A2.17 - Vrienden bezoeken
A2.17 - Vrienden bezoeken

A2.17 - Vrienden bezoeken - Oefeningen

Visitar amigos


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

El aperitivo — la bebida y tapa antes de cenar (Het aperitief — het drankje en hapje vóór het avondeten)
Hacer una fiesta — organizar una celebración (Een feestje geven — een viering organiseren)
Hacer un brindis — levantar la copa (Een toost uitbrengen — het glas heffen)
Estar contentísim@ — estar muy contento/a (Heel erg blij zijn — heel blij zijn)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Aviso en la comunidad: cena y juegos en el salón

Vul de lege plekken in: sobremesa, buenísima, ajedrez, larguísima, platos, tarta de chocolate, aperitivo, juegos de mesa

(Mededeling in de buurt: eten en spelletjes in de gemeenschappelijke zaal)

Este viernes a las 20:30 varios vecinos haremos una cena y en el salón comunitario. Cada persona trae algo sencillo para compartir: primero habrá un y luego cenaremos tranquilos. Si quieres, puedes traer una o una bebida sin alcohol. También habrá y cartas.

Para no molestar, pedimos dejar los limpios en la cocina y bajar la música a partir de las 23:00. Si vienes, avisa en el grupo antes del jueves. La última vez la comida estuvo y la fue . ¡Nos vemos!
Deze vrijdag om 20:30 houden een paar buren een etentje met bordspelletjes in de gemeenschappelijke zaal. Iedereen neemt iets makkelijks mee om te delen: eerst is er een hapje en daarna eten we rustig. Als je wilt, kun je een chocoladetaart of een alcoholvrij drankje meenemen. Er zijn ook schaakspellen en kaarten.

Om niemand te storen, vragen we om de borden schoon achter te laten in de keuken en de muziek vanaf 23:00 zachter te zetten. Als je komt, laat het dan vóór donderdag in de groep weten. De vorige keer was het eten heerlijk en hebben we nog heel lang nagepraat. Tot dan!

  1. ¿Qué tienes que hacer antes del jueves si quieres venir y qué normas hay para no molestar? Responde con tus palabras.

    (Wat moet je vóór donderdag doen als je wilt komen, en welke regels zijn er om niemand te storen? Antwoord in je eigen woorden.)

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

El sábado vienen unos amigos a mi casa. Quiero hacer una cena sencilla. Antes de cenar preparo el aperitivo con unas aceitunas y una caña para cada uno. Mi amiga trae un ramo de flores y yo estoy muy contenta. Después sacamos los platos y comemos. Luego, en la sobremesa, jugamos a juegos de mesa, sobre todo al parchís y a las cartas. Al final hacemos un brindis con cava y comemos tarta de chocolate.
(Op zaterdag komen er een paar vrienden bij mij thuis. Ik wil een eenvoudig diner maken. Voordat we gaan eten, maak ik het aperitief klaar met wat olijven en een pilsje voor ieder. Mijn vriendin brengt een boeket bloemen mee en ik ben heel blij. Daarna zetten we de borden op tafel en eten we. Vervolgens, na het eten, spelen we bordspellen, vooral Parchís en kaartspellen. Aan het eind brengen we een toost uit met cava en eten we chocoladetaart.)
Waar Onwaar

(Voordat ze aan tafel gaan om te eten, drinken ze iets en knabbelen ze wat van een aperitief.)

(Het bezoek begint omdat ze samen naar het attractiepark willen gaan.)

(Wanneer ze klaar zijn met spelen, proosten ze met champagne.)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Mañana ___ a mis amigos a casa y prepararemos un aperitivo buenísimo.

(Morgen ___ ik mijn vrienden bij mij thuis uit en maken we een heerlijke borrelhap.)

2. ¿Podrás venir temprano para que yo ___ una tarta de chocolate riquísima?

(Kun je vroeg komen, zodat ik ___ een heerlijke chocoladetaart meebreng?)

3. Cuando llegues, ___ y dirás que la casa está llenísima de gente.

(Als je aankomt, ___ en zeg je dat het huis bomvol mensen is.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

Podemos cenar y luego jugar a juegos de mesa. / Llevo un aperitivo o un ramo de flores y hacemos un brindis. / La tarta de chocolate está riquísima y el cava está buenísimo.

  1. ¿Has invitado a amigos a tu casa este fin de semana? ¿Qué plan harías por la noche y qué prepararías para comer y beber?
    Heb je dit weekend vrienden bij jou thuis uitgenodigd? Welk plan zou je ’s avonds maken en wat zou je voorbereiden om te eten en te drinken?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Cuando visitas a unos amigos en España, ¿qué sueles llevar de regalo y qué hacéis después de cenar durante la sobremesa?
    Wanneer je vrienden in Spanje bezoekt, wat neem je dan meestal als cadeau mee en wat doen jullie na het eten tijdens het natafelen?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Hola, ¿qué tal? Soy Lucía 😊

Este viernes quiero invitar a unos amigos a casa. La idea es cenar algo fácil y luego jugar a juegos de mesa. ¿Te apetece venir sobre las 20:30?

Yo preparo la cena y pongo los platos. Si quieres, trae algo para beber (una caña o cava) o un aperitivo. Y si tienes, trae también una baraja para jugar a las cartas.


Hoi, hoe gaat het? Ik ben Lucía 😊

Deze vrijdag wil ik een paar vrienden bij mij thuis uitnodigen. Het idee is om iets makkelijks te eten en daarna bordspellen te spelen. Heb je zin om rond 20:30 te komen?

Ik maak het eten klaar en zorg voor de borden. Als je wilt, neem iets te drinken mee (een biertje of cava) of een hapje. En als je er een hebt, neem dan ook een kaartspel mee om kaartspellen te spelen.


Nuttige zinnen:

  1. ¿Te parece bien si llego a las…?

    (Vind je het goed als ik om… aankom?)

  2. Puedo llevar…, y también…

    (Ik kan … meenemen, en ook …)

  3. ¡Qué plan tan divertidísimo!

    (Wat een superleuk plan!)

¡Hola, Lucía! Sí, me apetece mucho. El viernes puedo estar en tu casa sobre las 20:30.

Puedo llevar un aperitivo (aceitunas y queso) y una botella de cava para hacer un brindis. También llevo una baraja para jugar a las cartas.

¿Quieres que lleve algo más? ¡Nos vemos!

Hoi, Lucía! Ja, ik heb er veel zin in. Vrijdag kan ik rond 20:30 bij jou thuis zijn.

Ik kan een hapje meenemen (olijven en kaas) en een fles cava om te proosten. Ik neem ook een kaartspel mee om kaartspellen te spelen.

Wil je dat ik nog iets anders meeneem? Tot dan!