A2.7 - Als toerist in de stad
A2.7 - Als toerist in de stad

A2.7 - Als toerist in de stad - Oefeningen

Como turista en la ciudad


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

el centro histórico — la zona antigua (het historische centrum — de oude wijk)
la plaza mayor — la plaza principal (het hoofdplein — het belangrijkste plein)
la calle peatonal — la calle sin coches (de voetgangersstraat — de straat zonder auto's)
coger un taxi — ir en taxi (een taxi nemen — met de taxi gaan)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Oficina de Turismo - Itinerario de 48 horas

Vul de lege plekken in: calle peatonal, boca de metro, paseo guiado, mapa, monumento, Museo Nacional, por qué, centro histórico, porque, mercado local, metro, Plaza Mayor

(Toeristenbureau - 48-uursroute)

Oficina de Turismo. Itinerario recomendado para 48 horas: pase por el , visite la y camine por una con tiendas. Para moverse, consulte un gratuito y mire el plano de ; la más cercana está en la plaza.

Muchos visitantes han ido al y han hecho una foto al . Si se pierde, pregunte en un punto de información. El sale a las 10:00 desde el . No sabemos a veces se cancela; normalmente es hay mucha lluvia. Se recomienda comprar las entradas con antelación.
Toeristenbureau (centrum). Aanbevolen route voor 48 uur: ga door het historische centrum, bezoek de Plaza Mayor en wandel door een autovrije winkelstraat. Om je te verplaatsen, raadpleeg een gratis kaart en bekijk de metroplattegrond; de dichtstbijzijnde metro-ingang is op het plein.

Veel bezoekers zijn naar het Nationaal Museum geweest en hebben een foto gemaakt van het monument. Als je verdwaalt, vraag het dan bij een informatiepunt. De rondleiding vertrekt om 10:00 uur vanaf de lokale markt. We weten niet waarom die soms wordt geannuleerd; meestal komt dat doordat het hard regent. Het is aan te raden de tickets vooraf te kopen.

  1. ¿Qué medios sugiere el texto para orientarse en la ciudad y desde dónde sale el paseo guiado?

    (Welke middelen raadt de tekst aan om je in de stad te oriënteren, en vanwaar vertrekt de rondleiding?)

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Hoy he ido a la oficina de turismo porque quiero conocer el centro histórico. He consultado un mapa y también he mirado el plano de metro. Me han dicho que la plaza mayor está cerca de una calle peatonal con muchas terrazas. Luego quiero ir al mercado local y hacer una foto de una estatua famosa. Si me canso, cogeré un taxi para llegar al museo nacional y ver una exposición.
(Vandaag ben ik naar het toeristenbureau gegaan omdat ik het historische centrum wil leren kennen. Ik heb een kaart geraadpleegd en ook de plattegrond van de metro bekeken. Ze hebben me verteld dat het grote plein dichtbij een autovrije straat ligt met veel terrassen. Daarna wil ik naar de lokale markt gaan en een foto maken van een beroemd standbeeld. Als ik moe word, neem ik een taxi om bij het nationaal museum te komen en een tentoonstelling te bekijken.)
Waar Onwaar

(De spreekster vraagt bij het toeristenbureau om haar bezoek aan het historische centrum te plannen.)

(Volgens haar plan gaat ze eerst naar het nationaal museum en daarna naar de lokale markt.)

(Ze wil een standbeeld fotograferen en een taxi gebruiken als ze moe wordt.)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. ¿Por qué ___ ___ el centro histórico tan temprano?

(Waarom ___ ___ je het historische centrum zo vroeg bezocht?)

2. Nos ___ ___ en la calle peatonal porque el mapa no era claro.

(We ___ ___ in de voetgangersstraat omdat de kaart niet duidelijk was.)

3. Esta mañana ___ ___ desde la boca de metro hasta la plaza mayor.

(Vanochtend ___ ___ van de metro-ingang naar het centrale plein gelopen.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

Me gustaría ir a..., porque... / ¿Por qué...? / Porque... / ¿Dónde está...? ¿Cómo llego a...?

  1. Estás en Sevilla como turista y quieres visitar el centro histórico: ¿qué lugar te gustaría ver y cómo vas a llegar (a pie, en metro o en taxi)?
    Je bent als toerist in Sevilla en je wilt het historische centrum bezoeken: welke plek zou je graag willen zien en hoe ga je erheen (te voet, met de metro of met de taxi)?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. En la oficina de turismo te ofrecen dos opciones: un paseo guiado o visitar un museo. ¿Cuál eliges y por qué?
    Bij het toeristenbureau bieden ze je twee opties: een rondleiding met gids of een museum bezoeken. Welke kies je en waarom?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Laura: Hola, ¿qué tal? Mañana quiero ir al centro histórico. Podemos empezar en la plaza mayor y luego ir al mercado local. Después me gustaría ver una exposición en el museo nacional.

No sé por qué hoy el metro iba tan lento. ¿Miramos el plano de metro o cogemos un taxi? Y otra cosa: ¿puedes pasar por la oficina de turismo para preguntar por un paseo guiado en español? Gracias 🙂


Laura: Hoi, hoe gaat het? Morgen wil ik naar het historische centrum. We kunnen beginnen op het grote plein en daarna naar de lokale markt gaan. Daarna zou ik graag een tentoonstelling willen zien in het nationaal museum.

Ik weet niet waarom de metro vandaag zo langzaam reed. Zullen we de metrokaart bekijken of nemen we een taxi? En nog iets: kun je langs het toeristenbureau gaan om te vragen naar een rondleiding met gids in het Spaans? Dank je 🙂


Nuttige zinnen:

  1. ¿Puedes decirme por qué…?

    (Kun je me zeggen waarom…?)

  2. Podemos ir en metro porque…

    (We kunnen met de metro gaan omdat…)

  3. En la oficina de turismo quiero preguntar por…

    (Bij het toeristenbureau wil ik vragen naar…)

Hola Laura, perfecto el plan. Primero vamos a la plaza mayor y después al mercado local. Luego podemos ir al museo nacional para ver la exposición.

Creo que hoy el metro iba lento porque había mucha gente. Mañana miramos el plano de metro y vamos en metro hasta la boca de metro más cercana. Si estamos cansadas, cogemos un taxi.

Esta tarde paso por la oficina de turismo y pregunto por el paseo guiado en español (horario y precio). Te escribo cuando tenga la información.

Hoi Laura, het plan is perfect. Eerst gaan we naar het grote plein en daarna naar de lokale markt. Daarna kunnen we naar het nationaal museum om de tentoonstelling te bekijken.

Ik denk dat de metro vandaag langzaam reed omdat het zo druk was. Morgen bekijken we de metrokaart en gaan we met de metro tot aan het dichtstbijzijnde metrostation. Als we moe zijn, nemen we een taxi.

Vanmiddag ga ik langs het toeristenbureau en vraag ik naar de rondleiding met gids in het Spaans (tijd en prijs). Ik app je zodra ik de informatie heb.