A2.24 - Afhaalmaaltijd
A2.24 - Afhaalmaaltijd

A2.24 - Afhaalmaaltijd - Spreken

Comida para llevar


Ejercicio: Gespreksoefening

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

  1. Quieres pedir comida para llevar. ¿Qué dices? (Je wilt eten bestellen. Wat zeg je?)
  2. ¿Cocinas tú mismo o sueles pedir comida para llevar? ¿Por qué? (Kook je zelf of bestel je vaak afhaalmaaltijden? Waarom?)
  3. ¿Te gusta la comida rápida? ¿Y qué me dices de las comidas preparadas? (Hou je van fastfood? En hoe zit het met kant-en-klaarmaaltijden?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Oefening: Schrijfopdracht (AI+)

Instructie: Schrijf een kort bericht (60 tot 80 woorden) aan een vriend of collega: zeg dat je net van kantoor komt en dat je eten wilt afhalen; stel een menu voor (gerecht, grootte en dessert). (AI+)

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Nuttige uitdrukkingen:

Quiero pedir… / ¿Me pone una ración de…? / Para compartir, podemos pedir… / Acabo de salir de…, así que…