Ejercicio: Gespreksoefening

Instrucción:

  1. Describe lo que este turista está haciendo en las fotos. (Beschrijf wat deze toerist doet op de foto's.)
  2. Imagina un diálogo entre el turista y el personal de la oficina de turismo. (Stel je een dialoog voor tussen de toerist en het personeel van het VVV-kantoor.)
  3. ¿Todavía envías postales de tus vacaciones? ¿A quién las envías? (Stuur je nog steeds ansichtkaarten vanaf je vakantie? Naar wie stuur je ze?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

La mujer toma un taxi.

De vrouw neemt een taxi.

Consulté las indicaciones en el mapa.

Ik heb de route op de kaart opgezocht.

¿Me puede decir cómo llegar al monumento?

Kunt u mij vertellen hoe ik bij het monument kom?

¿Tienes descuento para estudiantes?

Hebt u een studenten korting?

Uso mi teléfono para llegar al museo.

Ik gebruik mijn telefoon om naar het museum te navigeren.

¿Puedes hacerme una foto?

Kun je een foto van mij maken?

Tengo que enviar una postal a mi familia.

Ik moet een ansichtkaart naar mijn familie sturen.

...