El futuro simple se usa para hablar de acciones que ocurrirán más adelante.

(Het futuro simple wordt gebruikt om te praten over handelingen die later zullen plaatsvinden.)

1. Wat doet de futuro simple precies?

De futuro simple gebruik je om over de toekomst te praten.

  • Plannen: dingen die je van plan bent te doen.
    Mañana veré el concierto. – Morgen zal ik het concert zien.
  • Belofte / afspraak: iets dat je toezegt.
    Te llamaré esta noche. – Ik zal je vanavond bellen.
  • Voorspelling / vermoeden: je denkt dat iets zo zal zijn.
    Creo que lloverá. – Ik denk dat het zal regenen.

Belangrijk: de vorm is hetzelfde voor alle werkwoorden (-ar, -er, -ir).

2. Basisregel: hoe vorm je de futuro simple?

De vorming is heel regelmatig en lijkt op het Nederlands “ik zal werken”.

  1. Neem de infinitief (hele werkwoord): hablar, comer, vivir, ver.
  2. Plak er een uitgang achter, afhankelijk van het onderwerp.
Persoon Uitgang Voorbeeld met ver
yo veré
-ás verás
él / ella / usted verá
nosotros / nosotras -emos veremos
vosotros / vosotras -éis veréis
ellos / ellas / ustedes -án verán

Dat is alles. Geen stamverandering bij regelmatige werkwoorden: je gebruikt altijd het hele werkwoord + uitgang.

3. Snelle vergelijking met Nederlands en met Spaans presente

  • Nederlands: “Ik zal werken morgen.”
  • Spaans futuro simple: Mañana trabajaré.
  • Spaans tegenwoordige tijd voor toekomst: Mañana trabajo. (ook mogelijk, meer als een vast plan of rooster).

In dit hoofdstuk focus je op de vorm infinitief + uitgang.

4. Stap-voor-stap: controleer je vorm

Gebruik deze zelfcheck bij elk werkwoord.

  1. Is het infinitief?
    Voorbeeld: ver, comer, salir. Geen al vervoegde vorm.
  2. Heb ik er direct een uitgang achter gezet?
    ververé, niet ver haré of voy ver.
  3. Past de uitgang bij het onderwerp?
    • yo → -é
    • tú → -ás
    • él/ella → -á
    • nosotros → -emos
    • vosotros → -éis
    • ellos → -án
  4. Heb ik maar één werkwoord in de futuro?
    Goed: podrán escuchar (één toekomstvorm: podrán, één infinitief: escuchar).
    Fout: podrán escucharán (twee vervoegde vormen).

5. Veelgemaakte fouten (en hoe je ze vermijdt)

  • Verwarring met tegenwoordige of verleden tijd
    • Mañana yo compré las entradas. (verleden tijd)
    • Mañana yo compraré las entradas. (toekomst)
  • Verkeerde uitgang bij de persoon
    • Mañana yo comprarás (uitgang van )
    • Mañana yo compraré (uitgang van yo)
  • Spelfout bij nosotros
    • irémosiremos
    • comprarémoscompraremos
  • Te veel woorden tussen onderwerp en werkwoord (Spaans is vrijer, maar houd het eenvoudig op A2):
    • Yo haré la reserva esta semana. is duidelijker dan allerlei woorden ertussen.

6. Onregelmatige werkwoorden: wat verandert er?

Sommige veelgebruikte werkwoorden veranderen de stam, maar houden dezelfde uitgangen (-é, -ás, …).

Infinitief Stam futuro yo-vorm Vertaling
ir ir- iré ik zal gaan
hacer har- haré ik zal doen / maken
poder podr- podré ik zal kunnen
tener tendr- tendré ik zal hebben
venir vendr- vendré ik zal komen

Let op: de uitgang blijft altijd hetzelfde, alleen de stam wijzigt.

7. Futuro met een tweede werkwoord

Vaak staat er een tweede werkwoord achter in de infinitief.

  • Eén werkwoord in de futuro + één infinitief:

podrán escuchar – zij zullen kunnen luisteren

  • Goed: Ellos podrán escuchar a su grupo favorito.
  • Fout: Ellos podrán escucharán… (twee vervoegde werkwoorden)
  • Fout: Ellos podrán a escuchar… (onnodige a)

Gebruik deze structuur ook bij plannen:

  • Iremos a ver el concierto. – We zullen het concert gaan zien.
  • Empezaré a estudiar español. – Ik zal Spaans gaan studeren.

8. Wanneer kies je futuro simple (en niet “ir a + infinitief”)?

Op A2-niveau mag je beide gebruiken; vaak kun je wisselen.

  • Futuro simple (vorm uit dit hoofdstuk)
    • neutrale toekomst: Mañana tendré una reunión.
    • voorspelling: Creo que llegará tarde.
    • belofte: Te llamaré esta noche.
  • ir a + infinitief (komt je ook tegen)
    • direct plan / iets dat al geregeld wordt.
      Esta tarde voy a comprar las entradas.

In de oefeningen focus je op de vorm futuro simple. Zie je beide, dan is het verschil in betekenis vaak klein.

9. Mini-checklist: begrijp ik het?

  • Kan ik de zes uitgangen opschrijven (-é, -ás, -á, -emos, -éis, -án)?
  • Kan ik snel de juiste vorm maken voor yo, tú, él/ella, nosotros, vosotros, ellos?
  • Herken ik of een zin verleden tijd is (compré) of toekomst (compraré)?
  • Weet ik dat er maar één werkwoord in de futuro hoeft te staan?
  • Herken ik de onregelmatige stammen van hacer, poder, tener, venir als ik ze zie?

Als je de meeste vragen met “ja” kunt beantwoorden, ben je klaar om de futuro simple actief te gebruiken in gesprekken over je plannen, beloftes en voorspellingen.

  1. Het futuro simple wordt gevormd door de uitgangen „-é, -ás, -á, -emos, -éis, -án” aan de infinitief toe te voegen.
  2. De uitgangen zijn hetzelfde voor alle werkwoordgroepen "-ar, -er,- ir" .
  3. Het wordt gebruikt om toekomstplannen, beloften of verplichtingen, voorspellingen of vermoedens uit te drukken.
Pronombre (Voornaamwoord)Verbo: ver (Werkwoord: ver)Ejemplo (Voorbeeld)
Yo (Ik)VeréYo veré el concierto. (Ik zal het concert zien.)
(Jij)Verásverás la ópera. (Jij zal de opera zien.)
Èl/Ella (Hij/Zij)VeráÉl verá el musical. (Hij zal de musical zien.)
Nosotros/as (Wij)VeremosNosotros veremos el festival. (Wij zullen het festival zien.)
Vosotros/as (Jullie)VeréisVosotros veréis el concierto. (Jullie zullen het concert zien.)
Ellos/as (Zij)VeránEllos verán el espectáculo. (Zij zullen de voorstelling zien.)

 

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Mañana ______ la venta online a las diez y podrás comprar las entradas para el concierto de jazz.

Morgen ______ de onlineverkoop om tien uur open en kun je kaartjes voor het jazzconcert kopen.)

2. Esta noche ______ la ópera en el auditorio y luego tomaremos algo en la cafetería de la esquina.

Vanavond ______ we naar de opera in het auditorium en daarna drinken we iets in het café op de hoek.)

3. El sábado los músicos ______ en la arena y el público bailará salsa y rock toda la noche.

Zaterdag zullen de muzikanten ______ in de arena optreden en het publiek zal de hele nacht salsa en rock dansen.)

4. El mes que viene ______ abonos para varios conciertos de música clásica en la sala de conciertos del centro.

Volgende maand ______ we abonnementen voor verschillende klassieke concerten in de concertzaal van het centrum.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies in elke groep de juiste zin in de onvoltooide toekomende tijd. Let goed op de vorming van het werkwoord en de context van concerten en festivals.

1.
'Kocht' staat in de onvoltooide verleden tijd, niet in de toekomst. Voor de toekomst moet 'koop' gebruikt worden met een indicatie zoals 'zal'.
De uitgang 'jij' hoort bij 'jij', niet bij 'ik'. De juiste vorm voor 'ik' is 'zal kopen'.
2.
Onjuiste uitgang 'zullenen'. De juiste vorm voor 'wij' is 'zullen'.
'Zal' is de vorm voor hij/zij, niet voor wij. De juiste vorm is 'zullen'.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen door de persoonsvorm in de onvoltooid toekomende tijd te zetten, zoals in het voorbeeld: Nu werk ik thuis → Morgen zal ik thuis werken.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (Mañana) Hoy veo una película en casa.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Mañana veré una película en casa.
    (Mañana veré una película en casa.)
  2. Hint Hint (Mañana por la noche) Esta noche vemos las noticias en la televisión.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Mañana por la noche veremos las noticias en la televisión.
    (Mañana por la noche veremos las noticias en la televisión.)
  3. Hint Hint (Mañana) Cada día vas al gimnasio después del trabajo.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Mañana irás al gimnasio después del trabajo.
    (Mañana irás al gimnasio después del trabajo.)
  4. Hint Hint (Mañana) Ahora comemos en la cafetería de la oficina.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Mañana comeremos en la cafetería de la oficina.
    (Mañana comeremos en la cafetería de la oficina.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Kies in tweetallen drie verschillende concerten die jullie zullen bezoeken en wanneer.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Con un amigo español organizáis a qué conciertos iréis este año.
(Met een Spaanse vriend bespreek je welke concerten jullie dit jaar zullen bezoeken.)

Bespreek
  • ¿Qué tipo de música escucharéis en cada concierto y por qué? (Welk soort muziek horen jullie op elk concert en waarom?)
  • ¿Qué músicos veréis en directo y qué instrumentos tocarán? : ¿guitarra, piano o violín?`,`¿Qué sala de conciertos, auditorio o arena elegiréis para cada evento? (Welke muzikanten zien jullie live en welke instrumenten spelen ze — gitaar, piano of viool?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Veremos un concierto de rock, pop o jazz en la sala de conciertos. (We zien een rock-, pop- of jazzconcert in de concertzaal.)
  • Iremos a una ópera moderna en el auditorio del centro. (We gaan naar een moderne opera in het auditorium van het stadscentrum.)
  • Escucharemos guitarra, piano y violín en un concierto de música clásica. (We horen gitaar, piano en viool tijdens een klassiek concert.)

Gebruik in gesprek
  • Iré / iremos / irán a… (Ik zal / wij zullen / zij zullen naar… gaan)
  • Hablaré / hablaremos de planes y compromisos futuros (Ik zal / wij zullen over plannen en toekomstige verplichtingen praten)
  • Predicciones: Será…, habrá…, veré / veremos… (Voorspellingen: Het zal zijn…, er zal zijn…, ik zal zien / wij zullen zien…)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage