A2.10 - Heb je het nieuws gehoord?
A2.10 - Heb je het nieuws gehoord?

A2.10 - Heb je het nieuws gehoord? - Oefeningen

¿Has oído las noticias?


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

Ver un programa de televisión — Mirar la tele (Naar een televisieprogramma kijken — Tv kijken)
El presentador — La persona que presenta el programa (De presentator — De persoon die het programma presenteert)
El reportaje — Una noticia larga en televisión (De reportage — Een lang nieuwsitem op televisie)
Recibí un mensaje — Me llegó un mensaje (Ik kreeg een bericht — Ik ontving een bericht)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Aviso del ayuntamiento: huelga y cambios en el transporte

Vul de lege plekken in: mensaje, huelga, llama, navegar, reportero, noticias, autobús, televisión

(Mededeling van het gemeentehuis: staking en veranderingen in het vervoer)

El Ayuntamiento informa: ayer hubo en el transporte y algunas líneas de metro y funcionaron con menos frecuencia. En la públicay en la radio dieron las actuales y explicaron los horarios alternativos. Muchos viajeros recibieron un en el móvil con avisos y opciones. Si hoy vas al trabajo, consulta el estado del servicio antes de salir.

Para más información, puedes por internet en la web del Consorcio de Transportes. Si necesitas ayuda, por teléfono al 010 y deja un mensaje. Un explicó en un reportaje que mañana puede haber más retrasos por la mañana.
Het gemeentehuis meldt: gisteren was er een staking in het openbaar vervoer en sommige metro- en buslijnen reden minder vaak. Op de publieke omroep (RTVE) en op de radio brachten ze het laatste nieuws en legden ze de aangepaste dienstregelingen uit. Veel reizigers kregen een bericht op hun telefoon met waarschuwingen en alternatieven. Als je vandaag naar je werk gaat, controleer dan de status van de dienst voordat je vertrekt.

Voor meer informatie kun je online kijken op de website van het Vervoersconsortium. Als je hulp nodig hebt, bel dan naar 010 en laat een bericht achter. Een verslaggever legde in een reportage uit dat er morgenochtend mogelijk meer vertragingen zijn.

  1. ¿Qué pasó ayer con el transporte y qué recomienda el Ayuntamiento antes de salir de casa?

    (Wat gebeurde er gisteren met het openbaar vervoer en wat raadt het gemeentehuis aan voordat je van huis vertrekt?)

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Ayer por la noche vi un programa de televisión con las noticias actuales. El presentador habló de la huelga de metro y después un reportero hizo un reportaje desde la estación de Sol. Esta mañana, mientras navegaba por internet en el móvil, recibí un mensaje de mi jefe: estaba preocupado por los retrasos. Le llamé por teléfono para reaccionar rápido y le dejé un mensaje con mi plan: salir media hora antes y venir en autobús.
(Gisteravond heb ik een televisieprogramma met het actuele nieuws gekeken. De presentator sprak over de metrostaking en daarna maakte een reporter een reportage vanaf het station Sol. Vanmorgen, terwijl ik op internet surfte op mijn mobiel, kreeg ik een bericht van mijn baas: hij maakte zich zorgen over de vertragingen. Ik belde hem om snel te reageren en liet een bericht achter met mijn plan: een half uur eerder vertrekken en met de bus komen.)
Waar Onwaar

(De persoon kwam achter de staking door televisie te kijken en sprak daarna met zijn baas.)

(De reportage werd opgenomen op het kantoor van de persoon.)

(De persoon besloot later te vertrekken om de vertragingen te vermijden.)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ayer ___ las noticias en la televisión mientras cenaba.

(Gisteren ___ ik het nieuws op televisie terwijl ik aan het eten was.)

2. ¿___ en la radio que hubo huelga de trenes esta mañana?

(Heb je op de radio ___ dat er vanochtend een treinstaking was?)

3. Después del informativo, ___ al presentador dónde podía ver el reportaje completo.

(Na het journaal ___ ik de presentator waar ik de volledige reportage kon zien.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

Ayer vi un reportaje y dijeron que… / Esta mañana recibí un mensaje y me preocupé porque… / Luego llamé por teléfono y dejé un mensaje para…

  1. Ayer o esta mañana, ¿qué noticia viste en la televisión o escuchaste en la radio y cómo reaccionaste?
    Gisteren of deze ochtend, welk nieuws zag je op televisie of hoorde je op de radio en hoe reageerde je?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. La última vez que hubo una huelga o un problema de transporte en tu ciudad, ¿qué pasó y qué hiciste para llegar al trabajo o para avisar a alguien?
    De laatste keer dat er een staking was of een vervoersprobleem in jouw stad, wat gebeurde er en wat deed je om op je werk te komen of om iemand te waarschuwen?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Hola, Marta. ¿Viste las noticias hoy? En la tele salieron un reportaje sobre la huelga de transporte en Madrid. Esta mañana yo tardé mucho y llegué tarde.

Dicen que mañana también puede haber problemas. ¿Cómo fuiste tú al trabajo hoy? Si quieres, mañana podemos ir juntos en taxi o salir antes. Avísame.

- Pablo


Hoi, Marta. Heb je vandaag het nieuws gezien? Op tv was er een reportage over de staking in het openbaar vervoer in Madrid. Vanochtend deed ik er heel lang over en kwam ik te laat aan.

Ze zeggen dat er morgen ook problemen kunnen zijn. Hoe ben jij vandaag naar je werk gegaan? Als je wilt, kunnen we morgen samen een taxi nemen of eerder vertrekken. Laat het me weten.

- Pablo


Nuttige zinnen:

  1. Yo vi las noticias esta mañana y me preocupé un poco.

    (Ik heb vanochtend het nieuws gezien en ik maakte me een beetje zorgen.)

  2. Hoy fui en metro y tardé casi una hora.

    (Vandaag ging ik met de metro en dat duurde bijna een uur.)

  3. Si te parece, mañana podemos quedar a las 7:30 / Prefiero salir antes.

    (Als je het goed vindt, kunnen we morgen om 7:30 afspreken / Ik ga liever eerder weg.)

Hola, Pablo. Sí, vi las noticias esta mañana mientras desayunaba. Hoy fui en metro, pero estaba muy lleno y tardé casi una hora, así que llegué tarde. Mañana prefiero salir antes. Podemos quedar en la estación a las 7:15 y, si el metro sigue mal, cogeremos un taxi. ¿Te va bien esa hora?

Hoi, Pablo. Ja, ik heb vanochtend het nieuws gezien terwijl ik aan het ontbijten was. Vandaag ging ik met de metro, maar het was heel druk en dat duurde bijna een uur, dus ik kwam te laat. Morgen ga ik liever eerder weg. We kunnen om 7:15 bij het station afspreken en als de metro nog steeds slecht rijdt, nemen we een taxi. Past dat tijdstip voor jou?