De toekomende tijd: Los verbos regulares

El futuro simple: Los verbos regulares


El futuro simple se usa para hablar de acciones que ocurrirán más adelante.

(De futuro simple wordt gebruikt om te praten over handelingen die later zullen gebeuren.)

Wat is de futuro simple (toekomende tijd)?

De futuro simple gebruik je om te spreken over:

  • plannen: Mañana veré el concierto.
  • beloften / afspraken: Te llamaré esta noche.
  • voorspellingen: Será un gran espectáculo.
  • vermoedens ("zal wel..."): Estará en casa ahora.

Hoe vorm je het? (meestal heel regelmatig)

Je neemt het hele infinitief en plakt de uitgang eraan vast.

Stap Formule Voorbeeld met ver
1 infinitief ver
2 infinitief + uitgang ver + éveré

Uitgangen (voor -ar, -er en -ir zijn ze gelijk):

Persoon Uitgang Mini-voorbeeld
yocompraré
-ásirás
él/ella/ustedtocará
nosotros/as-emosveremos
vosotros/as-éisveréis
ellos/ellas/ustedes-ánverán

Waar moet je extra op letten? (3 klassieke valkuilen)

  1. Je houdt het infinitief compleet (anders dan bij veel andere tijden).

    • hablar → hablaré
    • comer → comerás
    • vivir → vivirán
  2. De accenttekens (tilde) horen erbij.

    • Correct: compraré, irás, verán
    • Fout: comprare, iras, veran (andere uitspraak en vaak als fout gezien)
  3. Niet verwarren met ir a + infinitief.

    • futuro simple: Mañana veré el musical. (neutraler/formeler)
    • ir a: Mañana voy a ver el musical. (heel gebruikelijk in spreektaal, “ik ga …”)

Onregelmatig: wanneer is het níet “infinitief + uitgang”?

Sommige werkwoorden veranderen de stam, maar de uitgangen blijven exact hetzelfde.

Infinitief Stam in futuro Voorbeeld
salir saldr- nosotros saldremos
saber sabr- ellos sabrán
querer querr- querrás

Check-tip: zie je in oefeningen een vorm die niet “infinitief + uitgang” is? Denk dan: ah, waarschijnlijk een onregelmatige stam.

Snel zelf-checken (1 minuut)

  1. Heb ik het infinitief gebruikt? (niet de stam)

  2. Heb ik de juiste uitgang gekozen voor de persoon?

  3. Staat de tilde goed? (-é, -ás, -á, -éis, -án)

  4. Is dit werkwoord misschien onregelmatig (saldr-, sabr-, querr-)?

Mini-voorbeelden (praktisch en natuurlijk)

  • Mañana compraré las entradas online.

  • ¿Irás al auditorio el sábado?

  • El músico tocará el piano esta noche.

  • Nosotros veremos el musical y después cenaremos cerca.

  1. Het futuro simple wordt gevormd door de uitgangen "-é, -ás, -á, -emos, -éis, -án" aan de infinitief toe te voegen.
  2. De uitgangen zijn hetzelfde voor alle vervoegingen "-ar, -er,- ir" .
  3. Het wordt gebruikt om toekomstplannen, beloftes of verplichtingen, voorspellingen of veronderstellingen uit te drukken.
Pronombre (Voornaamwoord)Verbo: ver (Werkwoord: zien)Ejemplo (Voorbeeld)
Yo (Ik)VeréYo veré el concierto. (Ik zal het concert zien.)
(Jij)Verásverás la ópera. (Jij zal de opera zien.)
Èl/Ella (Hij/zij)VeráÉl verá el musical. (Hij zal de musical zien.)
Nosotros/as (Wij)VeremosNosotros veremos el festival. (Wij zullen het festival zien.)
Vosotros/as (Jullie)VeréisVosotros veréis el concierto. (Jullie zullen het concert zien.)
Ellos/as (Zij)VeránEllos verán el espectáculo. (Zij zullen de voorstelling zien.)

 

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Mañana ______ las entradas online para el festival.

Morgen ______ ik de kaartjes online voor het festival.

2. ¿Tú ______ a la sala de conciertos el sábado?

Ga jij ______ naar de concertzaal op zaterdag?

3. El músico ______ el piano en el auditorio esta noche.

De muzikant ______ vanavond piano spelen in het auditorium.

4. Nosotros ______ el musical y después cenaremos cerca de la arena.

Wij ______ de musical en daarna zullen we vlak bij de arena gaan eten.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de toekomende tijd (voeg -é, -ás, -á, -emos, -éis, -án toe aan het infinitief) om te praten over plannen, beloften of voorspellingen.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Mañana yo ver el partido con mis compañeros.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Mañana veré el partido con mis compañeros.
    (Morgen zal ik de wedstrijd met mijn klasgenoten kijken.)
  2. ¿A qué hora tú ver la película en casa?
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    ¿A qué hora verás la película en casa?
    (Hoe laat zul jij de film thuis kijken?)
  3. Esta noche ella ver el informativo después de cenar.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Esta noche ella verá el informativo después de cenar.
    (Vanavond zal zij het nieuws na het avondeten kijken.)
  4. El sábado nosotros ver el concierto en el centro.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    El sábado veremos el concierto en el centro.
    (Zaterdag zullen wij het concert in het centrum kijken.)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage