas. (Ik bestelde opnieuw de kroketten omdat ze heerlijk waren.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. _____ pedir una ración de patatas bravas para llevar.

_____ een portie patatas bravas besteld om mee te nemen.

2. Si quieres, puedes _____ probar las croquetas mientras esperas.

Als je wilt, kun je _____ de kroketten beginnen te proeven terwijl je wacht.

3. La tortilla estaba tan rica que _____ pedir otra tapa.

De tortilla was zo lekker dat ik _____ een andere tapa te bestellen.

4. Cuando llegamos a casa, mi pareja _____ preparar la comida china.

Toen we thuiskwamen, _____ mijn partner het Chinese eten te bereiden.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de correcte zin.

1.
Na «de» moet een infinitief komen («pedir»), geen vervoegde vorm («pido»).
«de» ontbreekt: de correcte perifrastische constructie is «acabar de + infinitivo».
2.
Bij «empezar» gebruik je «a», niet «de»: «empezar a + infinitivo».
Na «a» moet een infinitief komen («elegir»), geen vervoegde vorm («eliges»).

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met de aangegeven perifrases (acabar de + infinitief, empezar a + infinitief of volver a + infinitief) om uit te drukken: recente handeling, begin of herhaling.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (Acabar de) Termino el informe ahora mismo.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Acabo de terminar el informe.
    (Ik heb het verslag net afgemaakt.)
  2. Hint Hint (Empezar a) A las nueve, Ana trabaja en el nuevo proyecto.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    A las nueve, Ana empieza a trabajar en el nuevo proyecto.
    (Om negen uur begint Ana aan het nieuwe project te werken.)
  3. Hint Hint (Volver a) Ayer pedí el menú del día otra vez, porque me gustó.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ayer volví a pedir el menú del día porque me gustó.
    (Gisteren bestelde ik opnieuw het dagmenu, omdat ik het lekker vond.)
  4. Hint Hint (Acabar de) Llegamos a casa y cenamos. (acción muy reciente)
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Acabamos de llegar a casa y ahora cenamos.
    (We zijn net thuisgekomen en nu eten we.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: In tweetallen, beslis wat je wilt bestellen en leg recente of herhaalde veranderingen uit.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Tarde de trabajo: quedas con un compañero y pedís comida para llevar.
(Late werkdag: je spreekt af met een collega en je bestelt eten om mee te nemen.)

Bespreek
  • ¿Qué acabas de hacer antes de pedir y qué vas a tomar ahora? (Wat heb je net gedaan voordat je bestelt en wat ga je nu nemen?)
  • ¿Qué vas a empezar a probar primero y por qué? (tapas, ración, plato combinado) ¿Cuál? (Wat ga je als eerste beginnen te proberen en waarom? (tapas, portie, combinatieschotel) Welke?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Acabo de salir del trabajo - ¿tomamos algo con hielo? (Ik ben net van mijn werk vertrokken – nemen we iets met ijs?)
  • Empiezo a probar las croquetas porque están muy ricas. (Ik begin de kroketjes te proeven omdat ze heel lekker zijn.)
  • Vuelvo a pedir patatas bravas; la otra vez me encantaron. (Ik bestel opnieuw patatas bravas; de vorige keer vond ik ze geweldig.)

Gebruik in gesprek
  • acabar de + infinitivo (acabar de + infinitivo)
  • empezar a + infinitivo (empezar a + infinitivo)
  • volver a + infinitivo (volver a + infinitivo)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage